ECLI:NL:RBLIM:2026:3843

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
11923065 \ CV EXPL 25-4408
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Dohmen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:277 BWArt. 6:78 lid 1 BWArt. 7:17 BWArt. 7:18 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens niet-toerekenbare foutieve productspecificatie rijmotoren

Eiseres B.V. bestelde in juni 2022 twee rijmotoren bij GP Equipment B.V. voor een zelf te bouwen machine. GP Equipment B.V. verstrekte vooraf een productspecificatie met een maximale werkdruk van 230 bar, terwijl de geleverde motoren slechts 210 bar aankonden. Na ontbinding van de koopovereenkomst en terugbetaling van de koopsom vorderde eiseres schadevergoeding voor onbruikbare maatwerk ventielblokken.

De rechtbank oordeelt dat er geen tekortkoming in de nakoming is, omdat de overeenkomst met wederzijds goedvinden is ontbonden en de schade hooguit ontbindingsschade kan zijn. Er was geen contractuele verplichting voor GP Equipment B.V. om een juiste specificatie te verstrekken, en de specificatie was afkomstig van de fabrikant zonder toezeggingen.

Daarnaast had eiseres zelf de fysieke motor ontvangen en had zij de werkdruk kunnen constateren. De vordering wegens onrechtmatige daad faalt wegens onvoldoende onderbouwing. De gevorderde rente en proceskosten worden afgewezen en eiseres wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Uitkomst: Vorderingen van eiseres worden afgewezen wegens ontbreken van tekortkoming en onrechtmatige daad; eiseres wordt veroordeeld in proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11923065 \ CV EXPL 25-4408
Vonnis van 15 april 2026
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
te [plaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] B.V.,
gemachtigde: mr. D. Vakufac,
tegen
GP EQUIPMENT B.V.,
te Weert,
gedaagde partij,
hierna te noemen: GP Equipment B.V.,
gemachtigde: mr. H.H.T. Beukers.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte met aanvullende producties 9 tot en met 12 namens [eiseres] B.V.,
- de mondelinge behandeling van 16 maart 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
GP Equipment B.V. drijft een onderneming die handelt in aanbouwdelen en rijwerkonderdelen voor grondverzet- en graafmachines. Het bedrijf ontwerpt en produceert uitrustingsstukken, zoals bakken met verschillende ophangingen, snelwissels en grijpers. Daarnaast levert GP Equipment B.V. rijwerkcomponenten voor (rups)voertuigen, waaronder kettingen, spanwielen, rollen en rijmotoren.
2.2.
[eiseres] B.V. heeft zich in juni 2022 bij GP Equipment B.V. gemeld voor de aanschaf van rijmotoren. [eiseres] B.V. had deze onderdelen nodig voor een door haar zelf te ontwerpen en bouwen (rups)onderwagen.
2.3.
GP Equipment B.V. heeft op 21 juni 2022 aan [eiseres] B.V. een e-mail gestuurd met als bijlage een specificatie van de fabrikant waarop onder het kopje ‘Cracking Press. of Relief V/V’ een maximale werkdruk van 230 bar vermeld staat.
2.4.
Op 22 juni 2022 heeft [eiseres] B.V. een bestelling geplaatst bij GP Equipment B.V. voor twee rijmotoren.
2.5.
Op 29 juni 2022 heeft een bespreking tussen partijen plaatsgevonden op het kantoor van GP Equipment B.V. Daarbij is uiteindelijk 1 van de bestelde rijmotoren aan [eiseres] B.V. afgegeven.
2.6.
[eiseres] B.V. heeft daarna aan een Italiaanse producent opdracht gegeven tot de levering van twee maatwerk ventielblokken.
2.7.
Op enig moment is [eiseres] B.V. gebleken dat de rijmotor die op 29 juni 2022 aan haar was afgegeven, slechts geschikt was voor een maximale werkdruk van 210 bar en niet 230 bar zoals in de specificatie van 21 juni 2022 was vermeld.
2.8.
Op 22 september 2022 hebben partijen afgesproken om de koopovereenkomst te ontbinden. GP Equipment B.V. heeft de betaalde koopsom voor de bestelde rijmotor op 20 januari 2023 gecrediteerd en [eiseres] B.V. heeft de rijmotor aan GP Equipment B.V. teruggegeven.
2.9.
Op 21 maart 2023 heeft [eiseres] B.V. aan GP Equipment B.V. laten weten dat zij een oplossing zou hebben gevonden voor de ventielblokken en dat die oplossing (inclusief transportkosten) € 310,00 kost. GP Equipment B.V. heeft daarop gereageerd met: ‘
Succes met de verdere afbouw.’
2.10.
Op 15 juli 2024 heeft [eiseres] B.V. aan GP Equipment B.V. een brief gestuurd waarin [eiseres] B.V. vraagt aan GP Equipment B.V. om met een passende oplossing te komen en haar verantwoordelijkheid te nemen voor de foutieve specificatie.
2.11.
Op 14 maart 2025 heeft [eiseres] B.V. via haar gemachtigde een aansprakelijkstelling gestuurd voor een bedrag van € 6.434,00.
2.12.
Per brief van 25 maart 2025 wijst de gemachtigde van GP Equipment B.V. de aansprakelijkheid af.

3.Het geschil

3.1.
[eiseres] B.V. vordert (na wijziging van eis bij pleitnota) dat de kantonrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
  • voor recht verklaart dat GP Equipment B.V. toerekenbaar tekortgeschoten is, althans onrechtmatig heeft gehandeld, door het verstrekken van foutieve productspecificaties,
  • GP Equipment B.V. veroordeelt tot betaling van € 6.434,00 exclusief btw, vermeerderd met primair de handelsrente, subsidiair de wettelijke rente vanaf 28 maart 2025 tot de dag dat het bedrag volledig is voldaan,
  • GP Equipment B.V. veroordeelt in proceskosten.
3.2.
[eiseres] B.V. legt primair aan haar vordering ten grondslag dat GP Equipment B.V. tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen uit de overeenkomst en subsidiair dat er sprake is van een onrechtmatige daad. [eiseres] B.V. onderbouwt haar vordering door te stellen dat GP Equipment B.V. haar op 21 juni 2022 per e-mail een onjuiste specificatie heeft verstrekt (waarop 230 bar in plaats van 210 bar stond). De door [eiseres] B.V. bestelde rijmotoren bleken na levering namelijk slechts 210 bar aan werkdruk aan te kunnen. Op basis van deze specificatie heeft [eiseres] B.V. twee maatwerk ventielblokken besteld bij een Italiaanse producent. Deze maatwerk ventielblokken zijn voor [eiseres] B.V. onbruikbaar en [eiseres] B.V. lijdt hierdoor schade. Hoewel GP Equipment B.V. het aankoopbedrag voor een rijmotor volledig heeft terugbetaald, heeft zij nooit haar verantwoordelijkheid genomen voor de schade voor een totaalbedrag van € 6.434,00 (exclusief btw). Weliswaar is er door [eiseres] B.V. een oplossing aangeboden voor een bedrag van € 310,00, maar dit was slechts tijdelijk en bedoeld om verdere vertraging in het project te voorkomen. Dit alles maakt dat [eiseres] B.V. een bedrag aan schadevergoeding van GP Equipment B.V. vordert van in totaal € 6.434,00.
3.3.
GP Equipment B.V. betwist dat er sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen uit een overeenkomst. Er blijkt nergens uit dat op GP Equipment B.V. een contractuele verplichting rustte om een juiste technische tekening aan [eiseres] B.V. te verstrekken. GP Equipment B.V. heeft slechts (onverplicht) een tekening van een fabrikant aan [eiseres] B.V. verstrekt. Aangezien de tekening is verstrekt vóórdat er tussen [eiseres] B.V. en GP Equipment B.V. een overeenkomst is gesloten, kan geen verplichting om een juiste specificatie te verstrekken voortvloeien uit de later gesloten overeenkomst. Bovendien is de koopovereenkomst voor de rijmotor met wederzijds goedvinden ongedaan gemaakt. Daardoor zijn alle verbintenissen, voor zover het verstrekken van een specificatie daar een van zou zijn, komen te vervallen. GP Equipment B.V. betwist eveneens de door [eiseres] B.V. gestelde schade en het causaal verband. De stelling dat de ventielblokken onbruikbaar zijn geworden en de schade € 6.434,00 bedraagt, strookt namelijk niet met de inhoud van de e-mailberichten van [eiseres] B.V. waarin staat dat zij een oplossing heeft daarvoor. Dat de geboden oplossing van
€ 310,00 slechts praktisch en tijdelijk zou zijn, is daarmee ongeloofwaardig en niet onderbouwd. Bovendien blijkt uit de overlegde factuur van 11 november 2022 voor de ventielblokken dat [eiseres] B.V. de ventielblokken heeft besteld op een moment dat zij al geruime tijd wist dat de rijmotor geen 230 bar aankon. Daarmee is er geen causaal verband tussen de vermeende onjuiste tekening of specificatie en de kosten voor de levering van de ventielblokken. GP Equipment B.V. concludeert daarom tot niet-ontvankelijkheid van [eiseres] B.V., dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] B.V., met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiseres] B.V. in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter oordeelt dat de vorderingen van [eiseres] B.V. worden afgewezen. Hieronder licht de kantonrechter toe waarom.
Is er sprake van een tekortkoming in de nakoming?
4.2.
De kantonrechter oordeelt dat er geen sprake is van een tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst. [eiseres] B.V. heeft in haar pleitnota gesteld dat de tekortkoming eruit zou bestaan dat de rijmotoren niet voldeden aan de verstrekte specificatie van 230 bar hetgeen tot schade zou hebben geleid. [eiseres] B.V. stelt daarmee dat er sprake is van non-conformiteit. [1] In dit geval is de overeenkomst tussen [eiseres] B.V. en GP Equipment B.V. echter met wederzijds goedvinden ontbonden. Tussen partijen staat immers vast dat de geleverde rijmotor op 22 september 2022 door [eiseres] B.V. is geretourneerd en GP Equipment B.V. het aankoopbedrag op 20 januari 2023 heeft gecrediteerd. Daarmee zou de vordering tot schadevergoeding hooguit kunnen zien op ontbindingsschade. Immers, de gestelde schade zou het gevolg zijn van de ontbinding van de overeenkomst in plaats van deugdelijke nakoming ervan. Hoewel [eiseres] B.V. dit niet duidelijk heeft gesteld, zal de kantonrechter haar stellingen welwillend lezen. Desondanks, kan ook de vordering tot ontbindingsschade niet tot toewijzing leiden.
4.3.
Artikel 6:277 BW Pro bepaalt daartoe namelijk het volgende:
1. Wordt een overeenkomst geheel of gedeeltelijk ontbonden, dan is de partij wier tekortkoming een grond voor ontbinding heeft opgeleverd, verplicht haar wederpartij de schade te vergoeden die deze lijdt, doordat geen wederzijdse nakoming doch ontbinding van de overeenkomst plaatsvindt.
2. Indien de tekortkoming niet aan de schuldenaar kan worden toegerekend, is het vorige lid slechts van toepassing binnen de grenzen van het in artikel 6:78 lid 1 BW Pro bepaalde.
4.4.
De partij aan wiens kant de reden voor ontbinding ligt, is schadeplichtig. In dit geval komt de kantonrechter tot het oordeel dat van een tekortkoming aan de zijde van GP Equipment B.V. geen sprake is.
4.5.
Op grond van artikel 7:17 BW Pro moet de afgeleverde zaak aan de overeenkomst beantwoorden. Aangezien [eiseres] B.V. geen consument is, zijn de aanvullende conformiteitseisen van artikel 7:18 BW Pro niet van toepassing. Een zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst als zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen, alsmede de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien. Vaststaat dat [eiseres] B.V. bij GP Equipment B.V. rijmotoren heeft besteld van een bepaald type en dat een rijmotor van dit type ook door GP Equipment B.V. is geleverd. Tussen partijen is niet in geschil dat de rijmotor voor normaal gebruik geschikt is. De motor is eventueel niet geschikt voor het bijzondere gebruik dat [eiseres] B.V. voor ogen stond (gebruik in een door [eiseres] B.V. zelf nog te ontwerpen en bouwen machine). De verkoper moet slechts instaan voor de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik, als dat bij de overeenkomst is voorzien. In dit geval is niet gebleken dat [eiseres] B.V. en GP Equipment B.V. hebben gesproken over de werkdruk of het belang daarvan voor [eiseres] B.V. Door [eiseres] B.V. is weliswaar gevraagd naar een productspecificatie, maar door [eiseres] B.V. is niet aan GP Equipment B.V. verteld waarom zij de productspecificatie nodig had. Er is niets besproken of toegezegd door GP Equipment B.V. over bijzondere eigenschappen, specifiek de maximale werkdruk. Verder is de aan [eiseres] B.V. gestuurde productspecificatie afkomstig van de fabrikant en heeft GP Equipment B.V. daarbij geen mededelingen gedaan aan [eiseres] B.V. waaruit de toezegging blijkt dat de motor bepaalde bijzondere eigenschappen bezit. Daaruit blijkt dus ook niet van een afspraak over bijzondere eigenschappen. Dit alles overwegende is de kantonrechter van oordeel dat er geen tekortkoming is aan de kant van GP Equipment B.V.
4.6.
Daar komt nog bij dat de bestelling voor een door [eiseres] B.V. zelf te ontwerpen en te bouwen machine was. Desgevraagd heeft [eiseres] B.V. verklaard dat hij pas in augustus 2022 de opdracht heeft gegeven aan Ares Elettronica, terwijl hij de rijmotor in juni 2022 van GP Equipment B.V. had ontvangen. [eiseres] B.V. heeft eveneens verklaard dat hij de specificaties en een fysiek exemplaar van de rijmotor nodig had om 3D-tekeningen te maken en aan de hand daarvan bij Ares te bestellen. [eiseres] B.V. heeft ook verklaard dat op de rijmotor een aanduiding staat met de maximale werkdruk en dat hij op die manier erachter is gekomen dat die werkdruk minder is dan op de specificatie staat. Nu [eiseres] B.V. zelf heeft verklaard dat hij de 3D-tekeningen heeft gemaakt aan de hand van de fysieke motor, moet hij daarbij hebben opgemerkt dat daar een werkdruk van 210 bar op staat in plaats van 230 bar. Althans, [eiseres] B.V. had dat kunnen en moeten opmerken. Omdat [eiseres] B.V. zelf de machine ontwerpt en bouwt, lag het voor de hand dat [eiseres] B.V. daarbij zelf de onderdelen aandachtig bestudeert. Dat [eiseres] B.V. dan toch bestelt op basis van 230 bar, zonder de werkdruk te verifiëren aan de hand van de fysieke motor of daarover eerst navraag te doen bij GP Equipment B.V., komt in die omstandigheden voor haar rekening en risico.
Is er sprake van een onrechtmatige daad?
4.7.
[eiseres] B.V. legt subsidiair een onrechtmatige daad aan haar vordering ten grondslag. Echter, dit stelt [eiseres] B.V. pas bij haar pleitnota. Niet eerder in dit geschil heeft zij een onrechtmatige daad aan haar vordering ten grondslag gelegd. Los van de vraag of een wijziging van de grondslag op zo’n laat moment in de procedure in strijd is met de goede procesorde, heeft [eiseres] B.V. deze grondslag ook helemaal niet onderbouwd. Zij stelt slechts dat sprake is van een onrechtmatige daad, maar zegt verder niets over de voorwaarden die de wet stelt aan een geslaagd beroep op onrechtmatige daad. Nu op [eiseres] B.V. de stelplicht rust van de door haar aangevoerde feiten [2] en zij daar niet aan heeft voldaan, kan de vordering tot schadevergoeding evenmin op die grondslag slagen.
Verklaring voor recht
Uit de beoordeling hiervoor blijkt dat geen sprake is van een tekortkoming of onrechtmatige daad aan de zijde van GP Equipment B.V. Om die reden kan de gevorderde verklaring voor recht niet worden afgegeven.
Gevorderde handelsrente en wettelijke rente
4.8.
Nu de vordering terzake de hoofdvorderingen wordt afgewezen, behoeven de gevorderde handelsrente en wettelijke rente geen inhoudelijke beoordeling. Die nevenvorderingen zouden namelijk alleen toewijsbaar kunnen zijn als een of meer van de hoofdvorderingen (geheel of gedeeltelijk) zou worden toegewezen. Omdat dit niet het geval is, wijst de kantonrechter zowel de gevorderde handelsrente als de wettelijke rente af.
[eiseres] B.V. wordt in de proceskosten veroordeeld
4.9.
[eiseres] B.V. is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van GP Equipment B.V. worden begroot op:
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
864,00
4.10.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eiseres] B.V. af,
5.2.
veroordeelt [eiseres] B.V. in de proceskosten van € 864,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] B.V. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [eiseres] B.V. tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.

Voetnoten

1.Artikel 7:17 BW Pro.
2.Artikel 150 Rv Pro.