Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
€ 4500.- voor de aankoop van materialen en vervolgens iedere maandag een factuur met een betalingstermijn van I4DGN. Einde van de werken wordt de restfactuur opgemaakt.
3.Het geschil
€ 25.000,00, bestaande uit € 24.692,38 aan hoofdsom, vermeerderd met de contractuele rente vanaf 2 september 2025 tot de dag van volledige betaling en de buitengerechtelijke incassokosten, alsmede veroordeling van LL20 in de proceskosten.
€ 25.000,00, gelet op het bepaalde in artikel 93 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), maar vordert derhalve wel de contractuele rente vanaf datum dagvaarding.
4.De beoordeling
€ 25.000,00 bedragen, en [eiser] haar vordering uitdrukkelijk tot dat bedrag heeft beperkt, wordt een bedrag van € 25.000,00 toegewezen. De kantonrechter zal hieronder uitleggen hoe zij tot dat oordeel is gekomen. Daarbij gaat de kantonrechter in op drie geschilpunten die partijen verdeeld houden, te weten:
€ 7.828,00) toewijzen.
€ 8.194,00 € 980,10
€ 14.930,67
€ 22.758,67(€ 14.930,67 + € 7.828,00) toewijsbaar is.