Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
I. De legitieme portie van [persoon 1] vast zal stellen indachtig de nog door [erfgenaam] te verstrekken bescheiden;
II. Zal bepalen dat [erfgenaam] binnen twee weken na betekening van het vonnis, of een andere door de rechtbank in goede justitie te bepalen termijn, de door de rechtbank vastgestelde legitieme portie dient te hebben uitgekeerd op de rekening van [persoon 1] met IBAN: [rekeningnummer] ten name van [persoon 1];
III. [erfgenaam] zal veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen de kosten van deze procedure, het salaris van de advocaat van [persoon 1] en de nakosten daaronder begrepen, met bepaling dat [erfgenaam] de wettelijke rente verschuldigd raakt over de door haar verschuldigde proceskosten indien deze niet binnen veertien dagen na deze veroordeling tot betaling daarvan zijn voldaan.
II. Zal bepalen dat – indien en voor zover [erfgenaam] de gevraagde gegevens niet tot haar
4.De beoordeling in het incident
5.De beslissing
- een opgave van gedane schenkingen en giften van erflaatster gedurende een periode van vijf jaar voorafgaand aan het overlijden van erflaatster;