Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
BRP-adres: [BRP adres] .
1.Onderzoek van de zaak
mr. T. Eskes (gemachtigden). De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.
2.De tenlastelegging
primair) heeft geprobeerd hem van het leven te beroven, (
subsidiair)hem zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht dan wel (
meer subsidiair) heeft geprobeerd hem zwaar lichamelijk letsel toe te brengen;
Feit 2:die [Benadeelde partij] heeft mishandeld door hem met een bloempot en/of kandelaar te slaan.
3.De beoordeling van het bewijs
Over het ontstaan van het letsel heeft de verdachte drie verklaringen afgelegd. De verdachte heeft bij de politie eerst verklaard dat [Benadeelde partij] buiten met zijn hand op het mes is gevallen. Daarna heeft de verdachte verklaard dat hij en [Benadeelde partij] op de grond aan het vechten waren en dat [Benadeelde partij] het mes toen ergens is tegengekomen. Op de terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat het mes buiten op enig moment uit zijn hand viel. [Benadeelde partij] wilde het mes toen pakken, maar het lukte de verdachte om dat sneller te doen. De verdachte kan zich niet herinneren op welk moment [Benadeelde partij] gewond is geraakt en hoe dit is gebeurd. Toen [Benadeelde partij] de poort uitrende, zag de verdachte alleen bloed op de grond.
4.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
5.Het beslag
6.De beslissing
spreektde verdachte
vrijvan de ten laste gelegde feiten;
- verklaartde benadeelde partij
[Benadeelde partij] niet-ontvankelijkin de vordering; - veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil;
gelast de teruggavevan het volgende in beslag genomen voorwerp aan de heer [Vader verdachte] , [Adres vader verdachte] :
mr. N.P.J. van de Pasch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Mooijekind, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 31 maart 2026.