Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
2.De feiten
- Op 1 juli 2024 heeft de heer [sociaal wijkbeheerder] , sociaal wijkbeheerder bij Vincio Wonen, (hierna: [sociaal wijkbeheerder] ) telefonisch contact gehad met de moeder van de heer [buurtbewoner 2] , woonachtig aan de [adres 2] . Zij meldt dat [gedaagde partij] eieren tegen de deur van haar zoon heeft gegooid en zich dreigend tegen hem uit. Daardoor durft de heer [buurtbewoner 2] niet meer naar zijn woning.
- Op 3 juli 2024 heeft [sociaal wijkbeheerder] telefonisch contact gehad met mevrouw [buurtbewoner 3] , woonachtig aan de [adres 3] . Zij gaf aan dat de voordeur van de woning van de heer [buurtbewoner 2] is besmeurd met uitwerpselen. [sociaal wijkbeheerder] is ter plaatse gegaan en heeft dit met eigen ogen geconstateerd. Naar aanleiding van dit voorval heeft [sociaal wijkbeheerder] aan de deur van [gedaagde partij] een kort gesprek met hem gehad en aangegeven dat dit gedrag niet getolereerd wordt.
- Op 5 juli 2024 heeft [sociaal wijkbeheerder] wederom telefonisch contact gehad met mevrouw [buurtbewoner 3] . Zij gaf aan dat [gedaagde partij] de nacht ervoor haar voordeur heeft ingetrapt en geprobeerd heeft haar fysiek aan te vallen. De politie is ter plaatse geweest en de slotenmaker heeft het slot van de woning vervangen.
- Op 31 juli 2024 heeft [sociaal wijkbeheerder] contact gehad met de heer [buurtbewoner 4] , woonachtig aan de [adres 4] . Hij gaf aan dat [gedaagde partij] met eieren en ontlasting gooit in het complex en dat het erg stinkt. [sociaal wijkbeheerder] is ter plaatse gegaan en heeft dit met eigen ogen geconstateerd.
- Op 3 september 2024 heeft [sociaal wijkbeheerder] contact gehad met de moeder van de heer [buurtbewoner 2] . Zij gaf aan dat [gedaagde partij] wederom met eieren en uitwerpselen heeft gegooid. De heer [buurtbewoner 2] durft niet meer terug naar zijn appartement vanwege de dreigementen van [gedaagde partij] .
- Op 9 september 2024 heeft de heer [buurtbewoner 4] een vergelijkbare melding gedaan over het gedrag van [gedaagde partij] . Hij heeft het trappenhuis bevuild met koffiedrap.
- Op 19 september 2024 is [sociaal wijkbeheerder] ter plaatse geweest en heeft geconstateerd dat de voordeur van de heer [buurtbewoner 4] was besmeurd met uitwerpselen.
- Op 23 oktober 2024 heeft [sociaal wijkbeheerder] contact gehad met de moeder van de heer [buurtbewoner 2] . [gedaagde partij] zou opnieuw voor overlast zorgen. [sociaal wijkbeheerder] heeft telefonisch contact met [gedaagde partij] opgenomen en hem gesommeerd zijn gedrag te beteren.
- Op 27 november 2024 heeft [sociaal wijkbeheerder] contact gehad met de heer [buurtbewoner 1] , woonachtig aan de [adres 5] . Hij gaf aan dat [gedaagde partij] tegen zijn voordeur heeft getrapt.
- Op 20 maart 2025 heeft [gedaagde partij] , blijkens een melding van een collega van [sociaal wijkbeheerder] , wederom met eieren gegooid in de algemene ruimte.
- Op 29 april 2025 nam de heer [buurtbewoner 1] contact met [sociaal wijkbeheerder] op dat hij zich niet veilig voelt in zijn woningen door het gedrag van [gedaagde partij] .
- Eind april ontving [sociaal wijkbeheerder] ook twee meldingen van de moeder van de heer [buurtbewoner 2] vanwege dreigementen die [gedaagde partij] uitte.
- Op 11 mei 2025 woedde er brand in de kelderbox van de buurvrouw van [gedaagde partij] . Het DNA van [gedaagde partij] is hierbij aangetroffen. [gedaagde partij] is aangehouden en op het moment van dagvaarding (voor zover Vincio Wonen bekend) nog altijd verdachte.
- Op 12 mei 2025 ontving [sociaal wijkbeheerder] een melding van de heer [buurtbewoner 2] dat [gedaagde partij] het weekend ervoor heeft geschreeuwd en op de muren heeft gebonsd.