De minderjarige verzoekt de kinderrechter om het besluit van de jeugdhulpaanbieder Via Jeugd tot opheffing van de schorsing van de gesloten machtiging te laten vervallen. Dit besluit was genomen vanwege meerdere overtredingen van de voorwaarden door de minderjarige, waaronder onttrekking aan toezicht en risicovol gedrag zoals automutilatie.
De kinderrechter constateert enkele formele onvolkomenheden in de besluitvorming, zoals het ontbreken van een handtekening van de trajectmanager, maar acht deze van gering belang en niet schadelijk voor de rechtspositie van de minderjarige. De formele vereisten van de Jeugdwet zijn verder nageleefd.
Inhoudelijk oordeelt de kinderrechter dat de gesloten plaatsing noodzakelijk is vanwege het patroon van weglopen en risicovol gedrag, en dat minder ingrijpende maatregelen onvoldoende zijn. De minderjarige is nog niet in staat gebleken mee te werken aan een voorwaardelijke machtiging. De kinderrechter wijst het verzoek af en bevestigt het besluit tot opheffing van de schorsing tot 7 mei 2026.
De kinderrechter benadrukt dat Via Jeugd en de voogd zich moeten inspannen voor een passende vervolgplek in een kleinschalige open groep, bij voorkeur met dieren, en verwacht van de minderjarige dat zij zich aan de jeugdhulpvoorwaarden houdt om verdere stabilisatie mogelijk te maken.