3.3Het oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen feiten 1 en 2
Ten aanzien van het slachtoffer [slachtoffer 2] :
[slachtoffer 2]verklaarde in haar
aangifte– zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:
Adres: [adres 5] Brunssum.
Hierbij doe ik aangifte van fraude. Op 6 april 2023 omstreeks 11:00 uur werd ik gebeld door een medewerker van de bank ‘ABN AMRO’. Hij stelde zich voor als [naam 3] . Hij vertelde mij dat er onregelmatigheden aan de gang waren en noemde een Marokkaanse naam die probeerde om op mijn rekening te komen. Om te voorkomen dat er geld van de rekening afgeschreven zou worden, zou ik een nieuwe bankpas en e.dentifier krijgen. Hij vertelde dat ik eerst een nieuwe pincode moest pakken. Daarna moest ik achtereenvolgens de oude en de nieuwe pincode inspreken. Dit heb ik gedaan. Hij zei dat alles in orde was en de verbinding is toen verbroken.
Later in de middag werd ik weer door een persoon van de ABN AMRO gebeld. Hij stelde zich voor als [naam 4] . Hij zei tegen mij dat de bankpas en e.dentifier opgehaald zouden worden door een collega. Hij vroeg of ik een envelop had waar ik deze in kon doen. Op de envelop moest ik een code schrijven.
Binnen enkele minuten werd er bij mij aangebeld. Er stond een jonge man aan de deur. Hij vertelde dat hij de bankpas kwam halen. Hij identificeerde zich met een pasje. Ik heb hem de envelop gegeven en hij is weer weggegaan.
Daarna heb ik mijn zoon gebeld en verteld wat er gebeurd was. Mijn zoon heeft gelijk op de rekening gekeken. Hij zag dat er om 19:01 uur bij de pinautomaat Albert Heijn gelegen aan de [adres 7] te Brunssum 500 euro was gepind.
Verbalisant [verbalisant 2]relateerde over de pintransacties onder meer als volgt:
Ik werd op 12 april 2023 gebeld door de heer [naam 5] , de zoon van [slachtoffer 2] . Hij gaf aan dat zij van de bank hadden vernomen dat sinds de pinpas weggenomen was de volgende transacties en pogingen hiertoe plaatsgevonden hadden:
- 6 april 2023, te 19.01 uur, op een automaat van Geldmaat, locatie Albert Heijn, [adres 7] te Brunssum. Hier bleek 500 euro te zijn gepind;
- 6 april 2023, te 19.03 uur, op een automaat van Geldmaat, locatie Albert Heijn, [adres 7] te Brunssum. Dit betrof een poging om geld af te halen;
- 6 april 2023, te 19.34 uur, op een automaat van Geldmaat, [nummer automaat] . Dit betrof een poging om geld af te halen;
- 7 april 2023, te 20.10 uur, op een automaat van Geldmaat, [nummer automaat] . Dit betrof een poging om geld af te halen;
Na telefonisch contact met Geldmaat bleek de automaat [nummer automaat] te horen bij de locatie [adres 8] te Eygelshoven.
Verbalisant [verbalisant 1]relateerde over de camerabeelden onder meer als volgt:
Uit een gehouden buurtonderzoek in de directe nabijheid van de woning (
de rechtbank begrijp: [slachtoffer 2] )zijn meerdere camerabeelden veiliggesteld. In dit proces-verbaal werden deze beelden in chronologische volgorde verwerkt.
Beelden [adres 4] te Brunssum:
Op donderdag 6 april 2023 omstreeks 17:57:03 uur kwam vanuit de [adres 4] te Brunssum een grijze auto, merk: Daihatsu Cuore. Op de bewegende beelden was te zien dat er in de auto twee personen zichtbaar waren. Het Nederlandse kenteken van de auto was zeer vermoedelijk [kenteken] .
Beelden [adres 3] en 62 te Brunssum:
Omstreeks 17:57:34 uur parkeerde de auto naast het hekwerk van de woning [adres 3] .
Omstreeks 18:30:59 uur kwam vanuit de richting van de [adres 3] een onbekende man aanlopen (foto 3).
Omstreeks 18:38:12 uur rende dezelfde persoon terug richting de [adres 3] (foto 4) om vervolgens omstreeks 18:38:15 uur als bijrijder in de auto te stappen.
Beelden Albert Heijn [adres 7] te Brunssum:
De geldautomaat in de Albert Heijn is niet voorzien van camera's. In de Albert Heijn zijn alleen camerabeelden beschikbaar van de eigen beveiligingscamera's. Omstreeks 18:58:04 uur zagen wij dat een onbekende persoon al bellend via "entree 2" de Albert Heijn binnenkwam (
hierna: persoon 1).
Omstreeks 18:59 uur zagen wij dat er een onbekende persoon via "entree 1" de Albert Heijn binnenkwam, met in zijn rechterhand een telefoon vast (
hierna: persoon 2).
Omstreeks 18:59:28 uur stond persoon 1ter hoogte van de pinautomaat te wachten om, vermoedelijk, te gaan pinnen. Persoon 1 en 2 maakten contact met elkaar. Persoon 1 gaat vervolgens naar de pinautomaat. Deze persoon verdween tussen 19:00 uur en 19:02:45 uur uit beeld, in deze periode vond er een pintransactie plaats waarbij € 500,- werd gepind van de rekening van het slachtoffer.
Direct nadat persoon 1 wegliep van de pinautomaat liep persoon 2 richting de pinautomaat. Persoon 2 verdween in de periode 19:02:50 en 19:04:48 uit beeld. In deze periode werd nogmaals getracht geld van de rekening van het slachtoffer te halen, dit lukte niet.
Beelden Geldmaat [adres 8] te Eygelshoven:
Op 6 april 2023 omstreeks 19:34:34 uur verscheen bij de Geldmaat gelegen aan de [adres 8] te Eygelshoven een onbekende man. Tijdens het pinnen dekte de man met zijn rechterhand de camera in de geldautomaat af (foto 11). Er werd tweemaal
getracht geld te pinnen, omstreeks 19:34 uur en omstreeks 19:35 uur.
Qua kleding (broek en schoenen), kwam deze persoon zeer sterk overeen met de persoon die eerder die dag tweemaal op de [adres 3] liep en vervolgens bij de Albert Heijn te Brunssum probeerde te pinnen, persoon 2.
Op 7 april 2023 omstreeks 20:09:47 uur verscheen weer een onbekende man bij de pinautomaat aan de [adres 8] . Qua signalement, postuur en kleding, betrof dit zeer waarschijnlijk dezelfde persoon als de persoon die op 6 april 2023 omstreeks 19:34 uur trachtte te pinnen.
Verbalisant [verbalisant 2]relateerde over het aantreffen van de pinpas onder meer als volgt:
Ik was op 25 april 2023 bij een woning gelegen aan de [adres 2] te Kerkrade. Dit betrof het adres alwaar [medeverdachte 2] ingeschreven stond. Wij betraden de slaapkamer van [medeverdachte 2] . Naast een tv-kastje, op een luidspreker, werd een pinpas van ABN AMRO aangetroffen op naam van [naam 5] . Mij was bekend dat dit de meisjesnaam betrof van [slachtoffer 2] .
De
medeverdachte [medeverdachte 2]verklaarde in het derde verhoor bij de politie – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:
O: We willen terugkomen op de zaak [adres 5] te Brunssum, van 6 april 2023. We laten je nog een keer de eerder getoonde foto zien (foto 1) (
dit betreft foto 3 van de beelden van de [adres 3] in Brunssum).
V: Wie is dit op de foto?
A: Dat ben ik.
V: Met wie was je daar?
A: Daar was ik met mijn vader, [verdachte]
O: Wij tonen de verdachte de gemaakt camerabeelden van 7 april 2023 bij de geldmaat [adres 8] te Eygelshoven.
A: Ik zie het al dat ben ik. Ik herken mij daar direct zelf in.
O: Wij tonen de verdachte de gemaakt camerabeelden van 6 april 2023 bij de geldmaat [adres 8] te Eygelshoven.
A: Als ik zo de beelden zie dan herken ik mij daar ook in.
De
verdachteverklaarde tijdens de zitting van 14 april 2026 – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:
U, voorzitter, bespreekt het dossier met betrekking tot de zaak [slachtoffer 2] . Ik heb mijn zoon (
de rechtbank begrijpt: de medeverdachte [medeverdachte 2] )meerdere keren ergens af moeten zetten. U vraagt mij of ik op 6 en 7 april 2023 altijd in de auto heb gezeten. Dat zou kunnen ja. Het vervoeren klopt wel. U, oudste rechter in rang, vraagt mij of ik mijn zoon dus heb afgezet bij de woning van [slachtoffer 2] en de twee pinlocaties. Dat zou kunnen ja.
Ten aanzien van het slachtoffer [slachtoffer 3] :
[slachtoffer 3]verklaarde in haar
aangifte– zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:
Ik wil aangifte doen van oplichting, waarbij mijn bankpas is ontvreemd op 21 april 2023, vanaf mijn appartement aan het [adres 6] in Meerssen.
Op 21 april 2023, om 17:08 uur zag ik dat een onbekend nummer mij belde. Bij het opnemen van de telefoon hoorde ik dat een man zich aan mij voorstelde als een medewerker van de Rabobank. Ik hoorde dat de man zei dat ik gehackt was op mijn internetbankieren. De man gaf aan dat hij me zou doorschakelen met een andere medewerker van de Rabobank om alles in orde maken. De man verbond mij door met die andere medewerker van de Rabobank. Die medewerker zei dat hij iemand stuurde van de politie om de pinpas op te halen.
Omstreeks 18.05 uur kreeg ik het tweede telefoontje. In dit tweede gesprek werd alles herhaald van het eerste gesprek en er werd gezegd dat ik aan de lijn moest blijven. Direct na het beëindigen van het tweede telefoongesprek of nog tijdens het tweede gesprek, belde een man aan bij de deur. Bij het opendoen van de deur stelde de man zich voor als iemand van de politie. Deze man kwam de pinpas ophalen zoals de medewerker van de Rabobank had gezegd. Ik gaf mijn pinpas aan de man. De man vroeg of ik ook de pincode wilde vertellen. Ik zei tegen de man mijn pincode.
Mijn nichtje zag later op de avond dat er een bedrag was afgeschreven van 2.099 euro van mijn betaalrekening. Er was een aankoop gedaan bij de MediaMarkt in Maastricht en met mijn pinpas betaald.
Verbalisant [verbalisant 3]relateerde over de camerabeelden onder meer als volgt:
Het betreft camerabeelden van beveiligingscamera's van de MediaMarkt in Maastricht. De tijd op de beelden komt overeen met de werkelijke tijd.
Ik zag dat NN1 in beeld kwam bij de ingang om 18.26:19 uur (
de rechtbank begrijpt: op 21 april 2023). Ik zag dat NN1 de winkel inliep, richting de telefoonafdeling. Ik zag dat een medewerker een kast opende en twee telefoondoosjes eruit pakte. Ik zag dat deze goederen in ontvangst werden genomen door NN1. Ik zag dat NN1 vervolgens in de richting van de kassa's liep. Ik zag dat NN1 in beeld verscheen bij de kassa's. Ik zag dat hij in zijn rechterhand een pinpas vasthield. Ik zag dat NN1 met deze pinpas de goederen bij de kassa betaalde om 18.33:36 uur.
Verbalisant [verbalisant 4]relateerde over de herkenning van de verdachte op de camerabeelden onder meer als volgt:
Mij werd de herkenning gevraagd van een onbekende man welke verdacht werd van bankhelpdeskfraude gepleegd op het [adres 6] (
de rechtbank begrijpt: [adres 6] )14 te Meerssen. De dia's betroffen screenshots van de MediaMarkt waarbij twee iPhones werden aangekocht met de weggenomen pinpas. Ik zag direct dat de getoonde dia verdachte [medeverdachte 2] betrof.
Hierna heb ik de bewegende beelden nog bekeken. Ik herkende [medeverdachte 2] aan zijn postuur, gezicht, gezichtsbeharing (sikje) en haren. Ik had namelijk de dag ervoor, 25 april 2023, nog met [medeverdachte 2] in verhoor gezeten.
Verdachte:
Achternaam : [medeverdachte 2]
Voornamen : [medeverdachte 2]
Geboren : [geboortedatum]
Geboorteplaats : [geboorteplaats] in Nederland
De
medeverdachte [medeverdachte 2]verklaarde in het tweede verhoor bij de politie – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:
V: Vertel ons eens precies hoe het nu gegaan is vorige week?
We zijn naar de MediaMarkt in Maastricht gereden. Ik moest daar twee iPhones 14 gaan halen. Ik ben dat ook gaan doen. Ik ben daarna bij mijn vader (
de rechtbank begrijpt: de verdachte)in de auto gestapt. Hij was me daar komen ophalen. Die gasten zijn later op de avond die telefoons komen ophalen.
V: Dan over 21 april. Hoe reageerde de bewoner waar jij de pas moest ophalen?
A: Ja heel kalm en heel voorbereid. Ze wist wat er ging gebeuren.
V: Waar is de bankpas?
A: Die hebben de jongens ook meegenomen. Net als de telefoons.
V: Welke telefoons?
A: Die telefoons van de MediaMarkt.
V: Wat zegt jou het adres [adres 6] , te Meerssen?
A: Ja dat is volgens mij dat adres waar ik geweest ben om dat pasje op te halen.
V: Ben je bij deze mevrouw in de woning geweest?
A: Ja.
V: Wat heb je daar meegenomen?
A: Alleen een pinpas.
V: Met de bankpas van deze mevrouw [slachtoffer 3] is wederrechtelijk € 2.099 gepind. Wat kun jij hierover verklaren?
A: Ja dat zijn die twee iPhones die ik heb gekocht bij de MediaMarkt in Maastricht.
V: Door ons werden gegevens gevorderd bij de MediaMarkt te Maastricht. Volgens ons ben jij de persoon op deze beelden (foto 2). Op de beelden is te zien hoe jij een aankoop doet en hierbij een pintransactie verricht. Wat kun jij hierover verklaren?
A: Ja hierop zie je dat ik mijn telefoon gebruik en dat ik in contact moest blijven met die gasten.
V : Van welke pinpas maakte jij gebruik?
A: (..) dat was het pasje van die persoon waar ik dat pasje heb opgehaald.
De
verdachteverklaarde tijdens de zitting van 14 april 2026 – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:
U, voorzitter, bespreekt het dossier met betrekking tot de zaak [slachtoffer 3] . U vraagt mij of ik ook op 21 april 2023 mijn zoon heb gereden. Dat zou best kunnen. U, oudste rechter in rang, houdt mij voor dat mijn telefoon zich om 18:01 uur in de directe omgeving van de woning van [slachtoffer 3] bevond en daarna verplaatste naar de MediaMarkt in Maastricht. Ik heb ze afgezet bij de MediaMarkt en de adressen waar dingen zijn opgehaald. U, oudste rechter in rang, vraagt mij of het dus klopt dat ik mijn zoon heb opgehaald bij zijn opa, daarna naar Meerssen ben gereden en daarna naar de MediaMarkt in Maastricht. Ja.
Ten aanzien van de slachtoffers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] :
Verbalisant [verbalisant 1]relateerde over het onderzoek aan de telefoon van de verdachte onder meer als volgt:
Door mij werd een onderzoek ingesteld naar een mobiele telefoon, merk Samsung, type Galaxy A7. Op 25 april 2023 werd deze telefoon inbeslaggenomen onder de verdachte [verdachte] . "UTC+0" betreft de daadwerkelijke tijd in UTC. Nederland valt tijdens de zomertijd in tijdzone "UTC+2". Omdat de bekeken data betrekking heeft op de zomertijd dient men dus bij de weergegeven tijd twee uur op te tellen om de daadwerkelijke tijd te hebben.
Ik zag dat de “owner” (
de rechtbank begrijpt: de eigenaar)gebruik maakte van het volgende account: [naam 6] .
Ik zag in de applicatie Snapchat een chatsessie staan tussen [naam 1] en
[naam 6] . Deze sessie begon op 6 april 2023, 16:40:10 uur (UTC+0). De daadwerkelijke tijd is dan 18:40:10 uur. In deze sessie waren nog meer gebruikers actief, te weten: [naam 7] , [naam 8] , [naam 9] ( [naam 9] ) en [naam 2] ( [naam 2] ) (
de rechtbank begrijpt: de medeverdachte [medeverdachte 2] ).
De gebruiker van [naam 1] stuurde de volgende berichten naar [naam 6] :
- 16:40:10 uur: Ben
- 16:40:12 uur: Je
- 16:40:18 uur: Al pinautomaat
- 16:40:20 uur: Stuur foto
- 16:40:30 uur: Kaart
(…)
Vervolgens gaat het gesprek over de opbrengst. Op 6 april omstreeks 19:01 uur werd er daadwerkelijk € 500,- gepind. Hierover wordt in deze chatsessie gesproken. De opbrengst zou 17,5 procent zijn.
- 17:09:32 uur: 500
- 17:09:46 uur: we krijgen 17,5 procent
- 17:09:52 uur: dat is 80 eu zoiets
(..)
Op 21 april omstreeks 14:31 uur (UTC+0) stuurde [naam 1] het bericht dat ze erop gingen. [naam 1] stuurde de postcode [postcode 1] . Dit betrof een adres in Meerssen. Dit was voor [naam 2] ongeveer een half uur rijden. [naam 2] wilde eerst gaan eten, waarop [naam 1] antwoordde dat de vis niet kan wachten op eten. Dit adres zou iets moois opleveren. Geen kleine bedragen. De gebruiker van [naam 7] vroeg aan [naam 2] hoe laat zijn driver bij hem was en zei dat er geen tijd was om te eten. [naam 2] was bij zijn driver, maar de vriendin van zijn driver had eten klaar dus hij wilde eerst eten. [naam 7] bleef vervolgens aandringen dat [naam 2] moest opschieten. [naam 7] stuurde het bericht:
"Als vis dood is kunnen wij niets aan doen". Omstreeks 15:19:46 (UTC+0) uur stuurde [naam 7] het bericht "
probeer daar zsm te komen tenzij er word gezegd hoeft niet meer", waarop [naam 1] de volgende berichten stuurde "
Echt snel deze", "
geen kleine bedragen", en "
iets koois". [naam 2] gaf hierop aan dat het ongeveer 35 minuten duurde voordat hij ter plaatse was.
Door [naam 1] werd het volgende adres gedeeld met de mededeling dat [naam 2] snel moet zijn:
- 15:23:02: [adres 6] , [postcode 1] Meerssen
Hierna bleef [naam 1] aandringen dat ze snel moesten zijn. De siv (vis) was nog aan. [naam 1] gaf de volgende informatie mee:
- 15:30:34: Hallo ik ben [naam 4] ik kom voor het pakket met identificatiecode: [identificatiecode]
- 15:56:36 - [naam 6] : Sii
- 15:57:09 - [naam 6] : 4min
Tijdens de chatsessie gaf [naam 2] aan dat zijn telefoon bijna leeg was en dat de communicatie verder met de telefoon van zijn vader zou gaan. Vanaf dat moment verliep de communicatie via het account [naam 6] , mogelijk wel door [naam 2] .
(..)
Op 22 april 2023 (..) liet [naam 2] weten dat hij twee drivers had en dat hij beschikbaar was. [naam 1] antwoordde dat hij nog een haler had in die omgeving en dat [naam 2] ze allebei, drivers, moest contacten. Op dat moment gaf [naam 1] aan dat ze met twee vissen bezig waren. (..) Dan antwoordt [naam 2] dat hij geen contact met zijn driver kreeg en dat de andere minimaal 10 tot 15 nodig had om tot bij hem te komen, daarna konden ze rijden. [naam 1] gaf aan dat ze probeerde om de vis goed te houden. [naam 2] gaf aan dat het wat langer duurde en dat de driver uit Duitsland moest komen. (..) [naam 1] deelde via de app de postcode [postcode 2] Dit adres was op tien minuten afstand van [naam 2] . Het adres werd
even later aangevuld tot [adres 9] , [postcode 2] Even later volgde van [naam 1] de opdracht om te gaan rijden. Door [naam 2] werd gevraagd naar het script. (..) Daarna volgde er een berichtenwisseling waarin door [naam 1] aan [naam 2] werd medegedeeld dat hij in de woning eerst wat moest doen, zoals geld overmaken naar de lopende rekening. (..) Het pakketje werd door [naam 2] opgepikt. Vervolgens gaf [naam 1] de opdracht om te rijden naar de MediaMarkt in Roermond. Daar moest [naam 2] 2 iPhones Pro Max (de duurste) en een Macbook 4 (de duurste) kopen. Later kwam daar nog een PlayStation 5 bij. (..) [naam 2] was binnen en kreeg van [naam 1] de volgende pincode binnen " [pincode] ". (..) Ten tijde dat [naam 2] bij de Mediamarkt was stuurde [naam 1] een aantal berichten dat er iemand bij de vis binnen was en dat [naam 2] moest opschieten. (..) Omstreeks
15:23:51 uur (UTC+0) gaf [naam 2] aan dat hij buiten was en dat hij twee telefoons had. Hier stuurde hij een foto en een foto van de bon van. (..) Daarna werd aangegeven dat [naam 7] naar [naam 2] zou komen. [naam 7] vroeg aan [naam 2] of [naam 10] zijn pa was. [naam 2] bevestigde dat dat zo was en dat hij in de chat zat. [naam 7] vroeg vervolgens aan [naam 10] hoe laat hij bij Chris was. [naam 6] reageerde hierop dat hij vandaag de driver niet was. (..) [naam 6] antwoordde dat hij gisteren al zijn benzine had opgereden en niets meer had, ook geen geld.
De
verdachteverklaarde tijdens de zitting van 14 april 2026 – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt:
Het Snapchataccount ‘ [naam 6] ’ is van mij. [naam 10] was mijn oude gebruikersnaam. Ik heb het daarna veranderd in [naam 6] .
Bewijsoverweging feiten 1 en 2
Uit de aangiften van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] komt een handelswijze naar voren die in grote lijnen dezelfde was. De aangevers werden gebeld door iemand die zich voordeed als een medewerker van de bank. In het gesprek werd meegedeeld dat er problemen waren met de bankrekening en dat de bankpassen opgehaald moesten worden. Kort daarna verscheen een zogenaamde medewerker van de bank, dan wel de politie, bij hun woningen om de pinpassen op te halen. Ook werden de pincodes ontfutseld en op die manier kon daarna met de pinpassen gepind worden.
Aan [medeverdachte 2] is het medeplegen van deze bankhelpdeskfraude (in de vorm van oplichtingen en diefstallen) ten laste gelegd en heden door de rechtbank bewezen verklaard. [medeverdachte 2] is daarbij diegene geweest die de pinpassen heeft opgehaald en daarmee heeft gepind.
De vraag die in dit vonnis moet worden beantwoord, is of de verdachte een rol heeft gehad in het geheel, en zo ja, of deze rol een strafrechtelijk verwijt oplevert, en zo ja, welk verwijt dan.
De rol van de verdachte?
Op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting stelt de rechtbank vast dat de verdachte op 6 en 21 april 2023 de rol van chauffeur heeft vervuld, door [medeverdachte 2] naar de woningen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en de pinlocaties te vervoeren. De verdachte heeft dit ter zitting ook bekend. De vraag die dan vervolgens rijst is of de verdachte wetenschap had van hetgeen zich afspeelde of niet?
Wetenschap?
De rechtbank acht de verklaring van de verdachte dat hij geen wetenschap had van de gedragingen van de medeverdachte [medeverdachte 2] ongeloofwaardig en gaat ervan uit dat de verdachte op 6 en 21 april 2023 door [medeverdachte 2] is ingeschakeld om hem ten behoeve van de bankhelpdeskfraude te vervoeren. Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank namelijk af dat de verdachte met zijn account [naam 6] heeft deelgenomen aan een groepschatgesprek waarin de deelnemers zich duidelijk bezighielden met bankhelpdeskfraude. In het berichtenverkeer zijn onder meer postcodes gedeeld van potentiële slachtoffers en uitvoerige instructies gegeven met betrekking tot het ophalen van de pinpassen bij de slachtoffers (“vissen”) en de pintransacties die vervolgens moesten worden verricht. Daarbij is ook de zaak van [slachtoffer 3] tot in detail besproken. De verdachte heeft, door deel uit te maken van dit groepsgesprek, kennisgenomen van deze handelswijze en de feiten die [medeverdachte 2] met zijn medepleger(s) zou gaan plegen.
Dat niet de verdachte zelf, maar [medeverdachte 2] via de telefoon van de verdachte aan het groepsgesprek heeft deelgenomen, zoals door de verdediging is bepleit, wordt weerlegd door de bewijsmiddelen. Zowel de verdachte als [medeverdachte 2] zaten beiden met een eigen account in de chat en hebben beiden, apart van elkaar, gereageerd. De rechtbank heeft reeds vastgesteld dat de verdachte op 21 april 2023 als chauffeur voor [medeverdachte 2] heeft opgetreden. In het groepschatgesprek heeft de verdachte de dag erna, op 22 april 2023, gereageerd dat hij op die dag niet de driver was, omdat hij de dag ervoor al zijn benzine had opgereden. De rechtbank leidt daaruit af dat de verdachte wel degelijk zelf aan het chatgesprek heeft deelgenomen. Bovendien reageerde [medeverdachte 2] op datzelfde moment met zijn eigen account op de berichten. Ook daaruit leidt de rechtbank af dat de verdachte zelf de gebruiker is van zijn account [naam 6] . Juist de omstandigheid dat de medeverdachte [medeverdachte 2] op 21 april 2023 heeft aangekondigd dat de communicatie verder met de telefoon van zijn vader zou gaan omdat zijn telefoon bijna leeg was, bevestigt dat dit niet telkens het geval is geweest.
De rechtbank komt, op grond van het voorgaande, tot de conclusie dat de verdachte wist dat door [medeverdachte 2] bankhelpdeskfraude gepleegd zou worden en dus dat de verdachte, door te fungeren als zijn chauffeur, hierbij [medeverdachte 2] opzettelijk behulpzaam wilde zijn.
Medeplegen of medeplichtigheid?
De rol van de verdachte is uitsluitend die van chauffeur geweest. Niet is gebleken dat de verdachte anderszins een significante bijdrage heeft geleverd aan de ten laste gelegde feiten en dat hij een grotere rol heeft gehad bij de voorbereiding of de uitvoering van de delicten. Zo is niet gebleken dat de verdachte [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft gebeld, dat hij hun passen heeft opgehaald of dat hij daarmee heeft gepind. Ook is niet komen vast te staan dat hij heeft meegedeeld in de buit. De rechtbank is daarmee van oordeel dat de bijdrage van de verdachte van onvoldoende gewicht is geweest om hem te kunnen aanmerken als medepleger.
Wel is de rechtbank van oordeel dat de verdachte, door als chauffeur van [medeverdachte 2] te fungeren en wetende wat zou gebeuren, opzettelijk behulpzaam is geweest bij de bankhelpdeskfraude en de daarop volgende diefstallen.
Conclusie
Gelet op het voorgaande zal de verdachte worden vrijgesproken van de primair ten laste gelegde feiten. Wel acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in de periode van 6 april 2023 tot en met 21 april 2023 medeplichtig is geweest aan het medeplegen van de oplichting en de diefstal van geld van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] .
Partiële vrijspraak zaak [benadeelde partij]
De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting niet kan worden vastgesteld dat de verdachte in de zaak van [benadeelde partij] als chauffeur heeft opgetreden. De verdachte zal daarom van dit onderdeel van de tenlastelegging partieel worden vrijgesproken. Ook zal de ten laste gelegde periode om die reden beperkt worden.