Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
Rechtbank Limburg
Wonen Zuid verhuurt sinds oktober 2024 een woning aan [huurder], die een huurachterstand heeft opgebouwd van vijf maanden bij dagvaarding. Ondanks aanmaningen en schuldhulpverlening is de achterstand niet volledig ingelopen. Wonen Zuid vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en betaling van de achterstand met nevenvorderingen.
[huurder] erkent de achterstand maar verzoekt ontbinding en ontruiming af te wijzen, wijst op budgetbeheer en een verwachte DUO-terugbetaling, en benadrukt de aanwezigheid van drie minderjarige kinderen, waarvan één met een autistische stoornis, waardoor ontruiming onevenredig leed zou veroorzaken.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand ernstig genoeg is voor ontbinding, wijst de achterstallige huur van €3.016,71 toe met wettelijke rente en incassokosten van €254,43 conform het Besluit buitengerechtelijke incassokosten. Het incassokostenbeding wordt niet als oneerlijk beoordeeld. De gevraagde terme de grâce wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en herhaald betalingsverzuim.
De belangen van de minderjarige kinderen worden meegewogen; ontruiming wordt niet direct uitgevoerd zolang lopende huur en betalingsregeling worden nagekomen. Bij niet-naleving geldt een ontruimingstermijn van twee maanden. [huurder] wordt tevens veroordeeld tot betaling van een gebruiksvergoeding van €727,92 per maand vanaf april 2026 tot ontruiming. Proceskosten van €1.379,45 worden aan [huurder] opgelegd.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en [huurder] wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige huur, incassokosten, gebruiksvergoeding en ontruiming binnen twee maanden.