ECLI:NL:RBLIM:2026:2668
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor vervangende woning in Roermond
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Roermond aan vergunninghoudster heeft verleend voor het bouwen van een vervangende woning op een perceel in Roermond. De voorzieningenrechter beoordeelt of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft en of er sprake is van een spoedeisend belang om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het bouwplan niet in strijd is met de gebruiks- en bouwregels van het omgevingsplan. Hoewel de woning een hogere goot- en bouwhoogte heeft dan toegestaan, is dit een beperkte afwijking die niet leidt tot onevenredige afbreuk aan de gebruiksmogelijkheden van het aangrenzende perceel van verzoeker. Het begrip herbouw wordt ruim uitgelegd als 'opnieuw bouwen', wat hier van toepassing is.
Verder is het bebouwingspercentage binnen de toegestane grenzen en is het motiveringsgebrek van het college omtrent artikel 30.2.2 van het bestemmingsplan onvoldoende om een voorlopige voorziening te treffen. Gezien de bouwplanning en de duur van de bezwaarprocedure is er wel een spoedeisend belang, maar dit weegt niet op tegen de overige overwegingen. Daarom wordt het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor het bouwen van een vervangende woning wordt afgewezen.