ECLI:NL:RBLIM:2026:3759

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
12025980 \ CV EXPL 25-5881
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Piëtte
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 137 RvArt. 237 lid 4 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering wegens niet-betaalde facturen en incassokosten in koopovereenkomst

Europower, een groothandel, heeft aan [gedaagde], exploitant van supermarkten, diverse artikelen verkocht en daarvoor facturen verzonden met betalingstermijn van 21 dagen. [gedaagde] betaalde een deel van de facturen laat en betwistte de betaling van enkele artikelen via een whatsapp-bericht. Europower nam klachten over moeilijk verkoopbare artikelen serieus en crediteerde een bedrag.

Europower vorderde betaling van € 949,74 plus wettelijke rente en incassokosten. [gedaagde] voerde verweer en stelde een tegenvordering in, maar deze werd niet ontvankelijk verklaard omdat de eis in reconventie niet tijdig was ingediend.

De kantonrechter oordeelde dat een deel van de artikelen ten onrechte in rekening was gebracht en bracht dit bedrag (€ 42,62) in mindering. Het verweer tegen incassokosten faalde omdat [gedaagde] pas na aanmaning een deelbetaling verrichtte. De wettelijke rente en incassokosten werden toegewezen. Proceskosten werden gecompenseerd vanwege afwezigheid van de gemachtigde van Europower.

Het vonnis veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 907,12 plus rente vanaf 15 oktober 2025, wijst het meer gevorderde af en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 907,12 plus wettelijke rente vanaf 15 oktober 2025 en wijst het meer gevorderde af.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 12025980 \ CV EXPL 25-5881
Vonnis van 27 mei 2026
in de zaak van
EUROPOWER B.V.,
te Waddinxveen,
eisende partij,
hierna te noemen: Europower,
gemachtigde: Gentle Incasso debt collection payment solutions,
tegen
[gedaagde] B.V., TEVENS H.O.D.N. " [bedrijf] ",
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: [gemachtigde] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het bericht van 29 december 2025 met een productie (USB-stick) van Europower
- de schriftelijke weergave van het mondeling antwoord van [gedaagde] ,
- de na de rolzitting door [gedaagde] via e-mail ingezonden stukken, waaronder een
“verweerschrift” met een vordering in reconventie
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 1 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Europower exploiteert een groothandel. [gedaagde] exploiteert supermarkten.
2.2.
Europower heeft aan [gedaagde] artikelen verkocht. Voor dit geschil is van belang dat Europower aan [gedaagde] drie facturen heeft verzonden voor die verkochte artikelen. Op deze facturen staat een betalingstermijn van 21 dagen.
2.2.1.
Europower heeft bij factuur van 16 maart 2025 aan [gedaagde] € 5.781,62 in rekening gebracht. [gedaagde] heeft deze factuur betaald op 28 mei 2025
2.2.2.
Europower heeft bij factuur van 17 maart 2025 aan [gedaagde] € 2.813,64 in rekening gebracht. Op 24 juni 2025 heeft [gedaagde] daarvan € 2.000,00 betaald.
2.2.3.
Europower heeft bij factuur van 26 maart 2025 aan [gedaagde] € 1.783,56 in rekening gebracht. Die factuur heeft [gedaagde] onbetaald gelaten.
2.3.
In een whatsapp-bericht van 30 mei 2025 heeft [gedaagde] van een aantal specifiek door haar benoemde artikelen betwist dat zij daarvoor betaling aan Europower verschuldigd is.
2.4.
Op een onbekend gebleven moment heeft [gedaagde] daarnaast bij Europower geklaagd dat enkele van de geleverde artikelen moeilijk verkoopbaar waren. Europower heeft vervolgens die artikelen teruggenomen en een bedrag van € 211,00 gecrediteerd bij creditfactuur van 5 juli 2025.
2.5.
Gentle Incasso (de incassogemachtigde van Europower) heeft [gedaagde] in ieder geval in augustus 2025 aangemaand de achterstallige facturen te voldoen.
2.6.
Op 14 oktober 2025 heeft [gedaagde] € 2.067,41 betaald aan Europower.

3.Het geschil

3.1.
Europower vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van
  • € 949,74, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 oktober 2025 (althans vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van betaling,
  • de proceskosten en de nakosten.
3.2.
[gedaagde] voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

geen eis in reconventie van [gedaagde]
4.1.
De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] formeel geen eis in reconventie heeft ingesteld op grond van de volgende overwegingen. Toen [gedaagde] mondeling antwoordde op de door Europower ingediende eis heeft [gedaagde] niet gezegd dat zij een vordering in reconventie indiende. Wel heeft zij toen aangekondigd dat zij ter onderbouwing van haar verweer tegen de vordering van Europower nog nadere stukken zou overleggen. Tussen die nagezonden stukken bleek ook een verweerschrift te zitten met een eis in reconventie. Het is niet mogelijk om op deze wijze een eis in reconventie in te dienen. Dat moet namelijk gebeuren tijdens de rolzitting en die was op dat moment al voorbij. Bovendien schrijft art. 137 Rv Pro voor dat een eis in reconventie dadelijk bij antwoord ingesteld moet worden en dat heeft [gedaagde] niet gedaan.
de vordering van Europower
4.2.
De vordering van Europower is als volgt opgebouwd:
achterstallige betaling van de facturen € 2.386,20 +
wettelijke rente tot en met 14 oktober 2025 € 273,08 +
buitengerechtelijke incassokosten € 357,93 +
betaling 14 oktober 2025
€ 2.067,47 –
Totaal: € 949,74
4.3.
Het bedrag van € 2.386,20 is [gedaagde] volgens Europower verschuldigd op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomsten waarbij Europower aan [gedaagde] artikelen verkocht heeft. [gedaagde] betwist niet dat deze overeenkomsten gesloten zijn, maar stelt wel dat zij bepaalde artikelen niet bij Europower besteld heeft. Ook voert zij aan dat van een aantal door Europower geleverde artikelen de houdbaarheidsdatum verstreken was, althans dat die artikelen ontbraken/niet geleverd waren. Ter onderbouwing van dit verweer verwijst [gedaagde] naar het whatsappbericht van 30 mei 2025. [gedaagde] stelt dat zij de in dat bericht vermelde artikelen onverschuldigd betaald heeft. Volgens haar gaat het om een onverschuldigde betaling van € 342,53 (excl. btw) zodat dit bedrag op de vordering van Europower in mindering gebracht moet worden.
4.4.
Het verweer van [gedaagde] slaagt, maar wel voor een lager bedrag dan door haar is bepleit. Ter zitting heeft Europower namelijk betoogd dat een aantal van de artikelen waar [gedaagde] haar verweer op baseert, staan vermeld in de creditnota van 5 juli 2025. Daarnaast heeft zij gesteld dat een aantal artikelen alsnog zijn nageleverd en niet in rekening gebracht zijn. Aangezien Europower daar niet op gereageerd heeft, gaat de kantonrechter uit van de juistheid van het betoog van Europower. Dan blijven nog twee artikelen over: Old Spice Deo Stick Odour Blocker Lasting Legend 50 ml en Catsuit Woman – Eau de Parfum 100ml. Van die twee artikelen stelt Europower dat die niet staan vermeld op een handgeschreven brief van [gedaagde] . Zij ziet daarbij echter over het hoofd dat [gedaagde] die twee artikelen en haar klachten daarover wel heeft vermeld in haar whatsappbericht van 30 mei 2025. Voor het overige heeft Europower niet gereageerd op het standpunt van [gedaagde] dat die artikelen ten onrechte in rekening gebracht zijn. Hieruit volgt dat het ervoor gehouden moet worden dat Europower deze twee artikelen ten onrechte in rekening gebracht heeft. Het gaat dan om een bedrag van respectievelijk € 13,87 en € 28,75; in totaal dus € 42,62.
Dit totaalbedrag zal dus in mindering gebracht worden op de vordering van Europower.
4.5.
Voor wat betreft de incassokosten van € 357,93 heeft [gedaagde] aangevoerd dat zij deze kosten niet verschuldigd is omdat Europower eerst haar klacht had moeten oplossen zoals verwoord in het whatsappbericht van 30 mei 2025. Europower heeft daarom te snel haar vordering overgedragen aan Gentle Incasso (de incassogemachtigde), zodat [gedaagde] de daarmee gepaard gaande kosten niet verschuldigd is, aldus [gedaagde] . Dit verweer slaagt niet. De klacht van [gedaagde] zag immers op een betrekkelijk gering bedrag van (volgens haar) € 342,53. Niet valt in te zien waarom [gedaagde] na haar klacht niet alsnog is overgegaan tot betaling van hetgeen zij naar eigen zeggen wel aan Europower verschuldigd was. Verder merkt de kantonrechter op dat [gedaagde] , eerst nadat zij door de incassogemachtigde van Europower in augustus 2025 was gesommeerd, alsnog is overgegaan tot een deelbetaling van € 2.067,47 op 14 oktober 2025. Ook hieruit volgt dat het verwijt van [gedaagde] dat Europower haar vordering te snel ter incasso heeft overgedragen aan Gentle Incasso, ten onrechte is gemaakt. Blijkbaar was deze stap nodig om [gedaagde] tot betaling te bewegen.
4.6.
Omdat voor het overige geen verweer is gevoerd tegen de hoogte van de gevorderde wettelijke rente en incassokosten, gaat de kantonrechter uit van de juistheid daarvan. Die bedragen zijn dus toewijsbaar.
4.7.
Op grond van voorgaande overwegingen zal van de vordering van Europower
€ 907,12 (€ 949,74 - € 42,62) worden toegewezen.
4.8.
De kantonrechter ziet aanleiding de proceskosten te compenseren omdat de gemachtigde van Europower, Gentle Incasso, niet ter zitting is verschenen en omdat de dagvaarding inhoudelijk niets toevoegt aan hetgeen Gentle Incasso in het incassotraject heeft gecommuniceerd met [gedaagde] .
4.9.
Europower vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de nakosten en daarvoor een bevelschrift af te geven. Dit is niet toewijsbaar. Omdat er geen kostenveroordeling in het voordeel van Europower wordt uitgesproken, is er immers geen grond om de nakosten te begroten zodat daarvoor dus geen bevelschrift afgegeven kan worden. Dat volgt uit art. 237 lid 4 Rv Pro.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Europower te betalen een bedrag van € 907,12, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 15 oktober 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.3.
wijst het meer of anders gevorderde af,
5.4.
compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.