Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
2.De vordering
3.De feiten
4.De beoordeling
5.De beslissing
13 mei 2026voor het overleggen door de man van een concept van de notariële akte van levering,
Rechtbank Limburg
Partijen zijn in 1995 gehuwd zonder huwelijkse voorwaarden en in 2017 gescheiden waarbij de rechtbank de verdeling van de huwelijksgemeenschap heeft vastgesteld. De man kreeg het winkel-woonhuis toegewezen onder de verplichting de hypothecaire lening te voldoen en de vrouw daarvoor vrij te waarschuwen. De man wenst de toedeling te effectueren, maar de inschrijving van de leveringsakte in het Kadaster werd door het Kadaster onterecht geacht.
De notaris verzocht de rechtbank de beschikking te rectificeren zodat deze in de plaats van de notariële akte kan treden. De rechtbank oordeelt dat zij niet over de vereiste gegevens beschikt om de akte te formuleren en dat het vonnis alles moet bevatten wat normaal in de akte staat. De vrouw is onvindbaar en niet verschenen, waardoor verstek is verleend.
De rechtbank acht de vordering in beginsel toewijsbaar, maar stelt de man in de gelegenheid een concept van de notariële akte van levering over te leggen. De zaak wordt aangehouden tot 13 mei 2026 voor het overleggen van dit concept, waarna verdere beslissing volgt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering toe onder voorwaarde dat de man een concept van de notariële akte van levering overlegt, waarna verdere beslissing volgt.