ECLI:NL:RBLIM:2026:2767
Rechtbank Limburg
- Verzet
- dr. Kluin
- Rechtspraak.nl
Geen bewijs van kwijtschelding lening tussen partijen na bedrijfsovername
De zaak betreft een verzetprocedure tegen een verstekvonnis waarin [partij 1] B.V. een geldvordering op [partij 2] B.V. en [bedrijf 2] vordert wegens niet-nakoming van een leningsovereenkomst uit 2017.
Na verkoop van [bedrijf 1] B.V. aan [partij 2] is een lening van €350.000 verstrekt, met afspraken over aflossing en rente. In 2020 en 2021 zijn betalingsvoorwaarden aangepast. In 2024 overleed de bestuurder van [partij 1].
[Partij 2] stelt dat een schuld van €80.500 is kwijtgescholden op basis van een niet-ondertekende verklaring en gesprekken in december 2023, met een opschortende voorwaarde dat een derde de schuld zou overnemen. De rechtbank oordeelt dat onvoldoende bewijs is geleverd voor deze kwijtschelding en dat de opschortende voorwaarde niet is vervuld.
De rechtbank vernietigt het verstekvonnis voor zover het tegen [partij 2] is gewezen, wijst de vordering van [partij 1] toe tot €132.000 plus rente en kosten, en veroordeelt [partij 2] in de proceskosten van beide procedures.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van [partij 1] toe en veroordeelt [partij 2] tot betaling van €132.000 plus rente en kosten wegens onvoldoende bewijs van kwijtschelding.