Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek met producties 1 en 2,
- de conclusie van dupliek met productie.
Rechtbank Limburg
Gedaagde is een zorgverzekeringsovereenkomst aangegaan met CZ en is verplicht maandelijks premie te betalen. Zij heeft de premie over februari en juni 2024 niet voldaan. Ondanks een betalingsregeling per januari 2025, is deze niet nagekomen, waarna CZ een procedure startte.
Gedaagde erkent de openstaande premie, maar voert aan dat een administratieve fout van Kredietbank Limburg, haar budgetbeheerder, de oorzaak is van de niet-betaling. De rechtbank oordeelt dat dit geen reden is om de betalingsverplichting te ontlopen. De verantwoordelijkheid blijft bij gedaagde.
CZ vordert betaling van € 265,60 plus proceskosten. De rechtbank wijst de vordering toe en veroordeelt gedaagde tot betaling van de premie en de proceskosten van € 496,97. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige premie en proceskosten.