In deze zaak, die zich afspeelt in het kader van een kort geding, heeft KTK B.V. een vordering ingesteld tegen de Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdiensten RD4, met betrekking tot een aanbesteding voor de levering en montage van verdichtingsmachines. KTK betwist de gunning van de opdracht aan Bergmann Milieutechniek B.V. en stelt dat de referentie-eisen in de aanbestedingsleidraad niet correct zijn geïnterpreteerd. De voorzieningenrechter heeft op 20 januari 2026 uitspraak gedaan na een mondelinge behandeling op 6 januari 2026, waarin de vordering tot tussenkomst van Bergmann is toegewezen. De kern van het geschil draait om de uitleg van het begrip 'vergelijkbaar' in de context van de aanbesteding. KTK stelt dat de referentie aan alle eisen uit het Programma van eisen moet voldoen, terwijl RD4 en Bergmann betogen dat dit niet het geval is. De voorzieningenrechter oordeelt dat de eisen in de aanbestedingsleidraad niet zo strikt geïnterpreteerd hoeven te worden en dat de vorderingen van KTK worden afgewezen. Tevens wordt RD4 opgedragen de opdracht aan Bergmann te gunnen, voor zover RD4 deze nog wenst te gunnen. KTK wordt veroordeeld in de proceskosten van zowel RD4 als Bergmann.