ECLI:NL:RBLIM:2026:376
Rechtbank Limburg
- Bodemzaak
- Otto
- Rechtspraak.nl
Geschil over beëindiging huurovereenkomst, huurachterstand en herstelkosten woning
De zaak betreft een geschil tussen verhuurder en huurder over de beëindiging van een huurovereenkomst, de verschuldigde huurachterstand, herstel- en reparatiekosten van het gehuurde en de terugbetaling van de waarborgsom.
De huurder had de huur per whatsapp opgezegd, wat de kantonrechter rechtsgeldig achtte ondanks het ontbreken van de voorgeschreven vorm, omdat de verhuurder op de hoogte was en geen nadeel had ondervonden. De huurovereenkomst eindigde per 1 december 2024, waarna de huurder nog een maand huur verschuldigd was. De huur over november was niet betaald, maar de verhuurder mocht deze verrekenen met de waarborgsom.
De vordering van de verhuurder voor herstel- en reparatiekosten werd afgewezen omdat een concrete beschrijving van de staat van het gehuurde bij aanvang ontbrak, waardoor niet kon worden vastgesteld dat het gehuurde in slechtere staat was opgeleverd. De buitengerechtelijke incassokosten voor de huurachterstand werden toegewezen.
In reconventie vorderde de huurder terugbetaling van de waarborgsom en vergoeding voor verbeteringen aan het gehuurde. De waarborgsom werd deels toegewezen en verrekend met de incassokosten. De vergoeding voor de keuken werd toegekend wegens ongerechtvaardigde verrijking van de verhuurder, terwijl andere verbeteringen werden afgewezen. Proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: De huurachterstand en incassokosten worden toegewezen, herstelkosten afgewezen, waarborgsom deels terugbetaald en vergoeding voor keuken toegekend.