ECLI:NL:RBLIM:2026:4024
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens overtreding Omgevingswet
Verzoekster, een bedrijf dat ijs en aanverwante producten produceert, kreeg een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet. De last verplichtte haar de verkoop binnen één week te staken, onder dreiging van een dwangsom van €1.500 per overtreding met een maximum van €15.000.
Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter constateerde een spoedeisend belang vanwege de korte termijn en het wezenlijke karakter van de bedrijfsactiviteiten. Er was een lange voorgeschiedenis met principeverzoeken en omgevingsvergunningen, die verband hield met de vraag naar legalisatie en bijzondere omstandigheden.
Gezien deze voorgeschiedenis en het karakter van de voorlopige voorzieningenprocedure achtte de voorzieningenrechter het niet passend om nu al een voorlopig oordeel te geven over de rechtmatigheid van de last, zeker omdat verweerder nog een heroverweging in de bezwaarfase moet maken. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en het primaire besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.
Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan verzoekster. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de last onder dwangsom geschorst tot zes weken na beslissing op bezwaar.