Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2026:3541

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
15 april 2026
Zaaknummer
11959116 \ CV EXPL 25-4802
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Van den Berg Jeths-van Meerwijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 140 lid 3 RvArt. 6:44 lid 1 BWArt. 6:96 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering uit koopovereenkomst met veroordeling tot betaling en incassokosten

Tower Living B.V. heeft goederen verkocht en geleverd aan een vennootschap onder firma, waarbij een deel van de facturen onbetaald bleef. Na een gedeeltelijke betaling vordert Tower Living betaling van het resterende bedrag, vermeerderd met rente en buitengerechtelijke incassokosten.

In de procedure verschijnt slechts één van de gedaagden, terwijl tegen de anderen verstek wordt verleend. De kantonrechter oordeelt dat de vorderingen terecht zijn en wijst deze toe, inclusief een redelijke vergoeding voor incassokosten op basis van de toepasselijke algemene voorwaarden en wettelijke normen.

Het verzoek van de gedaagde partij om een betalingsregeling vast te leggen wordt afgewezen omdat de kantonrechter daartoe niet bevoegd is. De gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het bedrag, rente, incassokosten en proceskosten, met uitvoerbaarheid bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van openstaande facturen, rente, incassokosten en proceskosten, zonder vastlegging van betalingsregeling.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11959116 \ CV EXPL 25-4802
Vonnis van 22 april 2026
in de zaak van
TOWER LIVING B.V.,
te Nijmegen,
eisende partij,
hierna te noemen: Tower Living,
gemachtigde: [gemachtigde],
tegen

1.[gedaagde partij 1] V.O.F.,

te [plaats] ,
gemachtigde: mr. J.P.A. Feijen,
2.
[gedaagde partij 2] , in zijn hoedanigheid van beherend vennoot van gedaagde sub 1,
te [plaats] ,
gemachtigde: mr. J.P.A. Feijen,
3.
[gedaagde partij 3] , in zijn hoedanigheid van beherend vennoot van gedaagde sub 1,
te [plaats] ,
niet verschenen,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: gedaagden en afzonderlijk [gedaagde partij 1] , [gedaagde partij 2] en [gedaagde partij 3]

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek en akte vermindering van eis
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Tower Living heeft in de periode februari tot en met april 2025 goederen aan [gedaagde partij 1] verkocht en geleverd.
2.2.
De aan [gedaagde partij 1] gezonden facturen zijn aanvankelijk tot een bedrag van € 7.795,08 onbetaald gebleven. Op 15 januari 2026 is er een bedrag van € 500,00 betaald, met welk bedrag Tower Living haar eis heeft verminderd.

3.Het geschil

3.1.
Tower Living vordert – samengevat en na vermindering van eis - veroordeling van gedaagden tot betaling van € 9.030,82, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
[gedaagde partij 2] voert refereert zich ten aanzien van de hoofdsom en de rente aan het oordeel van de kantonrechter. Verder concludeert [gedaagde partij 2] tot afwijzing dan matiging van de buitengerechtelijke kosten en verzoekt hij een betalingsregeling vast te leggen.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Meerdere gedaagden
4.1.
Alleen [gedaagde partij 2] is in de procedure verschenen. De kantonrechter constateert dat ten aanzien van [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 3] de voorgeschreven formaliteiten en termijnen in acht zijn genomen, maar niet zijn verschenen. Tegen deze gedaagden wordt daarom verstek verleend.
Tussen alle gedaagden wordt één vonnis gewezen, dat als een vonnis op tegenspraak wordt beschouwd. [1]
De vorderingen zelf
4.2.
Ten aanzien van [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 3] komen de vorderingen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zullen daarom worden toegewezen.
4.3.
[gedaagde partij 2] heeft de gevorderde hoofdsom en rente erkend, althans heeft hij zich ter zake gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter. De kantonrechter is van oordeel dat de gevorderde hoofdsom en rente kunnen worden toegewezen omdat deze (neven)vorderingen zijn erkend althans dat hiertegen geen verweer is gevoerd. De door [gedaagde partij 2] aangevoerde omstandigheden maken dit niet anders, hoe vervelend de situatie ook is voor [gedaagde partij 2]
4.4.
Het verweer van [gedaagde partij 2] richt zich enkel op de gevorderde buitengerechtelijke kosten. Deze vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Partijen zijn in artikel 9 onder Pro e van de toepasselijke algemene voorwaarden een vergoeding overeengekomen die van de wettelijke regeling afwijkt. Omdat [gedaagde partij 2] heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf, mag van de wettelijke regeling worden afgeweken. Daarom zal de vordering worden getoetst aan de oriëntatiepunten in het Rapport BGK-integraal, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. Tower Living heeft voldoende onderbouwd gesteld en aangetoond dat er buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht die toewijzing van incassokosten rechtvaardigen. Er zijn per e-mail aanmaningen gestuurd en er heeft telefonisch contact plaatsgevonden. Tower Living heeft daarom recht op betaling van € 764,75 aan incassokosten. Er is inmiddels een bedrag van € 500,00 in mindering betaald. Deze strekt volgens de wet in mindering op de buitengerechtelijke kosten. [2] Dit houdt in dat een bedrag van € 264,75 wordt toegewezen.
4.5.
[gedaagde partij 2] verzoekt om een betalingsregeling vast te leggen in het vonnis. De kantonrechter heeft deze bevoegdheid niet. Het is aan partijen om dit zelf te regelen.
Ook stelt [gedaagde partij 2] dat er inmiddels nog drie deelbetalingen van € 500,00 zijn gedaan. Een bewijs hiervan heeft hij niet overlegd, terwijl Tower Living hierop ook niet heeft kunnen reageren. Met dit verweer kan daarom geen rekening worden gehouden. Dat laat echter onverlet dat aantoonbare gedane betalingen in mindering zullen strekken op de veroordelingen die hierna worden uitgesproken.
4.6.
Gedaagden zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Tower Living worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
99,59
- griffierecht
362,00
- salaris gemachtigde
360,00
(1 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.556,38
4.7.
De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt gedaagden om aan Tower Living te betalen een bedrag van € 8.361,56, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 1% per maand over een bedrag van € 7.795,08, met ingang van 22 oktober 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt gedaagden om aan Tower Living te betalen een bedrag van € 264,75 aan buitengerechtelijke kosten,
5.3.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten van € 1.556,38, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagden niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Berg Jeths-van Meerwijk en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.

Voetnoten

1.Artikel 140, lid 3 Rv
2.Artikel 6:44 lid 1 BW Pro