Uitspraak
RECHTBANK limburg
[naam] h.o.d.n. Immosa makelaardij, te Maastricht, eiser
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026.
Rechtbank Limburg
Eiser, handelend onder de naam Immosa makelaardij, kreeg van het college van burgemeester en wethouders van Maastricht een last onder dwangsom opgelegd omdat hij niet voldeed aan een vordering tot het verstrekken van zakelijke gegevens over de periode 1 juli 2023 tot 1 oktober 2025. Dit betrof een onderzoek naar het in rekening brengen van dubbele bemiddelingskosten aan (kandidaat) huurders, wat volgens de Wet goed verhuurderschap verboden is.
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit en stelde onder meer dat de wettelijke grondslag voor een generiek onderzoek ontbrak, dat de gevorderde periode te lang was, dat de escalatieladder niet was gevolgd en dat het onderzoek disproportioneel was. De voorzieningenrechter oordeelde dat de bevoegdheid tot het vorderen van inzage en inlichtingen gebaseerd is op de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de Wet goed verhuurderschap (Wgv). De gevorderde periode was afgebakend en niet ongelimiteerd.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de escalatieladder niet van toepassing is op de last onder bestuursdwang op grond van de Awb, maar pas op een eventueel vervolgtraject bij overtreding. Het onderzoek was niet disproportioneel omdat er concrete aanwijzingen waren van overtredingen en niet alle huurders melding maken. De dwangsom was proportioneel en afgestemd op het mogelijke financiële voordeel van eiser. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.