ECLI:NL:RBLIM:2026:4293

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
1 mei 2026
Zaaknummer
11976264 Cv EXPL 25-4810
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Bisscheroux
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BWArt. 7:213 BWArtikel 233 RvWet aanpak woonoverlast
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding en ontruiming huurovereenkomst wegens ernstige en structurele woonoverlast

Vincio Wonen verhuurt sinds augustus 2022 een woning aan de huurder, wiens goederen onder bewind zijn gesteld. Vanaf ongeveer een jaar voor dagvaarding zijn er talrijke meldingen van overlast door omwonenden, waaronder geluidsoverlast, intimidatie, vernieling en agressief gedrag. De sociaal wijkbeheerder heeft deze meldingen bevestigd en meerdere malen met de huurder gesproken, die beterschap beloofde maar de overlast bleef voortduren.

De huurder ontving in juli 2025 een officiële waarschuwing van de burgemeester op grond van de Wet aanpak woonoverlast. Ondanks diverse pogingen tot hulpverlening weigert de huurder medewerking. Vincio Wonen verzoekt Parkstad Bewindvoering q.q., als bewindvoerder, de huurovereenkomst op te zeggen, wat niet leidt tot beëindiging.

De rechtbank oordeelt dat de overlast een ernstige tekortkoming vormt in de nakoming van de huurovereenkomst en dat het belang van Vincio Wonen en andere huurders bij beëindiging zwaarder weegt dan het belang van de huurder bij behoud van de woning. De ontbinding en ontruiming worden toegewezen, met een ontruimingstermijn van veertien dagen en uitvoerbaarheid bij voorraad. Parkstad Bewindvoering q.q. wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en ontruiming bevolen wegens ernstige en structurele woonoverlast.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11976264 \ CV EXPL 25-4810
Vonnis van 6 mei 2026
in de zaak van
STICHTING VINCIO WONEN,
te Hoensbroek,
eisende partij,
hierna te noemen: Vincio Wonen,
gemachtigde: mr. J.G. van Heertum,
tegen
PARKSTAD BEWINDVOERING B.V. IN DE HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER OVER DE GOEDEREN VAN DE HEER [gedaagde partij] , GEBOREN OP [geboortedag] 1988,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Parkstad Bewindvoering q.q.,
gemachtigde: mr. F.E.L. Teerling.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het exploot van dagvaarding van 13 november 2025 met producties 1 tot en met 24;
- de conclusie van antwoord;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de door Vincio Wonen ten behoeve van de mondelinge behandeling in het geding gebrachte aanvullende producties 25 tot en met 27;
- de mondelinge behandeling van 31 maart 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
De (toekomstige) goederen van [gedaagde partij] zijn onder bewind gesteld, waarbij Parkstad Bewindvoering q.q. tot bewindvoerder is benoemd.
2.2.
Vincio Wonen verhuurt met ingang van 10 augustus 2022 aan [gedaagde partij] de woning aan het adres [adres 1] (hierna: het gehuurde). Op deze huurovereenkomst zijn de algemene huurvoorwaarden van Vincio Wonen d.d. 11 februari 2019 van toepassing.
2.3.
In artikel 6.3 van de algemene huurvoorwaarden is opgenomen:
“Huurder zal het gehuurde gebruiken en onderhouden zoals het een goed huurder betaamt.”
2.4.
In artikel 6.8 van de algemene huurvoorwaarden is opgenomen:
“Huurder dient ervoor zorg te dragen dat aan omwonenden geen overlast of hinder wordt veroorzaakt door huurder, huisgenoten, huisdieren of door derden die zich vanwege huurder in, rondom of in de directe nabijheid van het gehuurde of in de gemeenschappelijke ruimten bevinden. […]”
2.5.
Vincio Wonen ontvangt al geruime tijd overlastmeldingen van omwonenden ten aanzien van het gedrag van [gedaagde partij] . De overlastmeldingen bestaan voornamelijk uit geluidsoverlast, intimidatie en bedreiging, vernieling en agressief/verward gedrag. Het gaat, vanaf ongeveer een jaar voorafgaand aan de dagvaarding tot het moment van dagvaarden, om de volgende meldingen:
  • Op 1 juli 2024 heeft de heer [sociaal wijkbeheerder] , sociaal wijkbeheerder bij Vincio Wonen, (hierna: [sociaal wijkbeheerder] ) telefonisch contact gehad met de moeder van de heer [buurtbewoner 2] , woonachtig aan de [adres 2] . Zij meldt dat [gedaagde partij] eieren tegen de deur van haar zoon heeft gegooid en zich dreigend tegen hem uit. Daardoor durft de heer [buurtbewoner 2] niet meer naar zijn woning.
  • Op 3 juli 2024 heeft [sociaal wijkbeheerder] telefonisch contact gehad met mevrouw [buurtbewoner 3] , woonachtig aan de [adres 3] . Zij gaf aan dat de voordeur van de woning van de heer [buurtbewoner 2] is besmeurd met uitwerpselen. [sociaal wijkbeheerder] is ter plaatse gegaan en heeft dit met eigen ogen geconstateerd. Naar aanleiding van dit voorval heeft [sociaal wijkbeheerder] aan de deur van [gedaagde partij] een kort gesprek met hem gehad en aangegeven dat dit gedrag niet getolereerd wordt.
  • Op 5 juli 2024 heeft [sociaal wijkbeheerder] wederom telefonisch contact gehad met mevrouw [buurtbewoner 3] . Zij gaf aan dat [gedaagde partij] de nacht ervoor haar voordeur heeft ingetrapt en geprobeerd heeft haar fysiek aan te vallen. De politie is ter plaatse geweest en de slotenmaker heeft het slot van de woning vervangen.
  • Op 31 juli 2024 heeft [sociaal wijkbeheerder] contact gehad met de heer [buurtbewoner 4] , woonachtig aan de [adres 4] . Hij gaf aan dat [gedaagde partij] met eieren en ontlasting gooit in het complex en dat het erg stinkt. [sociaal wijkbeheerder] is ter plaatse gegaan en heeft dit met eigen ogen geconstateerd.
  • Op 3 september 2024 heeft [sociaal wijkbeheerder] contact gehad met de moeder van de heer [buurtbewoner 2] . Zij gaf aan dat [gedaagde partij] wederom met eieren en uitwerpselen heeft gegooid. De heer [buurtbewoner 2] durft niet meer terug naar zijn appartement vanwege de dreigementen van [gedaagde partij] .
  • Op 9 september 2024 heeft de heer [buurtbewoner 4] een vergelijkbare melding gedaan over het gedrag van [gedaagde partij] . Hij heeft het trappenhuis bevuild met koffiedrap.
  • Op 19 september 2024 is [sociaal wijkbeheerder] ter plaatse geweest en heeft geconstateerd dat de voordeur van de heer [buurtbewoner 4] was besmeurd met uitwerpselen.
2.6.
Op 14 oktober 2024 heeft [sociaal wijkbeheerder] telefonisch contact gehad met [gedaagde partij] . [gedaagde partij] heeft erkend dat het de afgelopen tijd slecht met hem is gegaan in mentaal opzicht en beloofde beterschap. Naar aanleiding van dat gesprek is een gedragsaanwijzing aan [gedaagde partij] toegestuurd. Deze is niet door hem ondertekend.
2.7.
De overlastmeldingen die Vincio Wonen van omwonenden ontving ten aanzien van het gedrag van [gedaagde partij] gingen door:
  • Op 23 oktober 2024 heeft [sociaal wijkbeheerder] contact gehad met de moeder van de heer [buurtbewoner 2] . [gedaagde partij] zou opnieuw voor overlast zorgen. [sociaal wijkbeheerder] heeft telefonisch contact met [gedaagde partij] opgenomen en hem gesommeerd zijn gedrag te beteren.
  • Op 27 november 2024 heeft [sociaal wijkbeheerder] contact gehad met de heer [buurtbewoner 1] , woonachtig aan de [adres 5] . Hij gaf aan dat [gedaagde partij] tegen zijn voordeur heeft getrapt.
  • Op 20 maart 2025 heeft [gedaagde partij] , blijkens een melding van een collega van [sociaal wijkbeheerder] , wederom met eieren gegooid in de algemene ruimte.
  • Op 29 april 2025 nam de heer [buurtbewoner 1] contact met [sociaal wijkbeheerder] op dat hij zich niet veilig voelt in zijn woningen door het gedrag van [gedaagde partij] .
  • Eind april ontving [sociaal wijkbeheerder] ook twee meldingen van de moeder van de heer [buurtbewoner 2] vanwege dreigementen die [gedaagde partij] uitte.
  • Op 11 mei 2025 woedde er brand in de kelderbox van de buurvrouw van [gedaagde partij] . Het DNA van [gedaagde partij] is hierbij aangetroffen. [gedaagde partij] is aangehouden en op het moment van dagvaarding (voor zover Vincio Wonen bekend) nog altijd verdachte.
  • Op 12 mei 2025 ontving [sociaal wijkbeheerder] een melding van de heer [buurtbewoner 2] dat [gedaagde partij] het weekend ervoor heeft geschreeuwd en op de muren heeft gebonsd.
2.8.
Op 9 juli 2025 heeft [gedaagde partij] een waarschuwing van de burgemeester van de gemeente Heerlen ontvangen in het kader van de Wet aanpak woonoverlast. In de waarschuwing worden diverse politiemeldingen omschreven in de periode tussen 23 augustus 2022 en mei 2025. In de waarschuwing zijn onder meer de volgende meldingen opgenomen:
“15 april 2024: u meldde een inbraak in uw woning. Op de centralist kwam u verward over en op de politie ter plaatse ook. U sprak onsamenhangend, gaf aan dat uw buren uw eten zouden manipuleren en dat zij u ziek maakten. U gaf aan speed en alcohol te hebben gebruikt en al dagen niet te hebben geslapen. Zowel uw huisarts als Vangnet gaven aan dat u aangeboden hulp niet aanpakt.
(…)
5 juli 2024, omstreeks 15:03 uur: politie kreeg melding van overlast door u. ter plaatse was sprake van extreme geluidsoverlast. Omwonenden gaven aan dat u eerder die nacht een deur had ingetrapt, ontlasting en braaksel op een deur had gesmeerd en kleine brandjes had gesticht. Roetvlekken waren zichtbaar.
(…)
6 juli 2024: de wijkagent rapporteerde dat u structureel hulp weigert. U bent besproken in het casuistiekoverleg. Stichting Vincio Wonen werd geïnformeerd en zal Bemoeizorg inschakelen. De bewoonster van de vernielde woning durft niet terug keren naar haar woning uit angst voor uw gedrag en is voornemens de huur op te zeggen.
27 juli 2024: uw buurman meldde dat er opnieuw iets in zijn voordeurslot was gestopt, waardoor hij zijn woning niet kon betreden. Hij en zijn broer verdenken u hiervan, gezien eerdere conflicten.
(…)
29 juli 2024 (servicemodule): uw buurman gaf aan dat u opnieuw probeerde binnen te komen in zijn woning. Hij hoorde u bij de voordeur en gaf aan dat hij u betrapt had. Hij vreest voor escalatie.
(…)
20 augustus 2024 omstreeks 06:41 uur: u meldde overlast van gebonk door een bewoner in uw gebouw. Ter plaatse trof de politie geen overlast aan. Op basis van uw toestand ontstond bij hen het vermoeden dat u zelf de overlast gever bent.
22 augustus 2024: u gaf aan overlast te ervaren van uw overbuurman. Er werd wederom geen overlast waargenomen. Op de vraag wat de overlast inhield, gad u als reactie: “Hij hangt mij gewoon de piemel uit.” Nadere uitleg kon u niet geven. U gaf aan binnenkort het heft in eigen hand te nemen.
(…)
8 december 2024: u dreigde de voordeur van een woning in te trappen als de politie niet zou komen, omdat u dacht dat er iemand werd verkracht. Ter plaatse bleek u alleen thuis met uw hondje. U gaf aan stemmen te horen vanuit een andere flat, maar kon niet duidelijk maken wat er precies werd geroepen. De politie hoorde geen bijzonderheden. U gaf aan geen hulp nodig te hebben. Uw vader zou doordeweeks dagelijks langskomen om boodschappen met u te doen.
20 januari 2025: de wijkagent rapporteert dat u bent geprioriteerd binnen de PGA. U komt afspraken niet na, gebruik medicatie naar eigen inzicht en combineert dit met alcohol en verdovende middelen. Volgens Stichting Vincio Wonen is er regelmatig sprake van overlast in de flat, zoals het besmeuren van muren met eieren en uitwerpselen en het stichten van kleine brandjes. Uw moeder houdt afstand, uw vader helpt u nog met boodschappen. Uw ouders maken zich zorgen, vooral vanwege uw alcoholgebruik. Er wordt rekening gehouden met een mogelijke uithuiszetting.
(…)
14 maart 2025: u zegde de huur schriftelijk op maar weigerde toegang bij de eindcontrole. De woning is nog volledig ingericht. Er komt een kort geding om u uit huis te zetten. U zou gedreigd hebben met het opendraaien van de gaskraan, maar gaf later aan dat dit uit emotie was.
11 april 2025: melder en zijn verpleegkundige geven aan ernstige overlast de ervaren van u, waaronder bekladde deuren, schreeuwen en provocerend gedrag. Deze ochtend heeft u geschreeuwd naar melder. Melder is bang voor escalatie en wil dat de wijkagent wordt geinformeerd.
(…)
6 mei 2025: moeder van bovenbuurman meldt dat u uw handtekening onder invloed zou hebben gezet en nu de huuropzegging aanvecht. Het treitergedrag richting haar zoon neemt toe. U zou hem hebben bedreigd en gezegd dat u zijn “kop kapot gaat schoppen en de deur gaat intrappen”.
11 mei 2025: brandstichting in de kelderbox van uw buurvrouw. Tijdens forensisch onderzoek werd DNA veiliggesteld op een sporendrager. Na analyse bleek dit DNA afkomstig van u. u bent als verdachte aangemerkt voor brandstichting met gevaar voor personen en/of goederen.
12 mei 2025: bij buuronderzoek melden meerdere bewoners hevige overlast van uw kat, zoals geschreeuw, trappen tegen voordeuren, het gooien van eieren en het besmeuren van muren met poep. Eén bewoner verblijft inmiddels elders vanwege de situatie. Volgens bewoners voelen zij zich onveilig, vooral sinds de recente brandstichting. U zou nog steeds in de woning verblijven, ondanks de geplande uithuiszetting maart.”
2.9.
Op 15 juli 2025 heeft heer [buurtbewoner 2] wederom bij [sociaal wijkbeheerder] melding gemaakt van overlast door [gedaagde partij] . Ook in augustus 2025 deed hij diverse overlastmeldingen. De meldingen zijn qua strekking gelijk aan eerdere meldingen: bonken, schelden en schreeuwen. Op 22 en 23 september 2025 meldde de heer [buurtbewoner 2] weer diverse keren overlast door [gedaagde partij] . Tot op heden belt de heer [buurtbewoner 2] [sociaal wijkbeheerder] nog wekelijks met meldingen over het gedrag van [gedaagde partij] .
2.10.
Vincio Wonen heeft Parkstad Bewindvoering q.q. op 23 oktober 2025 verzocht om de huurovereenkomst op te zeggen. Dit heeft niet tot een opzegging geleid.

3.Het geschil

3.1.
Vincio Wonen vordert – samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde alsmede veroordeling in de proceskosten.
3.2.
Vincio Wonen legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde partij] veroorzaakt structureel en al voor langere tijd overlast aan zijn woonomgeving. Hierdoor handelt hij in strijd met de verplichting om zich als goed huurder te gedragen en zich te onthouden van het veroorzaken van overlast. Deze tekortkoming rechtvaardigt volgens Vincio Wonen de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
3.3.
Parkstad Bewindvoering q.q. voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Vincio Wonen, met voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Vincio Wonen in de kosten van de procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Ontbinding en ontruiming
4.1.
In artikel 6:265 BW Pro is bepaald dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een overeenkomst de wederpartij het recht geeft de overeenkomst te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Bij de beoordeling hiervan kunnen alle omstandigheden van het geval van belang zijn.
4.2.
De vraag die in deze procedure centraal staat is of de door Vincio Wonen gestelde overlast de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt. Als uitgangspunt bij de beantwoording van deze vraag geldt het bepaalde in artikel 7:213 BW Pro. Op grond van dat artikel is [gedaagde partij] verplicht zich ten aanzien van het gebruik van het gehuurde als een goed huurder te gedragen. Dit betekent dat [gedaagde partij] zich moet houden aan zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst, de algemene voorwaarden en de wet. Hij dient daarbij niet alleen goed voor het gehuurde te zorgen, hij moet ook voorkomen dat omwonenden overlast van hem ervaren. Deze verplichting is ook in artikel 6.3 en 6.8 van de algemene huurvoorwaarden opgenomen.
4.3.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken kan worden vastgesteld dat meerdere omwonenden al geruime tijd regelmatig bij Vincio Wonen – en overigens ook bij de politie – melding maken van overlast die zij ervaren door het gedrag dat [gedaagde partij] vertoont. Deze overlast bestaat, kort gezegd, uit voornamelijk geluidsoverlast (hard schreeuwen en harde muziek), intimidatie en bedreiging (verbaal geweld), vernieling (beschadiging van eigendommen), bevuiling en agressief/verward gedrag. Het grootste deel van deze meldingen is opgevolgd door [sociaal wijkbeheerder] die veelal met eigen ogen heeft geconstateerd dat de meldingen kloppen. Daar komt bij dat [sociaal wijkbeheerder] met [gedaagde partij] heeft gesproken en [gedaagde partij] heeft aangegeven dat hij het niet meer zou doen en beterschap beloofde. Gelet hierop is in voldoende mate vast komen te staan dat de betreffende overlastmeldingen, zoals opgesomd onder de feiten, door [gedaagde partij] zijn veroorzaakt. Tevens kan worden vastgesteld dat [gedaagde partij] in juli 2025 een officiële waarschuwing van de burgemeester van de gemeente Heerlen heeft gekregen in het kader van de Wet aanpak woonoverlast, waarin het bestaan van het overlast veroorzakende gedrag wordt bevestigd. Parkstad Bewindvoering q.q. geeft aan dat zij [gedaagde partij] niet kan bereiken waardoor zij zich op het formele standpunt stelt dat slecht huurderschap wordt betwist en hetgeen in de dagvaarding is gesteld onvoldoende is om tot ontbinding van de huurovereenkomst te komen. [gedaagde partij] is zelf niet op de mondelinge behandeling verschenen, zodat niet bekend is wat zijn reactie op de verwijten over overlast die aan hem worden gemaakt. De kantonrechter acht de overlastmeldingen dermate deugdelijk onderbouwd dat niet volstaan kan worden met de ongemotiveerde betwisting door Parkstad Bewindvoering q.q. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de gedragingen van [gedaagde partij] kwalificeren als ernstige en structurele overlast en dus als een tekortkoming in de nakoming van de verplichting om zich als een goed huurder te gedragen.
4.4.
Gezien de aard en de duur van deze overlast is de kantonrechter van oordeel dat het belang van Vincio Wonen (en haar andere huurders) om op korte termijn gevrijwaard te worden van deze overlast zwaarder weegt dan het belang van [gedaagde partij] bij het behoud van het gehuurde en dat deze tekortkoming de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Ten aanzien van het belang van [gedaagde partij] bij behoud van het gehuurde stelt de kantonrechter voorop dat de gevolgen van een ontbinding en ontruiming voor een huurder altijd ingrijpend zijn, maar ook inherent eraan. Iedere huurder heeft immers een woonbelang en niemand wil tot ontruiming worden gedwongen. Vincio Wonen heeft een groot belang bij ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde nu de overlast die [gedaagde partij] veroorzaakt heeft geleid tot huuropzeggingen van andere huurders in het complex. Verschillende woningen staan momenteel leeg en kunnen niet opnieuw worden verhuurd zolang [gedaagde partij] in de woning verblijft en overlast blijft veroorzaken. Hierdoor lijdt Vincio Wonen schade. Dit is door Parkstad Bewindvoering q.q. niet weersproken. Verder zijn er door onder andere Vincio Wonen en de politie verschillende pogingen gedaan om [gedaagde partij] hulp te bieden om de situatie te verbeteren, maar [gedaagde partij] neemt geen hulp aan en weigert contact. De kantonrechter wil best geloven dat [gedaagde partij] psychisch kwetsbaar is, maar het is gelet op de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken ook aannemelijk dat [gedaagde partij] geen hulp accepteert en er op dit moment geen hulpverlening op gang komt, juist omdat [gedaagde partij] een eigen woning heeft. Wellicht dat [gedaagde partij] wel de noodzakelijke hulp accepteert en wel hulpverlening van de grond komt als hij niet meer beschikt over een eigen woning.
4.5.
Gelet op al het voorgaande kan van Vincio Wonen redelijkerwijs niet worden gevergd dat zij de huurovereenkomst nog langer voortzet. De kantonrechter zal de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en de veroordeling tot ontruiming van het gehuurde toewijzen. Parkstad Bewindvoering q.q. voert aan dat de gevorderde ontruimingstermijn van veertien dagen onevenredig kort is en dat er ten minste voldoende tijd moet zijn om alternatieve (beschermde) woonruimte te vinden en aanvullende hulp in te schakelen. De gebruikelijke ontruimingstermijn van veertien dagen acht de kantonrechter echter ook in dit geval een redelijke termijn nu Parkstad Bewindvoering q.q. al langere tijd op de hoogte is dat Vincio Wonen een einde wil maken aan de huurrelatie met [gedaagde partij] . De kantonrechter ziet daarom geen reden om een langere ontruimingstermijn toe te staan.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
4.6.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad [1] verklaart. Dit betekent dat het vonnis meteen ten uitvoer mag worden gelegd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. De kantonrechter is van oordeel dat – zoals hiervoor is gesteld – de mate waarin [gedaagde partij] tekort is geschoten in zijn verplichtingen als goed huurder, de duur van de overlast en het gebrek aan medewerking om tot verbetering van de situatie te komen, maken dat Vincio Wonen er belang bij heeft om op zo kort mogelijke termijn een eind te maken aan deze huurrelatie en de woning aan een huurder te verhuren die wel zijn verplichtingen nakomt. Daar komt bij dat Vincio Wonen al eerder heeft getracht een einde te maken aan de huurrelatie middels een kort geding, welke zij op het laatste moment heeft moeten intrekken, en ook de dagvaarding in onderhavige procedure al geruime tijd geleden aan Parkstad Bewindvoering q.q. betekend is, zodat Parkstad Bewindvoering q.q. al lange tijd op de hoogte is dat Vincio Wonen een einde wil maken aan de huurrelatie. Hoewel [gedaagde partij] een belang heeft bij het kunnen blijven wonen in het gehuurde totdat deze uitspraak kracht van gewijsde heeft of op een eventueel rechtsmiddel is beslist, weegt dat belang in de gegeven omstandigheden niet zwaarder dan het belang van Vincio Wonen bij de ontruiming van het gehuurde.
Proceskosten
4.7.
Parkstad Bewindvoering q.q. is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Vincio Wonen worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
149,02
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
826,52

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt de tussen Vincio Wonen en [gedaagde partij] bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres [adres 1] ,
5.2.
veroordeelt Parkstad Bewindvoering q.q. om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Vincio Wonen zijn, en de sleutels af te geven aan Vincio Wonen,
5.3.
veroordeelt Parkstad Bewindvoering q.q. in de proceskosten van € 826,52, te vermeerderen met de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026.

Voetnoten

1.Artikel 233 Rv Pro.