Uitspraak
1.De procedure
- de vrijwillige verschijning van [verhuurder]
- de op de mondelinge behandeling overgelegde producties van [verhuurder]
- de mondelinge behandeling van 23 maart 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
Rechtbank Limburg
De huurder vorderde in kort geding onmiddellijke toegang tot een zelfstandige huurwoning en afgifte van zijn eigendommen nadat de verhuurder de sloten had veranderd en hem de toegang had ontzegd. De huurder stelde dat hij een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd had en dat de verhuurder tekort was geschoten.
De verhuurder betwistte de duur van de huurovereenkomst en stelde dat hij zelf slechts onderhuurder was en dat de hoofdhuurovereenkomst inmiddels was beëindigd. De kantonrechter oordeelde dat de huurovereenkomst tussen huurder en verhuurder als onderhuurovereenkomst moest worden beschouwd, en dat de hoofdhuurovereenkomst met de eigenaar was beëindigd.
Omdat de hoofdhuurovereenkomst was geëindigd, kon de huurder zijn vordering tot toegang tot het gehuurde niet richten tegen de onderverhuurder, maar alleen tegen de hoofdverhuurder. De vordering tot afgifte van eigendommen werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs. De vordering tot Europese executoriale titel werd eveneens afgewezen. De huurder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot toegang tot zelfstandige huurwoning en afgifte van eigendommen wordt afgewezen wegens beëindigde hoofdhuurovereenkomst en onjuiste gedaagde.