ECLI:NL:RBLIM:2026:3709

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
17 april 2026
Zaaknummer
C/03/344751 / HA ZA 25-370
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Kluin
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:88 BWArt. 1:89 BWArt. 217 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tussenkomst echtgenote in geldleningsgeschil wegens vernietiging borgstelling

In deze civiele procedure vordert een bedrijf betaling van een openstaand bedrag op grond van een geldleningsovereenkomst waarbij de gedaagde partij hoofdelijk aansprakelijk is gesteld. De echtgenote van de gedaagde partij verzoekt om tussenkomst in de hoofdzaak om een verklaring voor recht te verkrijgen dat zij de borgstelling heeft vernietigd op grond van artikel 1:89 BW Pro, omdat zij nooit toestemming heeft gegeven voor de borgstelling.

De rechtbank overweegt dat de echtgenote voldoende belang heeft bij de tussenkomst en dat er voldoende samenhang bestaat tussen haar vordering en het geschil in de hoofdzaak. De vordering tot tussenkomst wordt daarom toegewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

De zaak wordt verwezen naar de rol voor het indienen van een conclusie van eis door de tussenkomende partij, waarbij zij dient aan te geven tegen wie de vordering is gericht. Verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitkomst: De rechtbank staat de tussenkomst van de echtgenote toe en compenseert de proceskosten, waarna de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: C/03/344751 / HA ZA 25-370
Vonnis in incident van 29 april 2026
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
[bedrijf] Ltd,
te [plaats 1] (Australië),
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: [bedrijf] ,
advocaat: mr. M.A.J. Emonds,
tegen
[persoon 1],
te [plaats 2] (België),
gedaagde partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: [persoon 1] ,
advocaat: mr. B.H.A. Augustin,
en
[persoon 2],
te [plaats 2] (België),
eisende partij in het incident tot tussenkomst,
hierna te noemen: [persoon 2] ,
advocaat: mr. B.H.A. Augustin.

1.De procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
  • het vonnis in incident van 26 november 2025
  • de akte overlegging productie 14 van [bedrijf]
  • de conclusie van antwoord
  • de incidentele conclusie tot tussenkomst van [persoon 2]
  • de incidentele conclusie van antwoord van [bedrijf]
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2.De beoordeling

2.1.
In de hoofdzaak vordert [bedrijf] veroordeling van [persoon 1] tot betaling van € 96.591,24 vermeerderd met de contractuele rente over de hoofdsom van € 42.000,-. Zij legt aan haar vordering ten grondslag dat [bedrijf] een geldleningsovereenkomst heeft gesloten met Suno Advocaten BV. [persoon 1] heeft in privé meegetekend voor de geldleningsovereenkomst en is hoofdelijk aansprakelijk voor de nakoming daarvan. Suno Advocaten BV heeft niet voldaan aan haar betalingsverplichting, zodat [bedrijf] [persoon 1] aanspreekt tot betaling van het openstaande bedrag inclusief rente en kosten.
2.2.
[persoon 1] voert in de hoofdzaak verweer tegen de vordering van [bedrijf] .
2.3.
In het incident vordert [persoon 2] dat haar wordt toegestaan in de hoofdzaak tussen te komen. [persoon 2] is de echtgenote van [persoon 1] . Zij stelt dat zij belang heeft bij de gevorderde tussenkomst, omdat zij in deze procedure een verklaring voor recht wil hebben dat zij de overeenkomst van borgstelling heeft vernietigd op grond van artikel 1:89 BW Pro. Zij voert hierbij aan dat [persoon 1] zich borg heeft gesteld voor de geldlening, waarvoor het toestemmingsvereiste ex artikel 1:88 jo Pro. 1:89 BW geldt. Deze toestemming is door [persoon 2] nimmer gegeven, zodat de borgstelling vernietigd kan worden.
2.4.
[bedrijf] heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de door [persoon 2] gevorderde tussenkomst, maar voert inhoudelijk verweer tegen de door [persoon 2] te vorderen verklaring voor recht.
2.5.
De rechtbank overweegt als volgt. De vordering tot tussenkomst van [persoon 2] is gebaseerd op artikel 217 Rv Pro. In dat artikel is bepaald dat ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding kan vorderen zich daarin te mogen voegen of daarin te mogen tussenkomen. [persoon 2] heeft gemotiveerd aangevoerd waarom zij belang heeft bij tussenkomst en de partijen in de hoofdzaak hebben geen verweer gevoerd tegen de vordering tot tussenkomst.
2.6.
Er is naar het oordeel van de rechtbank voldoende samenhang tussen de vordering die [persoon 2] wenst in te stellen en het geschil dat in de hoofdzaak ter beoordeling voorligt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat [persoon 2] voldoende belang heeft om te kunnen tussenkomen in het geschil in de hoofdzaak.
2.7.
Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Vervolg van de procedure
2.8.
Wanneer verlof tot tussenkomst wordt verleend, wordt de zaak verwezen naar de rol voor het indienen van een conclusie van eis aan de zijde van de tussenkomende partij, in dit geval [persoon 2] . De rechtbank zal de zaak dan ook verwijzen naar de rol voor het instellen van een vordering door [persoon 2] , waarbij zij dan ook dient aan te geven jegens welke partij(en) deze vordering wordt ingesteld.

3.De beslissing

De rechtbank
in het incident
3.1.
laat [persoon 2] toe als tussenkomende partij in de hoofdzaak,
3.2.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in de hoofdzaak
3.3.
verwijst de zaak naar de rol van
10 juni 2026voor conclusie van eis aan de zijde van [persoon 2] ,
3.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Kluin en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026.