ECLI:NL:RBLIM:2026:3074

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
1 april 2026
Zaaknummer
11968019 \ CV EXPL 25-4729
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Otto
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst wegens bedrijfsmatige activiteiten en huurachterstand

Weller Wonen verhuurde een woning aan twee huurders die in de woning een honden trimsalon exploiteerden, ondanks een verbod op bedrijfsmatige activiteiten in de huurovereenkomst. Weller Wonen stelde dat de huurders een bedrijf dreven, wat werd onderbouwd met bordjes, flyers en een website. Daarnaast ontstond een huurachterstand van vier maanden.

De huurders betwistten het drijven van een bedrijf en noemden het een hobbyclubje, maar verschenen niet bij de mondelinge behandeling en leverden geen overtuigend verweer tegen de onderbouwde stellingen van Weller Wonen. De kantonrechter oordeelde dat de huurders in strijd met de huurovereenkomst bedrijfsmatige activiteiten ontplooiden en dat de huurachterstand een zelfstandige grond voor ontbinding vormde.

De kantonrechter ontbond de huurovereenkomst, veroordeelde de huurders tot ontruiming binnen veertien dagen en tot betaling van de achterstallige huur met wettelijke rente. Tevens werden de proceskosten aan de huurders opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurders worden veroordeeld tot ontruiming en betaling van de huurachterstand.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11968019 \ CV EXPL 25-4729
Vonnis van 25 maart 2026
in de zaak van
STICHTING WELLER WONEN,
te Heerlen ,
eisende partij,
hierna te noemen: Weller Wonen,
gemachtigde: mr. R.W. Janssen,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

te [plaats] ,
2. voorheen genaamd
[gedaagde 2], thans
[naam] ,
te [plaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] ,
gemachtigde: mr. P.J.C. Bolton.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de akte vermeerdering van eis zijdens Weller Wonen van 19 maart 2026
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 19 maart 2026,
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
1.3.
Gedaagde sub 2, [gedaagde 2] , is zich gaandeweg deze procedure [naam] gaan noemen, en als zodanig wordt ook door partijen zelf aan hem gerefereerd. [gedaagde 2] / [naam] wordt als zodanig ook onder die laatste naam, herkenbaar met foto, vermeld op de door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] opgetuigde [website] (productie 12 bij dagvaarding). Deze naamswijziging wordt ook vermeld door de betreffende deurwaarder, die de als productie 27 bij dagvaarding gevoegde dagvaarding in kort geding heeft betekend. De kantonrechter heeft deze tenaamstelling overgenomen, ofschoon de aard en achtergrond van deze wijziging, ook desgevraagd aan de gemachtigden van partijen, onduidelijk is gebleven.

2.De feiten

2.1.
Weller Wonen verhuurt met ingang van 13 januari 2025 aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] de woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 657,40 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
2.2.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] hebben middels een bord aan hun woning, flyers en een website geadverteerd ten bate van een honden trimsalon ‘het hondenkoekje, met inschrijving bij de kamer van koophandel, prijslijsten en een verwijzing naar het adres van het gehuurde.
2.3.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] hebben daarnaast een huurachterstand tot en met maart 2026 van vier maanden laten ontstaan.

3.Het geschil

3.1.
Weller Wonen vordert na vermeerdering van eis – samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van € 2.629,60 aan huurachterstand met nevenvorderingen.
3.2.
Weller Wonen legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] oefenen in strijd met de van toepassing zijnde voorwaarden in de door hen gehuurde woning een bedrijf uit (een honden trimsalon). Daarnaast hebben zij een betalingsachterstand laten ontstaan van inmiddels vier maanden. Beide gronden rechtvaardigen volgens Weller Wonen elk op zich al de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
3.3.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] voeren verweer. Zij betwisten een bedrijf uit te oefenen in het gehuurde.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Weller Wonen heeft haar stelling dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] een honden trimsalon onder de naam ‘ [handelsnaam] ’ drijven vanuit de door hen gehuurde woning onderbouwd met producties. Zo wijst zij onder meer op bebording aan de woning met een prijslijst (productie 4 bij dagvaarding), een kopie van de website met prijslijst (gedateerd 19 mei 2025) [website] (productie 12 bij dagvaarding), op welke website ook naar het adres van het gehuurde wordt verwezen, en een flyer (productie 25 bij dagvaarding) met prijslijst en eveneens een verwijzing naar het adres van het gehuurde.
4.2.
Per e-mail van 25 maart 2025 wijst mw. [consulent] , consulent wijken en buurten bij Weller Wonen, huurders er op dat het drijven van een honden trimsalon in het gehuurde niet toegestaan is (productie 3 bij dagvaarding). In haar brief van 16 mei 2025 (productie 5 bij dagvaarding) sommeert Weller Wonen vervolgens haar huurders formeel de bedrijfsactiviteiten te staken.
4.3.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] reageren in de correspondentie wisselend op de berichten van Weller Wonen. Zij geven aan te stoppen met de honden trimsalon, dan wel stellen dat zij helemaal geen bedrijfje uitoefenen in het gehuurde, om uiteindelijk aan te geven dat er sprake zou zijn van ‘slechts’ een hobby clubje, waar tegen kostprijs honden gewassen worden. De toonzetting van hun verschillende berichten is bijtend en agressief.
4.4.
Ook in de procedure betwisten [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] formeel de stellingen van Weller Wonen. Zij betwisten het bewijs, spreken van een ‘overreactie’ van Weller op hun hobbymatige activiteiten, en achten het vorderen van ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde een veel te zwaar middel. Zij verklaren zich bereid om tijdens de mondelinge behandeling een en ander toe te lichten en open te staan voor een oplossing.
4.5.
In weerwil van deze aankondiging en anders dan hun gemachtigde, verschijnen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] beiden echter niet bij de mondelinge behandeling. De kantonrechter zal dit niet verschijnen in hun nadeel laten meewegen in de zin van art. 88 tweede Pro lid Rv. Het verweer van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] beperkt zich verder in essentie slechts tot een blote ontkenning van de door Weller Wonen aangevoerde en onderbouwde stellingen. Gezien deze uitgebreide onderbouwing door Weller hadden zij hiermee echter niet kunnen volstaan. Daarmee komt naar het oordeel van de kantonrechter vast te staan dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] gedurende langere tijd en ondanks sommaties zijdens Weller Wonen dit te staken, in weerwil van de huurovereenkomst bedrijfsmatige activiteiten hebben ontplooid vanuit de door hen gehuurde woning.
4.6.
De afweging of de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning vanwege deze activiteiten buitenproportioneel zouden zijn, kan verder achterwege blijven, nu deze vorderingen reeds gerechtvaardigd worden door een (niet weersproken) inmiddels ontstane huurachterstand tot en met maart 2026 van vier maanden. De kantonrechter zal deze vorderingen dan ook toewijzen, alsook de gevorderde betaling van die achterstand met nevenvorderingen.
4.7.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Weller Wonen worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,43
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
408,00
(2 punten × € 204,00)
- nakosten
126,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
689,43

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres] ,
5.2.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Weller Wonen zijn, en de sleutels af te geven aan Weller Wonen,
5.3.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] om te betalen aan Weller Wonen een bedrag van € 2.629,60 aan achterstallige huur tot en met maart 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde huurtermijnen, telkens te rekenen vanaf de vervaldata van die huurtermijnen tot de dag van voldoening,
5.4.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] in de proceskosten van € 689,43, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Otto en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026.