Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2026:3593

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
15 april 2026
Zaaknummer
ROE 23/925
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:182 BWAlgemene Verordening Gegevensbescherming
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep inzage persoonsgegevens na overlijden eiser

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Financiën over inzage van zijn persoonsgegevens in de Fraude Signalering Voorziening (FSV) op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De minister had het inzageverzoek gedeeltelijk toegewezen, maar eiser was het niet eens met het besluit en maakte bezwaar. Tijdens de beroepsprocedure is eiser overleden.

De levenspartner en gemachtigde van eiser heeft zich bij de rechtbank gemeld en wenst de procedure voort te zetten. De rechtbank beoordeelt ambtshalve of dit mogelijk is. Volgens de rechtbank zijn rechten die voor overgang vatbaar zijn, zoals eigendomsrechten, overdraagbaar op erfgenamen, maar het recht op inzage van persoonsgegevens is een persoonlijk recht en gaat niet over op erfgenamen.

Omdat de gemachtigde geen erfgenaam is en het recht op inzage niet overdraagbaar is, kan de procedure niet worden voortgezet. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en beoordeelt het bestreden besluit niet inhoudelijk. Het besluit van de minister blijft daarmee in stand.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het recht op inzage persoonsgegevens niet overdraagbaar is en de gemachtigde geen erfgenaam is.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 23/925

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16pril 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

de minister van Financiën

(gemachtigden: mr. M.A.N. van de Kerkhoff, mr. M.M.J. Hoek).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank op het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van 23 maart 2023 (het bestreden besluit). De minister is met het bestreden besluit bij zijn besluit op het inzageverzoek van eiser van 2 juni 2022 gebleven.
1.1
De rechtbank heeft het beroep op 4 maart 2026 op een zitting behandeld. Aan de zitting hebben de gemachtigde van eiser [naam gemachtigde] en de gemachtigden van de minister deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

2. Het beroep gaat over inzage van de persoonsgegevens van eiser die de minister in de Fraude Signalering Voorziening (FSV) heeft opgenomen. De minister heeft het verzoek opgevat als een inzageverzoek op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en gedeeltelijk toegewezen. Eiser is het niet eens met het besluit over de inzage van zijn persoonsgegevens dat de minister heeft genomen naar aanleiding van zijn bezwaar tegen de gedeeltelijke inzage die hij heeft gekregen. Eiser is gedurende de beroepsprocedure overleden. Zijn gemachtigde en gewezen levenspartner (gemachtigde) heeft zich onlangs bij de rechtbank gemeld en wil de procedure voortzetten.
3. De rechtbank moet ambtshalve beoordelen of de gemachtigde de procedure kan voortzetten.
4. Bij overlijden gaan voor overgang vatbare rechten van rechtswege [1] over van de overledene (de erflater) op zijn erfgenamen. Een persoonlijk recht is geen voor overgang vatbaar recht.
Het recht op inzage van persoonsgegevens op grond van de AVG is een persoonlijk recht. Alleen de betrokkene zelf kan dat recht inroepen. Het wordt daarom geen recht van de erfgenamen. Zij hebben daarom niet de mogelijkheid om over dat recht te procederen. [2]
5. Deze procedure gaat over het persoonlijk recht van eiser op inzage van zijn persoonsgegevens op grond van de AVG. Omdat dit recht niet overgaat op zijn erfgenamen, hebben erfgenamen niet de mogelijkheid over dit recht te procederen, in dit geval zijn beroepsprocedure voortzetten. Daarbij komt nog dat de gemachtigde op de zitting heeft verklaard dat zij geen erfgenaam van eiser is. Ook daarom heeft zij niet de mogelijkheid deze beroepsprocedure voort te zetten.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en het bestreden besluit blijft bestaan. De reden hiervoor is dat de mogelijkheid om de procedure voort te zetten in dit geval niet bestaat. Die mogelijkheid is er alleen voor erfgenamen in geval sprake is van rechten die voor overgang vatbaar zijn. Aan beide voorwaarden is in dit geval niet voldaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.J.J. Derks-Voncken, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.W.C.M. Frings, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 16 april 2026
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 16 april 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Dit betekent dat dit automatisch gebeurt, in dit geval op grond van artikel 4:182 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 24 januari 2023 (ECLI:NL:RBDHA:2023:612).