Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid[B.V. 1] ,
2.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid[B.V. 2] ,
2. de rechtspersoon naar Belgisch recht
1.Het verloop van de procedure
- de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie met producties 3 t/m 60;
[B.V. 2] . Dat concern exploiteert een vijftal doe-het-zelfzaken. Binnen het concern exploiteert [B.V. 2] de winkel in de gemeente Landgraaf .
- in artikel 1.2 dat de UAV 2012 van toepassing is op de overeenkomst, tenzij daarvan in de aannemingsovereenkomst wordt afgeweken;
- in artikel 7.2 dat het werk uiterlijk opgeleverd wordt op 28 februari 2023;
- in artikel 7.4 dat [B.V. 1] bij een bouwtijdoverschrijding aanspraak heeft op een
- in artikel 16.1 dat Nederlands recht van toepassing is;
- in artikel 16.2 dat alle geschillen die naar aanleiding van de aannemingsovereenkomst ontstaan tussen de aannemer en de opdrachtgever ter keuze van de opdrachtgever worden beslecht door de gewone rechter te Nederland, dan wel de Raad van Arbitrage voor de Bouw te Utrecht;
16 oktober 2023 [2] laat [firma] weten dat ze geprobeerd heeft de vloer oppervlakkig schoon te slijpen, maar dat dit geen voldoende resultaat heeft opgeleverd. Volgens [firma] zal er diep geslepen moeten worden. Omdat bij diep slijpen een “lappendeken” ontstaat, heeft [firma] een offerte opgesteld voor de behandeling van de hele vloer. De offerte bedraagt € 335.101,00 exclusief btw.
[B.V. 1] aan Geenard aangekondigd dat zij [firma] zou opdragen de vloer te herstellen overeenkomstig de herstelofferte van deze en heeft zij Geenard verzocht uiterlijk op
9 februari 2024 aan te geven of zij haar werkzaamheden zou voortzetten en het project zou afronden. [8] Geenard heeft daar niet op gereageerd.
[deskundige 1] (verder te noemen: [deskundige 1] ) heeft op 11 mei 2025 een rapport uitgebracht over de vloer. [15] Volgens [deskundige 1] is tijdens een plaatsbezoek gebleken dat het overgrote deel van de betonvloer niet onderhevig is geweest aan accuzuurbelasting. [deskundige 1] meent dat de behandeling van de gehele vloer, met inbegrip van zelfs vlekbestendig maken met nano coating niet “weerhouden kan worden”. De rechtbank begrijpt dat daarmee wordt bedoeld: in aanmerking komen. [16] De door [firma] voorgestelde wijze van herstel houdt volgens hem immers een verbetering in en strookt niet met het functionele karakter van de vloer. [deskundige 1] concludeert in zijn rapport dat de betonvloer op verschillende plaatsten oppervlakkig is beschadigd door meerdere oorzaken. [deskundige 1] acht het aanbod van Concrete
Masters de meest passende behandeling. Na evaluatie ter plaatse en rekening houdend met het gevraagde en het volgens hem zeer geringe kleurverschil dat na de behandeling op basis van de door Concrete Masters geadviseerde methode nog aanwezig zou zijn, is hij van mening dat de schade in redelijkheid kan worden begroot op € 35.400,00.
3.Het geschil
Geenard is gehouden om de schade van [B.V. 1] uit hoofde van de aannemingsovereenkomst, voornoemd onder I., te vergoeden aan [B.V. 1] ;
- € 225.400,00 ex btw aan schade betonvloer;
- € 172.000,00 ex btw aan herstelkosten conform offerte [installatiebedrijf] ;
- € 282.500,00 ex btw aan kosten afronding werk conform offerte [installatiebedrijf] ;
- € 1.320.000,00 ex btw aan gederfde huurinkomsten;
- € 50.000,00 aan boete voor bouwtijdoverschrijding;
- € 3.274,50 aan huurkosten stroomaggregaat;
- € 9.645,60 aan misgelopen opbrengst teruglevering PV-installatie februari t/m april 2024;
- € 3.094,57 aan misgelopen opbrengst teruglevering PV-installatie mei t/m oktober 2024;
- € 4.284,33 ex btw meerwerk mediaservice brandmelding/ontruiming.
[B.V. 2] in verband met de aannemingsovereenkomst en aansprakelijk is voor de dientengevolge geleden schade van [B.V. 2] , waaronder haar gederfde inkomsten;
Geenard is gehouden om de hiervoor onder A. genoemde schade te vergoeden aan [B.V. 2] ;
4.De beoordeling
4 april 2014 betreffende verzekeringen de benadeelde partij een rechtstreekse vordering heeft op de verzekeraar. Op de rechtsverhouding tussen [B.V. 1] en [B.V. 2] enerzijds en KBC anderzijds is dus Belgisch recht van toepassing.
De betonvloer
[B.V. 1] voorgestane wijze van herstel leidt bovendien tot een verbetering van de vloer ten opzichte van hetgeen daarover tussen partijen oorspronkelijk was overeengekomen. Dat maakt dat de kosten van herstel van de hele vloer als disproportioneel moeten worden geoordeeld.
€ 35.400,00aan [B.V. 1] verschuldigd is en, nu dat bedrag zich nog op de derdenrekening bevindt, zal de rechtbank Geenard veroordelen om dat geld aan [B.V. 1] te betalen.
De bouwvertraging
periode 1 december 2023 tot 1 december 2024 berekent [B.V. 1] op € 1.320.000,00 (€ 110.000,00 exclusief btw per maand x 12 maanden). [B.V. 1] maakt daarnaast aanspraak op de contractuele boete voor overschrijding van de bouwtijd van € 50.000,00.
28 februari 2023 diende op te leveren, maar dat deze datum in overleg is verschoven.
Partijen zijn in oktober 2023 overeengekomen dat Geenard haar werkzaamheden op
1 december 2023 zou opleveren. Dat laatste neemt volgens [B.V. 1] niet weg dat Geenard op 28 februari 2023 automatisch in verzuim verkeerde, nu zij niet om een verlenging van de oplevertermijn op grond van artikel 8 lid 4 UAV Pro 2012 heeft verzocht.
verlenging van de bouwtermijn is gevraagd door Geenard . Partijen hebben
samenin overleg
28 februari 2023 als opleverdatum laten vallen. Daardoor is paragraaf 8 lid 4 UAV 2012, dat een regeling biedt voor verlenging van de oplevertijd hetzij op verzoek van de opdrachtgever hetzij op verzoek van de opdrachtnemer, niet meer van toepassing. Van verzuim van rechtswege als gevolg van paragraaf 8 lid 4 UAV 2012 per 28 februari 2023 is daarom geen sprake.
partijen slechts waren overeengekomen dat de werkzaamheden per 1 december zouden worden opgeleverd.”, leidt niet tot een ander oordeel. Deze uitlating is niet te beschouwen als een gerechtelijke erkenning door Geenard , want Geenard heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat het een verklaring betreft die is gebaseerd op een verkeerde uitleg van de advocaat van Geenard van hetgeen partijen zijn overeengekomen (of: hebben afgesproken over beëindigen werkzaamheden vanwege de stellingbouw).
[B.V. 1] met ingang van die datum niet het winkelpand aan [B.V. 2] ter beschikking kon stellen ter uitvoering van de met deze gesloten huurovereenkomst. De vordering onder I ten aanzien van de bouwvertraging zal worden afgewezen.
Technische tekortkomingen
13 februari 2024 door [B.V. 1] is gesommeerd het werk te verlaten, hetgeen door [B.V. 1] met een e-mail van diezelfde dag is bevestigd. [32] Uit de e-mail van 13 februari 2024 [33] blijkt dat Geenard is gedwongen het werk te verlaten en te ontruimen en de sleutels van de werf in te leveren. In een tweede e-mail van die dag heeft Geenard zich uitdrukkelijk bereid verklaard het aangenomen werk overeenkomstig de aannemingsovereenkomst af te maken, indien en zodra [B.V. 1] nog openstaande facturen zou betalen. Geenard stelt derhalve terecht dat zij niet in verzuim is, omdat niet is gesteld of gebleken dat Geenard in gebreke is gesteld, dan wel dat een dergelijke ingebrekestelling niet nodig was om het verzuim te doen intreden.
€ 1.250,00dan ook toewijzen.
31 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige zal deze vordering worden afgewezen.
[B.V. 1] slechts in beperkte mate in het gelijk is gesteld en in wezenlijke mate in het ongelijk.
5.De beslissing
Geenard en KBC , begroot op € 5.841,50 binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [B.V. 2] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [B.V. 2] € 98,00 extra betalen;
€ 88.350,00 te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro vanaf 4 juni 2025 tot aan de dag van algehele voldoening;