ECLI:NL:RBLIM:2026:273

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
11810790/CV/25-3281
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Piëtte
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:94 lid 1 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling bemiddelingsvergoeding op grond van algemene voorwaarden na bemiddeling arbeidskracht

BaanMeesters en Camp sloten op 28 maart 2023 een inleenovereenkomst waarbij Camp werknemers inleende van BaanMeesters. Op 12 februari 2025 stelde BaanMeesters een potentiële werknemer aan Camp voor, met vermelding van toepasselijkheid van de algemene voorwaarden. Hoewel er geen inleenovereenkomst met deze werknemer tot stand kwam, vond een kennismakingsgesprek plaats.

BaanMeesters vordert betaling van een bemiddelingsvergoeding van €14.685,77 plus rente en incassokosten, omdat Camp binnen een jaar na het eerste contact de werknemer in dienst heeft genomen. Camp betwist de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden en voert matiging aan.

De kantonrechter oordeelt dat een bemiddelingsovereenkomst tot stand is gekomen, de algemene voorwaarden van toepassing zijn en de vergoeding niet onredelijk bezwarend is. Camp heeft niet betwist dat de werknemer bij haar werkzaam is. De gevorderde vergoeding wordt toegewezen, evenals wettelijke rente vanaf 5 juni 2025 en buitengerechtelijke incassokosten. Camp wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Camp wordt veroordeeld tot betaling van de bemiddelingsvergoeding en bijkomende kosten aan BaanMeesters.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11810790 \ CV EXPL 25-3281
Vonnis van 21 januari 2026
in de zaak van
BAANMEESTERS B.V., mede h.o.d.n. Schildermeester,
te Harderwijk,
eisende partij,
hierna te noemen: BaanMeesters,
gemachtigde: mr. W. van Dijk ,
tegen
CAMP B.V.,
te Haelen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Camp,
gemachtigde: mr. A.J.T.J. Meuwissen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Partijen hebben op 28 maart 2023 een inleenovereenkomst gesloten. Op basis daarvan heeft Camp een of meerdere werknemers ingeleend van BaanMeesters. De laatste inlening is geëindigd op 9 augustus 2024.
2.2.
Op de inleenovereenkomst waren de algemene voorwaarden van BaanMeesters van toepassing.
2.3.
Per e-mail van 12 februari 2025 stelt BaanMeesters een potentiële werknemer (hierna [persoon] ) aan Camp voor. In de mail staat het inleentarief vermeld. Op deze e-mail staat onderaan vermeld dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn. Deze zijn via een hyperlink te bekijken.
2.4.
Op 14 februari 2025 heeft Camps een persoonlijk gesprek met [persoon] . Dit heeft niet geleid tot een inlening van [persoon] via BaanMeesters.

3.Het geschil

3.1.
BaanMeesters vordert - samengevat - veroordeling van Camp tot betaling van € 15.701,83 (€ 14.685,77 aan hoofdsom, € 94,21 aan wettelijke handelsrente en € 921,85 aan buitengerechtelijke incassokosten), vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
Camp voert verweer. Camp concludeert tot niet-ontvankelijkheid van BaanMeesters, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van BaanMeesters, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van BaanMeesters in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Is er een bemiddelingsovereenkomst tot stand gekomen?
4.1.
In deze procedure gaat het om de vraag of Camp bemiddelingskosten moet betalen aan BaanMeesters. Vast staat dat BaanMeesters per e-mail op 12 februari 2025 [persoon] als inlener aan Camp heeft voorgesteld en dat er ook een gesprek heeft plaatsgevonden tussen [persoon] en Camp. Deze e-mail kwalificeert als een aanbod tot bemiddeling en dit aanbod is aanvaard. Daarbij geldt dat de aanvaarding van een aanbod niet aan een bepaalde vorm is gebonden. Dat er geen inleenovereenkomst tussen BaanMeesters en Camp tot stand is gekomen, om welke reden dan ook, doet hier niet aan af. Aan het verweer van Camp dat er geen bemiddelingsovereenkomst is gesloten, gaat de kantonrechter daarom voorbij.
De algemene voorwaarden
4.2.
Partijen hebben vervolgens discussie over de vraag of de algemene voorwaarden van toepassing zijn. De kantonrechter is van oordeel dat dit het geval is. Op de e-mail van 12 februari 2025 staat namelijk vermeld dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn. Als niet betwist staat vast dat dat deze via een hyperlink te raadplegen zijn. Ook heeft Camp niet betwist dat deze hyperlink direct naar de betreffende set algemene voorwaarden leidt en dat deze door haar kunnen worden gedownload en opgeslagen op een duurzame gegevensdrager (de harde schijf van een computer). Volgens vaste rechtspraak is dit voldoende voor toepasselijkheid van de algemene voorwaarden. Camp heeft ook niet bij het sluiten van de overeenkomst de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden uitgesloten.
4.3.
Camp betwist dat de door BaanMeesters overgelegde set algemene voorwaarden [1] de juiste zijn. Volgens BaanMeesters is het deze set algemene voorwaarden die te raadplegen is bij het drukken op de hyperlink. Camp heeft dit niet betwist, zodat in deze procedure ervan wordt uitgegaan dat de overgelegde set de juiste is.
Kandidaat [persoon]
4.4.
BaanMeesters stelt verder dat [persoon] bij Camp werkzaam is. Dit onderbouwt zij met een opname van een telefoongesprek op 20 mei 2025 met [persoon] . Op de vraag aan [persoon] waar hij werkzaam is, antwoordt [persoon] dat dit bij Camp is. BaanMeesters stelt op 7 oktober 2025 nog een telefoongesprek te hebben gevoerd met [persoon] , waarbij laatstgenoemde vertelde vanaf maart 2025 voor Camp werkzaam te zijn. Camp heeft dit niet betwist. Zij stelt enkel dat er geen (uitzend)overeenkomst tussen BaanMeesters en [persoon] tot stand is gekomen en dat er geen exclusiviteit bestaat tussen BaanMeesters en Camp. Camp wijst erop dat [persoon] in dienst is bij Vos Flex BV. Omdat Camp niet heeft betwist dat [persoon] bij haar werkzaam is of was, gaat de kantonrechter hiervan uit. Of [persoon] door Vos Flex BV is uitgeleend is daarbij niet van belang.
4.5.
Artikel 15 sub b van Pro de algemene voorwaarden luidt als volgt:
“Indien een (aspirant)-uitzendkracht door tussenkomst van BaanMeesters aan een mogelijke opdrachtgever is voorgesteld en deze mogelijke opdrachtgever met die uitzendkracht een arbeidsverhouding aangaat voor dezelfde of een andere functie voordat de herbeschikkingstelling tot stand komt, is deze mogelijke opdrachtgever een vergoeding verschuldigd van 25 procent van het bruto jaarsalaris (incl. vakantiegeld). De opdrachtgever is deze vergoeding altijd verschuldigd indien de opdrachtgever in eerste instantie door tussenkomst van BaanMeesters in contact is gekomen met de uitzendkracht. Ook indien de uitzendkracht binnen een jaar nadat het contract tot stand is gekomen rechtstreeks of via derden bij de opdrachtgever solliciteert of indien de opdrachtgever de uitzendkracht binnen een jaar nadat het contact tot stand is gebracht rechtstreeks of via derden benadert, en naar aanleiding daarvan met de betreffende uitzendkracht een arbeidsverhouding aangaat, is de opdrachtgever de vergoeding verschuldigd zoals genoemd in de eerste volzin van dit lid”.
4.6.
Uit het voorgaande volgt dat tussen BaanMeesters en Camp in verband met voormelde opdracht tot het arrangeren van een kennismakingsgesprek met [persoon] de afspraak gold dat als Camp binnen een jaar na het eerste contact [persoon] bij haar laat werken, al dan niet rechtstreeks of ingeleend via een derde, zij aan BaanMeesters een vergoeding verschuldigd is. BaanMeesters heeft zich hiermee willen beschermen tegen een onbetaald blijven van haar inspanningen om een opdrachtgever van een arbeidskracht te voorzien.
4.7.
Voor zover uit het verweer van Camp moet worden begrepen dat voornoemd artikel van de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is en daarom vernietigd moet worden, slaagt dit verweer niet. In de eerste plaats omdat Camp dit verweer onvoldoende heeft onderbouwd en gemotiveerd. Verder geldt dat het verdienmodel van BaanMeesters eruit bestaat dat zij wordt beloond voor haar inspanningen een kandidaat werknemer voor te stellen en aan te leveren bij een opdrachtgever.
4.8.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [persoon] via bemiddeling van BaanMeesters bij Camp werkzaam is of is geweest. Het is daarbij niet van belang of [persoon] rechtstreeks bij Camp in dienst is getreden of dat hij via BaanMeesters of een derde bij Camp werkzaam is.
De (hoogte van) de vergoeding
4.9.
Omdat er een bemiddelingsovereenkomst is gesloten is Camp bemiddelingskosten verschuldigd. De toepasselijke algemene voorwaarden zijn hier heel duidelijk over. De vergoeding bedraagt 25% van het bruto jaarsalaris inclusief vakantiegeld van de voorgestelde kandidaat. BaanMeesters vordert een bedrag van € 14.685,77 inclusief btw. De kantonrechter constateert dat Camp dit bedrag niet betwist, zodat dit vast staat en in beginsel kan worden toegewezen.
4.10.
Wel doet Camp een beroep op matiging. Voor matiging van een boete is het nodig dat de billijkheid dit klaarblijkelijk eist. [2] Het moet gaan om een situatie dat toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en onaanvaardbaar resultaat leidt. Aan haar verzoek legt Camp ten grondslag dat (1) er een wanverhouding is tussen de boete en verrichting door BaanMeesters en (2) een wanverhouding tussen de boete en de werkelijke schade. De boete is mogelijk 14x zo hoog dan de werkelijke schade.
Naar het oordeel van de kantonrechter gaat Camp hier voorbij aan het beschermende karakter van de betreffende bepaling en dat BaanMeesters hiermee een drempel opwerpt tegen een poging om onbetaald te profiteren van haar inspanningen. Een vergoeding zoals gevorderd, is weliswaar fors, maar niet apert onredelijk. Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat Camp een zakelijk handelende partij is, zodat de kantonrechter tegen deze achtergrond geen aanleiding ziet om de boete te matigen. Het gevorderde bedrag van € 14.685,77 zal daarom worden toegewezen.
Welke rente wordt toegewezen
4.11.
BaanMeesters vordert betaling van de wettelijke handelsrente. Het gaat hier echter niet om de niet-nakoming van een verbintenis tot betaling van een geldsom die voortvloeit uit de handelsovereenkomst, maar om de invordering van een boete. Hierover is geen wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW verschuldigd, maar de wettelijke rente van artikel 6:119 BW Pro. Deze wordt toegewezen vanaf 5 juni 2025 over de hoofdsom. Dit is de datum waarop volgens de ingebrekestelling van 27 mei 2025 verzuim is ingetreden.
Buitengerechtelijke kosten
4.12.
BaanMeesters vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). BaanMeesters heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. BaanMeesters heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 916,66 worden toegewezen.
Overig verweer
4.13.
Alles wat Camp verder heeft aangevoerd en wat hiervoor niet is besproken, leidt niet tot een andere uitkomst.
Proceskosten
4.14.
Camp is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van BaanMeesters worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
1.461,00
- salaris gemachtigde
812,00
(2 punten × € 406,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.530,35
4.15.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Camp om aan BaanMeesters te betalen een bedrag van € 14.685,77, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 mei 2025 tot aan de dag van betaling,
5.2.
veroordeelt Camp om aan BaanMeesters te betalen een bedrag van € 916,66 aan buitengerechtelijke kosten
5.3.
veroordeelt Camp in de proceskosten van € 2.530,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Camp niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt Camp tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald
Dit vonnis is gewezen door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.

Voetnoten

1.Productie 2 bij dagvaarding
2.Artikel 6:94 lid 1 BW Pro