ECLI:NL:RBLIM:2026:3592

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
15 april 2026
Zaaknummer
11975410 \ CV EXPL 25-5040
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Piëtte
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:307 BWArt. 7:28 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling energiecontract verjaard wegens onvoldoende bewijs stuiting

In deze civiele bodemzaak vordert Innova Energie betaling van openstaande voorschotbedragen en een opzegvergoeding van [gedaagde], die een energiecontract had afgesloten via www.gaslicht.com. [gedaagde] betaalde niet alle voorschotbedragen en zegde het contract vroegtijdig op, waarna Innova een opzegvergoeding in rekening bracht.

[gedaagde] verweert zich met het verweer dat de vordering verjaard is. De rechtbank overweegt dat de facturen dateren van april tot juni 2020. De verjaringstermijn voor de opzegvergoeding is vijf jaar, voor de overige bedragen twee jaar. Innova stelt dat de verjaring is gestuit door een veertiendagenbrief en telefonisch contact, maar kan dit niet aantonen. De brief is niet bewezen ontvangen en de inhoud van de telefoongesprekken is onduidelijk en betwist.

De rechtbank oordeelt dat de vordering tot betaling van voorschotbedragen en opzegvergoeding is verjaard. Ook de rente en buitengerechtelijke kosten worden afgewezen. Innova wordt veroordeeld in de proceskosten van €360,00 plus eventuele kosten van betekening. Het meer of anders gevorderde wordt eveneens afgewezen.

Uitkomst: De vordering van Innova Energie wordt afgewezen wegens verjaring en onvoldoende bewijs van stuiting.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11975410 \ CV EXPL 25-5040
Vonnis van 29 april 2026
in de zaak van
INNOVA ENERGIE B.V.,
te Delft,
eisende partij,
hierna te noemen: Innova,
gemachtigde: B.E.J. Caminada,
tegen
[gedaagde],
in de [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. G. Debije.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] heeft via de website www.gaslicht.com een energiecontract bij Innova afgesloten voor de duur van een jaar.
2.2.
Niet alle voorschotbedragen zijn door [gedaagde] betaald.
2.3.
[gedaagde] heeft de overeenkomst vroegtijdig opgezegd en Innova heeft op basis van haar algemene voorwaarden een opzegvergoeding in rekening gebracht.

3.Het geschil

3.1.
Innova vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 456,55, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Innova, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Innova, met veroordeling van Innova in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

De vordering is verjaard
4.1.
[gedaagde] stelt zich op het standpunt dat de vordering verjaard is. Slaagt dit verweer dan heeft Innova geen opeisbare vordering. De kantonrechter is van oordeel dat de vordering is verjaard. Voor dit oordeel is het volgende van belang.
4.2.
Het gaat in deze procedure om betaling van de facturen in de periode van 1 april 2020 tot en met 23 juni 2020. Bij die facturen zijn voorschotbedragen en de eindafrekening in rekening gebracht. In het bedrag van de eindafrekening is de opzegvergoeding begrepen.
4.3.
De verjaringstermijn voor de opzegvergoeding is vijf jaar volgens artikel 3:307 BW Pro, terwijl de overige factuurbedragen overeenkomstig artikel 7:28 BW Pro na verloop van twee jaar verjaren. Innova stelt dat de verjaring is gestuit. Zo is op 17 november 2021 de veertiendagenbrief gestuurd naar het adres waar [gedaagde] toen stond ingeschreven.
[gedaagde] heeft tot tweemaal toe telefonisch contact opgenomen, waarvan de eerste keer op 22 november 2021 en laatste keer op 5 augustus 2022. Op 11 maart 2024 is opnieuw een sommatie gestuurd en op 3 november 2025 is vervolgens de dagvaarding betekend.
4.4.
Verjaring kan worden gestuit door een daad van rechtsvervolging (het instellen van een eis door middel van een dagvaarding of een verzoekschrift), door een schriftelijke aanmaning of mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt, of door erkenning door de schuldenaar. De stelplicht en de bewijslast van de stuiting rust op de schuldeiser. Innova stelt weliswaar dat zij [gedaagde] aanmaningen heeft gestuurd en dat [gedaagde] tot tweemaal toe telefonisch contact heeft opgenomen om aan te geven dat zij financieel niet in staat was om de vordering te voldoen, maar toont dit niet aan. In het licht van de betwisting door [gedaagde] had dit wel gemoeten.
Zo heeft Innova niet aangetoond dat de veertiendagenbrief van 17 november 2021 [gedaagde] daadwerkelijk heeft bereikt. Concreet bewijs daarvan is niet geleverd. Het is onvoldoende om te stellen dat deze naar het adres zijn gestuurd waar [gedaagde] volgens het BRP woonachtig was. Ook de stelling dat [gedaagde] naar aanleiding van de veertiendagenbrief telefonisch contact heeft opgenomen, kan Innova niet baten. De inhoud van het telefoongesprek is niet bekend en de uitleg die Innova hieraan geeft, wordt door [gedaagde] betwist. Dit geldt overigens ook voor het telefoongesprek dat op 5 augustus 2022 zou hebben plaatsgevonden.
4.5.
Omdat Innova niet heeft aangetoond dat de verjaring door de brief van 17 november 2021 en het telefoongesprek op 22 november 2021 is gestuit, is de vordering van de voorschotbedragen en de eindafrekening verjaard in juni 2022.
4.6.
Ook de vordering tot betaling op de opzegvergoeding is verjaard. Voor de vraag of deze vordering is verjaard is de brief van 11 maart 2024 van belang. [gedaagde] betwist ook deze brief te hebben ontvangen en ook hier geldt dat, wil deze brief het beoogde rechtsgevolg hebben, deze brief [gedaagde] moet hebben bereikt.
4.7.
Innova heeft geen bewijs van haar stellingen aangeboden en de kantonrechter ziet ook geen aanleiding om Innova ambtshalve toe te laten tot bewijslevering.
De vordering van Innova wordt afgewezen. De vorderingen tot betaling van rente en buitengerechtelijke kosten treft hetzelfde lot.
De proceskosten
4.8.
Innova is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
288,00
(2 punten × € 144,00)
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
360,00

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van Innova af,
5.2.
veroordeelt Innova in de proceskosten van € 360,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Innova niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026.