ECLI:NL:RBLIM:2026:2710
Rechtbank Limburg
- Kort geding
- Otto
- Rechtspraak.nl
Toewijzing ontruimingsvordering na explosies en woningsluiting door burgemeester
Heemwonen verhuurt sinds 2007 een woning aan [huurder]. In 2025 en 2026 vonden twee explosies plaats bij de woning, wat leidde tot ernstige schade en grote onveiligheidsgevoelens bij omwonenden. De burgemeester sloot de woning op grond van artikel 174a Gemeentewet voor twaalf weken vanwege verstoring van de openbare orde. Heemwonen ontbond daarop de huurovereenkomst buitengerechtelijk per 23 januari 2026.
De bestuursrechtelijke voorzieningenrechter schorste de sluiting op 26 februari 2026, waarna [huurder] terugkeerde. Heemwonen vordert in kort geding ontruiming en betaling van huur sinds 1 april 2026. [huurder] betwist de ontbinding en stelt dat het dreigingsniveau onvoldoende is aangetoond en dat haar zoon [zoon 2] niet zal terugkeren.
De kantonrechter oordeelt dat Heemwonen bevoegd was de huurovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden, ook ondanks de schorsing van de sluiting. De ontbinding en ontruiming zijn proportioneel en noodzakelijk om de veiligheid en leefbaarheid te waarborgen. Het gedrag van [zoon 2] en de explosies rechtvaardigen de maatregel. [huurder] krijgt veertien dagen om te ontruimen en wordt veroordeeld tot betaling van huur en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vordering tot ontruiming toe en veroordeelt [huurder] tot betaling van huur en proceskosten, met een termijn van veertien dagen voor ontruiming.