Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2026:2887

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
27 maart 2026
Zaaknummer
12052854 AZ VERZ 26-3
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Bisscheroux
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:668 BWArtikel 3.3.7 Landelijk procesreglement verzoekschriftprocedures
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing aanzegvergoeding wegens te late schriftelijke aanzegging verlenging arbeidsovereenkomst

Werknemer was sinds 19 augustus 2024 in dienst bij werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, die op 18 oktober 2025 eindigde. Werkgever verlengde het contract tweemaal, maar de schriftelijke aanzegging van de verlenging werd niet tijdig aan werknemer medegedeeld.

Hoewel werkgever de verlenging in een intern systeem (AFAS) plaatste en werknemer daar een e-mail van zou ontvangen, stelde werknemer dat hij niet actief geïnformeerd was en daardoor niet tijdig kennis kon nemen van de aanzegging. Werkgever voerde geen inhoudelijk verweer en verscheen niet bij de mondelinge behandeling.

De kantonrechter oordeelde dat de aanzegplicht niet was nagekomen omdat de informatie in AFAS zonder actieve kennisgeving onvoldoende is. De te late aanzegging leidt tot een aanzegvergoeding gelijk aan één bruto maandloon. Daarnaast werden de proceskosten aan werkgever opgelegd.

Uitkomst: Werkgever is veroordeeld tot betaling van een aanzegvergoeding van één bruto maandloon wegens te late schriftelijke aanzegging van de verlenging van de arbeidsovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer / rekestnummer: 12052854 \ AZ VERZ 26-3
Beschikking van 27 maart 2026
in de zaak van
[werknemer],
[plaats 1] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [werknemer] ,
procederend in persoon,
tegen
[werkgever] B.V.,
[plaats 2] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [werkgever] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen
- de mondelinge behandeling van 12 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
De beschikking is bepaald op 26 maart 2026, nader bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
[werknemer] , geboren [datum] 1967, is sinds 19 augustus 2024 op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in dienst bij [werkgever] . De functie van [werknemer] is medewerker algemeen schoonmaakonderhoud II met een loon van € 1.798,29 bruto per vier weken. De CAO voor het Schoonmaak- en Glazenwasserbedrijf is van toepassing.
2.2.
[werkgever] maakt binnen haar organisatie gebruik van software van AFAS. De werknemer krijgt een e-mail wanneer er een bericht in AFAS staat.
2.3.
In de arbeidsovereenkomst is onder 2 opgenomen:
“Wij hebben een arbeidsovereenkomst afgesproken voor bepaalde tijd. Deze overeenkomst eindigt per 18 maart 2025. Dit betekent dat de arbeidsovereenkomst afloopt en in principe niet wordt verlengd. Werkgever heeft hiermee voldaan aan haar aanzegplicht.”
2.4.
Op 4 februari 2025 stond in AFAS onderstaand bericht:
Betreft: Verlenging contract voor bepaalde tijd
Beste [werknemer],
Eerder hebben wij een dienstverband voor bepaalde tijd met je afgesloten, eindigend op 18 maart 2025. Middels deze brief bevestigen wij dat [werkgever] B.V. je dienstverband, voor de eerste maal, verlengt voor bepaalde tijd.
Deze verlenging geldt van 19 maart 2025 tot en met 18 oktober 2025.
Bij verlenging van dit dienstverband zijn we overeengekomen dat jouw contracturen 11,25 uur per week bedragen.
Bij het eindigen van rechtswege t.a.v. deze arbeidsovereenkomst wordt deze niet voortgezet ex. Artikel 7:668 BW Pro. Voor het overige blijven je huidige arbeidsvoorwaarden van kracht, zoals opgenomen in je laatste arbeidsovereenkomst.
(…)
2.5.
In een e-mail van 12 oktober 2025 heeft [werknemer] [werkgever] erop gewezen dat hij geen schriftelijke aanzegging heeft ontvangen en aanspraak gemaakt op de aanzegvergoeding. In een reactie van diezelfde datum heeft [werkgever] gewezen op een bericht in AFAS inhoudende dat de arbeidsovereenkomst in september 2025 is verlengd. [werknemer] heeft daarop weer gereageerd en gevraagd om hem een kopie te verstrekken, indien er vóór 18 september 2025 een schriftelijke aanzegging in AFAS heeft plaatsgevonden. [werkgever] heeft [werknemer] vervolgens gewezen op de
“de taak in afas op 15 september”.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
[werknemer] verzoekt de kantonrechter om [werkgever] te veroordelen tot betaling van de aanzegvergoeding van één bruto maandloon van € 1.798,29, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de dag waarop de vergoeding verschuldigd is, en [werkgever] te veroordelen in de proceskosten.
3.2.
[werknemer] stelt dat hij bij [werkgever] in dienst is geweest op basis van een
arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en dat de laatste arbeidsovereenkomst van rechtswege op 18 oktober 2025 is geëindigd. [werknemer] stelt geen schriftelijke aanzegging te hebben ontvangen vóór 18 september 2025, noch per e-mail, noch per brief, noch via een ander persoonlijk schriftelijk bericht. [werkgever] heeft achteraf gesteld dat de informatie over het al dan niet voortzetten van het contract in AFAS zou hebben gestaan. [werknemer] stelt hierover niet actief te zijn geïnformeerd. Er is geen kennisgeving, melding of bericht aan hem verzonden. Het enkel plaatsen van informatie in een intern systeem zonder actieve schriftelijke kennisgeving aan de werknemer voldoet volgens [werknemer] niet aan de wettelijke aanzegplicht. [werkgever] heeft derhalve niet voldaan aan de wettelijke verplichting tot tijdige en schriftelijke aanzegging, aldus [werknemer] .
3.3.
[werkgever] heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt vast dat [werkgever] op 19 januari 2026 aan de griffie van de rechtbank heeft laten weten dat zij het verzoekschrift heeft ontvangen. [werkgever] heeft verzocht om een verlenging van de termijn voor het voeren van verweer tot uiterlijk
23 januari 2026. Op 22 januari 2026 heeft [werkgever] haar verhinderdata doorgegeven in verband met het plannen van een mondelinge behandeling en bij, per gewone en aangetekende post, verzonden brief is [werkgever] uitgenodigd voor de mondelinge behandeling op 12 maart 2026. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de uitnodigingsbrieven zijn verzonden naar hetzelfde adres waarnaar het verzoekschrift is gezonden. [werkgever] heeft ook na het verkregen uitstel daartoe, geen schriftelijk verweerschrift ingediend en is ook niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen. Gelet op het feit dat [werkgever] eerder wel heeft gereageerd, om uitstel heeft verzocht voor het indienen van een verweerschrift, dit niet heeft gedaan, en de per aangetekende post verzonden brief niet retour is gekomen, acht de kantonrechter het, ten eerste, aannemelijk dat de uitnodigingsbrieven [werkgever] hebben bereikt en dat het niet voeren van verweer een bewuste keuze van [werkgever] is, althans dat er geen reden is om met toepassing van artikel 3.3.7 van het Landelijk procesreglement verzoekschriftprocedures [werkgever] opnieuw op te roepen dan wel haar door [werknemer] op te laten roepen per deurwaardersexploot.
4.2.
In afwijking van hetgeen [werknemer] in zijn verzoekschrift heeft gesteld, heeft hij tijdens de mondelinge behandeling verklaard nog steeds werkzaam te zijn voor [werkgever] . De kantonrechter heeft [werknemer] geconfronteerd met het feit dat als bijlage bij zijn verzoekschrift een brief is gevoegd, gedateerd op 15 september 2025, met de volgende inhoud:
Betreft: Verlenging contract voor bepaalde tijd
Beste [werknemer],
Eerder hebben wij een dienstverband voor bepaalde tijd met je afgesloten, eindigend op 18 oktober 2025. Middels deze brief bevestigen wij dat [werkgever] B.V. je dienstverband, voor de tweede maal, verlengt voor bepaalde tijd.
Deze verlenging geldt van 19 oktober 2025 tot en met 18 juni 2026.
Bij verlenging van dit dienstverband zijn we overeengekomen dat jouw contracturen 26,15 uur per week bedragen.
Bij het eindigen van rechtswege t.a.v. deze arbeidsovereenkomst wordt deze niet voortgezet ex. Artikel 7:668 8W. Voor het overige blijven je huidige arbeidsvoorwaarden van kracht, zoals opgenomen in je laatste arbeidsovereenkomst.
Wij hopen je hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en vertrouwen op een goede voortzetting van onze samenwerking.
Met vriendelijke groet,
[werkgever] B.V.
4.3.
[werknemer] heeft daarop verklaard dat dit bericht weliswaar in het systeem is geplaatst, maar dat hij van dit bericht niet op tijd kennis heeft kunnen nemen omdat hij niet actief is geïnformeerd over het feit dat dit bericht in AFAS stond en dat daarom niet is voldaan aan de aanzegverplichting.
4.4.
In de arbeidsovereenkomst is enkel vermeld dat de loonstrook digitaal beschikbaar is op AFAS. Er is niet overeengekomen dat door middel van AFAS zou worden gecommuniceerd over andere zaken. Omdat [werkgever] geen verweer heeft gevoerd, heeft zij de stellingen van [werknemer] , met name de stelling dat hij niet actief is geïnformeerd over het bericht van 15 september 2025, niet weersproken. Het niet ontvangen van het bericht gedateerd op 15 september 2025, voor zover dit al op die datum in AFAS is geplaatst, komt dan ook niet voor risico van [werknemer] . Bovendien is dit bericht niet gericht aan [werknemer] , maar aan iemand met een andere naam. Dat [werknemer] de aanzegging dat de arbeidsovereenkomst wordt verlengd niet tijdig heeft ontvangen komt voor risico van [werkgever] .
4.5.
Indien de werkgever de verplichting, bedoeld in lid 1 van artikel 7:668 BW Pro, aanhef en onderdeel a, in het geheel niet is nagekomen, is hij aan de werknemer een vergoeding verschuldigd gelijk aan het bedrag van het loon voor één maand. Indien de werkgever die verplichting niet tijdig is nagekomen, is hij aan de werknemer een vergoeding naar rato verschuldigd. De vergoeding is verschuldigd vanaf een maand na de dag waarop de verplichting op grond van lid 1 is ontstaan.
4.6.
[werknemer] heeft gesteld dat hij de aanzegging van verlenging wel heeft gekregen, maar niet op tijd. [werkgever] heeft [werknemer] 12 december 2025 gewezen op de verlenging in AFAS. Dit is te laat. [werknemer] ’s verzoek om een vergoeding is gebaseerd op zijn loon over vier weken. De kantonrechter zal dit verzoek toewijzen. De wettelijke rente zal de kantonrechter toewijzen met ingang van 18 oktober 2025.
4.7.
Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat met de standaardaanzegging dat de overeenkomst niet wordt verlengd in de eerste arbeidsovereenkomst en de aanbiedingsbrief van 4 februari 2025 behorend bij de tweede arbeidsovereenkomst, niet is voldaan aan de aanzeggingsverplichting, omdat de arbeidsovereenkomst telkens wél is verlengd en het doel van de aanzeggingsverplichting, tijdige zekerheid over het al dan niet verlengen, in dat geval niet wordt bereikt.
4.8.
De proceskosten komen voor rekening van [werkgever] , omdat [werkgever] ongelijk krijgt De proceskosten aan de zijde van [werknemer] worden begroot op € 265,- aan griffierecht.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [werkgever] om aan [werknemer] een aanzegvergoeding te betalen van € 1.798,29 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf 18 oktober 2025,
5.2.
veroordeelt [werkgever] in de proceskosten van € 265,-.
Deze beschikking is gegeven door mr. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026.