Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2026:3659

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
17 april 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
C/03/350391 / KG ZA 26-95
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • Etman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArtikel 3.16 Landelijk procesreglementArtikel 1.2 onder s. Landelijk procesreglementArtikel 3 Algemene Termijnenwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Executiegeschil over dwangsommen en executoriale beslagen in kort geding

Solar Concept werd door de rechtbank Limburg veroordeeld tot het verstrekken van vier specifieke documenten aan [gedaagde partij] met een dwangsom voor niet-naleving. Solar Concept stuurde tijdig de gevraagde stukken, maar [gedaagde partij] stelde dat niet alle benodigde documenten waren verstrekt en legde executoriale beslagen en dwangsommen op.

In kort geding vorderde Solar Concept staking van de executie, opheffing van de beslagen en terugbetaling van geïncasseerde dwangsommen. De voorzieningenrechter oordeelde dat Solar Concept voldoende aannemelijk had gemaakt dat zij aan het vonnis had voldaan en dat de executie onrechtmatig was.

De executoriale beslagen werden opgeheven, de dwangsommen terugbetaald voor zover geïncasseerd, en [gedaagde partij] werd veroordeeld tot betaling van een dwangsom bij niet-naleving van het vonnis. De proceskosten werden aan [gedaagde partij] opgelegd.

Uitkomst: De voorzieningenrechter oordeelt dat Solar Concept tijdig aan het vonnis heeft voldaan, heft de executoriale beslagen op en veroordeelt [gedaagde partij] tot terugbetaling van geïncasseerde dwangsommen.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/350391 / KG ZA 26-95
Vonnis in kort geding van 17 april 2026
in de zaak van
SOLAR CONCEPT B.V.,
te Schaijk, gemeente Maashorst,
eisende partij,
hierna te noemen: Solar Concept,
advocaat: mr. G.E. Tip,
tegen
[gedaagde partij],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
advocaat: mr. S.J.M. Peters.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure in kort geding blijkt uit:
- de dagvaarding van 24 maart 2026, met de producties 1 t/m 11,
- de aanvullende productie 12 van Solar Concept,
- de producties 1 (1a t/m 1c) t/m 3 van [gedaagde partij] [1] ,
- de mondelinge behandeling van 7 april 2026,
- de pleitnotities van Solar Concept,
- de spreekaantekeningen van [gedaagde partij] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Solar Concept is bij vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 8 oktober 2025, met zaaknummer C/03/327786 / HA ZA 24-92 [2] , uitvoerbaar bij voorraad, veroordeeld om binnen veertien dagen na betekening van dat vonnis, ter zake de installatie aan de [adres] , de volgende stukken aan [gedaagde partij] te verstrekken:
1) een kopie van de volledige (SCIOS) Scope 12 keuring,
2) het bewijsmateriaal dat op of omstreeks 11 oktober 2023 aan keurder Reeder Ti B.V. [3] is toegezonden,
3) het kabel(string)plan,
4) het ballastplan. [4]
Solar Concept is eveneens veroordeeld om aan [gedaagde partij] een dwangsom te betalen van
€ 250,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan (een deel van) deze veroordeling voldoet, tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt. [5]
2.2.
Partijen hebben geen hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank.
2.3.
Solar Concept heeft op 27 oktober 2025 een e-mail met bijlagen aan [gedaagde partij] gezonden [6] . Die bijlagen omvatten volgens Solar Concept de hiervoor onder 2.1. vermelde stukken. Solar Concept verzoekt [gedaagde partij] om binnen twee dagen haar te bevestigen dat zij hiermee aan het vonnis van de rechtbank heeft voldaan.
2.4.
[gedaagde partij] heeft op 28 oktober 2025 het vonnis van de rechtbank aan Solar Concept doen betekenen.
2.5.
Solar Concept heeft [gedaagde partij] op 3 november 2025 bij e-mail opnieuw gevraagd haar te bevestigen dat zij aan het vonnis van de rechtbank heeft voldaan. [7] Nadat [gedaagde partij] ook op dit verzoek van Solar Concept niet reageerde, heeft Solar Concept bij
e-mail van 11 november 2025 [gedaagde partij] bericht dat zij, omdat alle stukken conform het vonnis van de rechtbank door haar zijn aangeleverd, de kwestie hiermee als afgedaan beschouwt. [8]
2.6.
[gedaagde partij] heeft bij e-mail van 12 november 2025 [9] gereageerd op de bovenstaande e-mails van Solar Concept. Volgens [gedaagde partij] zijn nog niet alle stukken als bedoeld in de beslissing 5.5. van het vonnis van de rechtbank met hem gedeeld. Hij wil aanvullende informatie ontvangen en maakt aanspraak op verbeurde dwangsommen.
2.7.
[gedaagde partij] heeft bij e-mail van 14 november 2025 [10] Solar Concept meegedeeld dat hij de installatie opnieuw wil laten keuren en dat hij in verband hiermee nog documenten van Solar Concept moet ontvangen (het ballastplan en eendraadschema). [gedaagde partij] heeft opnieuw aanspraak gemaakt op verbeurte dwangsommen.
2.8.
Solar Concept heeft bij e-mail van 28 november 2025 [11] [gedaagde partij] bericht dat zij slechts was veroordeeld tot verstrekking van de vier in het vonnis van de rechtbank concreet omschreven stukken en niet meer.
2.9.
Bij exploot van 4 maart 2026 [12] is door de deurwaarder in opdracht van [gedaagde partij] aan Solar Concept bevel gedaan tot betaling van de verbeurde dwangsommen, vermeerderd met kosten, in totaal € 25.169,15.
2.10.
[gedaagde partij] heeft op 9 maart 2026, ten laste van Solar Concept, executoriaal derdenbeslag laten leggen onder de coöperatie Coöperatieve Rabobank U.A. en onder ABN AMRO Bank N.V. Voorts heeft [gedaagde partij] executoriaal beslag laten leggen op een aanhangwagen van Solar Concept van het merk Hapert met kenteken [kenteken] . [13]

3.Het geschil

3.1.
Solar Concept vordert - samengevat - bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. [gedaagde partij] te veroordelen de executie van het vonnis van de rechtbank te staken en gestaakt te houden, voor zover die executie strekt tot inning van door [gedaagde partij] gestelde verbeurde dwangsommen ter zake van de veroordeling onder 5.5. en 5.6. van dat vonnis, in elk geval zolang omtrent de verschuldigdheid daarvan niet door de bodemrechter is beslist;
2. de door [gedaagde partij] gelegde executoriale beslagen ten laste van Solar Concept,
waaronder begrepen:
- het executoriale derdenbeslag onder ABN AMRO Bank N.V,
- het executoriale derdenbeslag onder Coöperatieve Rabobank U.A, en
- het executoriale beslag op de aanhangwagen van het merk Hapert met kenteken
[kenteken] ,
op te heffen, althans [gedaagde partij] te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis al datgene te doen wat nodig is om deze beslagen te doen opheffen en opgeheven te houden;
3. [gedaagde partij] te veroordelen tot terugbetaling aan Solar Concept van al hetgeen uit hoofde van de gestelde verbeurte van dwangsommen reeds is geïncasseerd, ontvangen of uitgekeerd, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van ontvangst tot aan de dag van algehele terugbetaling;
4. te bepalen dat [gedaagde partij] een dwangsom verbeurt van € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij handelt in strijd met het onder 1, 2 en/of 3 gevorderde,
met een maximum van € 50.000,00;
5. [gedaagde partij] te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
Solar Concept legt aan haar vorderingen - kort samengevat - ten grondslag dat zij tijdig aan het vonnis van de rechtbank heeft voldaan en geen dwangsommen heeft verbeurd. Executie van dat vonnis (de beslissingen 5.5. en 5.6.) is dan ook onrechtmatig, aldus Solar Concept. Doordat [gedaagde partij] ten onrechte executoriale (derden)beslagen ten laste van Solar Concept heeft laten leggen en dwangsommen heeft geïnd, is Solar Concept ernstig in haar bedrijfsvoering geraakt. Solar Concept stelt dat zij gelet hierop een spoedeisend belang heeft bij toewijzing van de gevorderde voorzieningen.
3.3.
[gedaagde partij] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Solar Concept, met veroordeling van Solar Concept in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

De omvang van het procesdossier - producties 1 t/m 13 van [gedaagde partij]
4.1.
heeft op vrijdag 3 april 2026 te 13:53 uur de producties 1 tot en met 13 ingediend. Solar Concept heeft op de mondelinge behandeling bezwaar gemaakt tegen de niet tijdige indiening van die producties en de voorzieningenrechter verzocht die producties buiten beschouwing te laten. [14]
4.2.
De voorzieningenrechter heeft tijdens de mondelinge behandeling van 7 april 2026 geoordeeld dat die producties in beginsel te laat zijn ingediend. Op grond van artikel 3.16 van het Landelijk procesreglement moeten deze producties uiterlijk 24 uur (één werkdag) voor de mondelinge behandeling zijn ingediend. Ingevolge artikel 1.2 onder s. van het procesreglement geldt als werkdagen maandag tot en met vrijdag, met uitzondering van de dagen als bedoeld in artikel 3 van Pro de Algemene Termijnenwet. Doordat de mondelinge behandeling op dinsdag 7 april 2026 te 14:30 uur is gepland en de daaraan voorafgaande vrijdag 3 april 2026 (Goede Vrijdag) en maandag 6 april 2026 (tweede Paasdag) geen werkdagen zijn als bedoeld in artikel 1.2 onder s. procesreglement, jo. artikel 3 lid 1 en Pro lid 2 Algemene Termijnenwet, hadden de producties 1 tot en met 13 uiterlijk op donderdag
2 april 2026 te 14:30 uur moeten zijn ingediend.
4.3.
De voorzieningenrechter heeft vervolgens per productie beoordeeld of de aard en de omvang van de betreffende productie, voor Solar Concept wel of geen beletsel vormen om daarop toch adequaat te kunnen reageren. Omdat de producties 1 (a, b, en c) tot en met 3 al in de bodemprocedure tussen partijen waren ingediend en dus bekend waren bij Solar Concept heeft de voorzieningenrechter het bezwaar van Solar Concept tegen de late indiening van die producties verworpen, omdat zij hierdoor niet benadeeld is in haar verdediging. Het bezwaar tegen de overige producties is gegrond geoordeeld. Gelet op de datering van die producties, en de tijd die gelegen is tussen de betekening van de dagvaarding in kort geding en de mondelinge behandeling, hadden deze producties op tijd door [gedaagde partij] in het digitale dossier van dit kort geding kunnen worden geüpload. Doordat dit niet is gebeurd, heeft Solar Concept onvoldoende tijd gehad om kennis te kunnen nemen van deze stukken. De producties 4 tot en met 13 zijn daarom geweigerd door de voorzieningenrechter en maken geen deel uit van het procesdossier.
Het spoedeisend belang
4.4.
Het spoedeisend belang volgt uit de aard van de gevorderde voorzieningen.
De vorderingen 1 en 3 van Solar Concept
Toetsnorm
4.5.
In een executiegeschil kan de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van een vonnis slechts schorsen, indien hij van oordeel is dat de executant geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan. Daarbij moet ook gelet worden op de belangen van de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.
Standpunten partijen
4.6.
Solar Concept heeft gesteld dat zij op 27 oktober 2025 aan het vonnis van de rechtbank heeft voldaan door alle onder rechtsoverweging 2.1. genoemde stukken tijdig aan [gedaagde partij] toe te zenden. Niet ter discussie staat dat [gedaagde partij] die stukken heeft ontvangen. [gedaagde partij] heeft betwist dat de aan hem toegezonden stukken (qua inhoud) voldoende zijn. Hij heeft wel aangevoerd dat bijlage 8 bij de (SCIOS) Scope 12 keuring niet is ingevuld en dat – kort gezegd – de overgelegde documenten onvoldoende zijn om tot een herkeuring en het opnieuw verzekeren van de installatie aan de [adres] te kunnen komen. Volgens [gedaagde partij] moet Solar Concept nog een eendraadschema opstellen en verstrekken en bevat het ballastplan onvoldoende, voor een herkeuring noodzakelijke, informatie.
Oordeel voorzieningenrechter
4.7.
Solar Concept heeft op de mondelinge behandeling de documenten die zij als productie 2 heeft overgelegd, toegelicht. De voorzieningenrechter heeft aan de hand van die toelichting, die onvoldoende door [gedaagde partij] is weersproken, kunnen vaststellen welke pagina’s van die productie de onder 1) tot en met 4) van het vonnis genoemde categorieën documenten betreffen, namelijk:
1) pagina’s 32 t/m 46: het inspectierapport Scope 12 van Reeder Ti B.V.,
2) pagina’s 47 t/m 53: het bewijsmateriaal dat aan de keurder Reeder Ti BV is toegezonden,
3) pagina 29, eerste foto: het kabel(string)plan,
4) pagina 30 (foto) en pagina 31 (uitvergrote foto): het ballastplan.
4.8.
De enkele omstandigheid dat bijlage 8 bij het inspectierapport (categorie 1) niet is ingevuld, maakt niet dat dit rapport niet het inspectierapport is dat uit hoofde van het vonnis van de rechtbank had moeten worden overgelegd. Bovendien is onbetwist dat op basis van de door Solar Concept overgelegde stukken de installatie aan de [adres] destijds is goedgekeurd.
4.9.
[gedaagde partij] heeft niet ontkend dat pagina’s 29, 30 en 47 t/m 53 betrekking hebben op de categorieën 2 tot en met 4. Solar Concept heeft het verweer van [gedaagde partij] dat de overgelegde stukken uitgebreider hadden moeten zijn, gemotiveerd weersproken. Solar Concept heeft daarbij - onbetwist - uitgelegd hoe keuringen in het algemeen verlopen en hoe de keuring in dit geval is gegaan. Solar Concept heeft de door de keurder, na overleg met de monteurs van Solar Concept, opgevraagde stukken aan de keurder verstrekt en een afschrift daarvan aan [gedaagde partij] toegezonden. Op grond van die stukken (waaronder het bewijsmateriaal van categorie 2) heeft de keurder de installatie goedgekeurd. Onbetwist is door Solar Concept aangevoerd dat niet iedere keurder dezelfde stukken opvraagt. De keurder (Reeder Ti B.V.) heeft in dit geval destijds goedkeuring verleend op grond van de door Solar Concept opgemaakte stukken en heeft het kennelijk niet nodig geacht om gedetailleerdere stukken bij Solar Concept op te vragen om de installatie te kunnen goedkeuren.
4.10.
Solar Concept heeft, gelet op het voorgaande, voldoende aannemelijk gemaakt dat zij tijdig, op 27 oktober 2025, nog voor het betekenen van het vonnis van de rechtbank, aan [gedaagde partij] de informatie heeft toegezonden, die zij op grond van het vonnis aan [gedaagde partij] moest verstrekken. De voorzieningenrechter acht het daarom aannemelijk dat de bodemrechter zal oordelen dat Solar Concept geen dwangsommen heeft verbeurd uit hoofde van de beslissingen 5.5. en 5.6. van het vonnis van de rechtbank en dat de executie van dat vonnis, voor zover die strekt tot inning van verbeurde dwangsommen, onrechtmatig is.
4.11.
De vorderingen 1 en 3 van Solar Concept zullen gelet hierop worden toegewezen, met dien verstande dat de gevorderde terugbetaling van dwangsommen zal worden toegewezen, voor zover dezen zijn geïncasseerd, ontvangen of uitgekeerd.
Vordering 4
4.12.
De door Solar Concept ten aanzien van de vorderingen 1 en 3 gevorderde dwangsom zal worden toegewezen als prikkel om aan de navolgende beslissing 5.1. van de voorzieningenrechter te voldoen, en zal worden gemaximeerd tot een bedrag van
€ 25.000,00.
Vordering 2
4.13.
Omdat aannemelijk gemaakt is dat de gelegde executoriale beslagen ongegrond en derhalve onrechtmatig zijn, zullen deze worden opgeheven als gevorderd. Omdat de voorzieningenrechter zelf tot opheffing overgaat, zal de vordering tot het opleggen van een dwangsom in relatie tot vordering 2 worden afgewezen.
De proceskosten (vordering 5)
4.14.
[gedaagde partij] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Solar Concept worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
151,94
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.252,94
4.15.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld is in de beslissing.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde partij] de executie van het vonnis van de Rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 8 oktober 2025, gewezen tussen partijen onder zaaknummer C/03/327786 / HA ZA 24-92, te staken en gestaakt te houden, voor zover die executie strekt tot inning van door [gedaagde partij] gestelde verbeurde dwangsommen ter zake van de veroordeling onder 5.5. en 5.6. van dat vonnis, in elk geval zolang omtrent de verschuldigdheid daarvan niet door de bodemrechter is beslist,
5.2.
veroordeelt [gedaagde partij] om aan Solar Concept een dwangsom te betalen van € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan (een deel van) de veroordeling onder 5.1. voldoet, tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt,
5.3.
veroordeelt [gedaagde partij] , voor zover op grond van het vonnis van de Rechtbank Limburg, zittingsplaats [plaats] , van 8 oktober 2025, met zaaknummer C/03/327786 / HA ZA 24-92 al dwangsommen zijn geïnd, tot terugbetaling aan Solar Concept van al hetgeen uit hoofde van de gestelde verbeurte van dwangsommen is geïncasseerd, ontvangen of uitgekeerd, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van ontvangst tot aan de dag van algehele terugbetaling,
5.4.
heft op de door [gedaagde partij] ten laste van Solar Concept gelegde executoriale (derden)beslagen:
- onder ABN AMRO Bank N.V.,
- onder Coöperatieve Rabobank U.A.,
- op de aanhangwagen van het merk Hapert met kenteken [kenteken] ,
5.5.
veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 2.252,94, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6.
veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Etman en in het openbaar uitgesproken.

Voetnoten

1.zie hierna rov. 4.3.
2.hierna: het vonnis van de rechtbank
3.hierna: de keurder
4.beslissing 5.5. van het vonnis van de rechtbank
5.beslissing 5.6. van het vonnis van de rechtbank
6.productie 2 bij dagvaarding met bijlagen
7.productie 3 bij dagvaarding
8.productie 4 bij dagvaarding
9.productie 5 bij dagvaarding
10.productie 6 bij dagvaarding
11.productie 7 bij dagvaarding
12.productie 8 bij dagvaarding
13.productie 11 bij dagvaarding
14.randnr. 1 t/m 3 pleitnotities