Uitspraak
1.De procedure
- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord
- de conclusie van repliek met productie 5
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Limburg
Gedaagde heeft een zorgverzekeringsovereenkomst met VGZ gesloten en een betalingsachterstand opgebouwd. Partijen hadden een betalingsregeling van €30 per maand getroffen, maar gedaagde betaalde niet alle termijnen, waardoor de regeling verviel. VGZ vordert betaling van het openstaande bedrag minus reeds betaalde termijnen.
Gedaagde betwist de hoogte van de vordering en stelt dat hij vrijwel alle termijnen heeft betaald, behalve september en oktober 2025. De kantonrechter oordeelt dat gedaagde niet voldoende bewijs heeft geleverd voor betaling van alle termijnen en dat VGZ aannemelijk heeft gemaakt dat ook in eerdere jaren termijnen niet zijn voldaan.
De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van het openstaande bedrag toe, verminderd met reeds betaalde termijnen. De gevorderde wettelijke rente wordt afgewezen omdat VGZ de toepasselijke algemene voorwaarden niet heeft overgelegd, waardoor toetsing op oneerlijke bedingen niet mogelijk is. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het openstaande bedrag van €941,66 en proceskosten, wettelijke rente wordt afgewezen.