In deze beschikking van de Rechtbank Limburg, uitgesproken op 13 januari 2026, wordt een verzoek behandeld van twee ouders, verzoeker 1 en verzoeker 2, die wettelijk vertegenwoordigers zijn van hun minderjarige kinderen. De ouders vragen de kantonrechter om een machtiging te verlenen om de nalatenschap van de overledene, hun vader, te verwerpen. De overledene is op 31 mei 2025 in België overleden en heeft een negatieve nalatenschap achtergelaten. Verzoeker 1 heeft op 18 november 2025 de nalatenschap verworpen, waardoor zijn minderjarige kinderen volgens Belgisch recht erfgenamen zijn geworden door plaatsvervulling. De kantonrechter moet beoordelen of hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen, gezien het internationale karakter van de zaak. De rechter concludeert dat de Nederlandse rechter bevoegd is, omdat de wettelijke vertegenwoordigers van de minderjarigen in Nederland wonen. De kantonrechter oordeelt dat de verwerping van de nalatenschap in het belang van de minderjarigen is, gezien het negatieve saldo van de nalatenschap. De beschikking verleent de ouders de gevraagde machtiging, maar benadrukt dat de minderjarigen hun aandeel in de nalatenschap nog niet hebben verworpen. De ouders worden geadviseerd om de Belgische autoriteiten op de hoogte te stellen van deze beschikking en de nodige stappen te ondernemen om de verwerping officieel te maken.