ECLI:NL:RBLIM:2026:4305

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
1 mei 2026
Zaaknummer
12025842 CV EXPL 25-5878
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Bisscheroux
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:201 BWArt. 7:228 lid 2 BWArt. 7:230 BWArt. 21 RvArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtsgeldigheid huurovereenkomst en onrechtmatigheid opzegging volkstuincomplex

Eisers, vader en dochter, tuinieren samen op twee percelen van een volkstuincomplex beheerd door een stichting. Er bestonden twee huurovereenkomsten met handmatige wijzigingen, waarbij onduidelijkheid bestond over de huurders. Na een incident op het complex in augustus 2025 zegde de stichting de huurovereenkomsten op wegens vermeende misdragingen.

De rechtbank oordeelt dat zowel vader als dochter als huurders kunnen worden aangemerkt, gelet op feitelijk gebruik en betaling van huur. De opzegging wegens misdragingen wordt niet rechtsgeldig geacht, omdat het bestuur de dag na het incident geen consequenties trok en pas later, na druk van andere tuinders, de opzegging uitvaardigde. Het gedrag van eisers was niet zodanig ernstig dat het opzegging rechtvaardigde.

Wel is vastgesteld dat eisers de waarheidsplicht schonden door onjuiste producties in het geding te brengen. Daarom worden zij veroordeeld in de proceskosten van de stichting. De huurovereenkomsten blijven onverkort van kracht en de stichting moet deze respecteren zonder de toegang te ontzeggen.

Uitkomst: De huurovereenkomsten zijn rechtsgeldig en de opzegging door de stichting onrechtmatig, met veroordeling van eisers in proceskosten wegens schending waarheidsplicht.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 12025842 \ CV EXPL 25-5878
Vonnis van 6 mei 2026
in de zaak van

1.[eiser 1] ,

te [plaats 1] (België),
2.
[eiser 2],
te [plaats 2] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: eisers,
procederend in persoon
tegen
STICHTING [volkstuincomplex],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [volkstuincomplex] ,
procederend bij monde van de bestuursleden [voorzitter] en [penningmeester] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het exploot van dagvaarding van 12 december 2025 met producties A tot en met O en Q
- de schriftelijke conclusie van antwoord met bijlagen 1 tot en met 20 alsmede de schriftelijke weergave van het antwoord van 31 december 2025 waarbij [volkstuincomplex] een aanvullend stuk heeft overgelegd
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de akte houdende wijziging van eis tevens overlegging aanvullende producties P, S, T en U
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 24 maart 2026, met daaraan aangehecht de spreekaantekeningen van eisers en de pleitnota van [volkstuincomplex]
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1. '
[volkstuincomplex] is een stichting die tot doel heeft het bevorderen en stimuleren van sport- en recreatie mogelijkheden in de ruimste zin in de gemeente Maastricht en haar regio. Zij beheert het volkstuincomplex ’ [volkstuincomplex] , geeft de huurovereenkomsten van de tuinen uit en is verantwoordelijk voor de toepassing van het huishoudelijke reglement, de administratie van de huurders en het toezicht op het gebruik van de volkstuinen.
2.2.
Eisers zijn vader ( [eiser 2] ) en dochter ( [eiser 1] ). Zij tuinieren samen op het volkstuincomplex van [volkstuincomplex] op de tuinen [perceel 1] en [perceel 2] .
2.3.
Ten aanzien van de tuinen [perceel 1] en [perceel 2] zijn er twee huurovereenkomsten in het geding gebracht. Op beide huurovereenkomsten zijn handmatig doorhalingen en toevoegingen aangebracht. De huurovereenkomst ten aanzien van perceel [perceel 1] is gesloten op 3 juli 2018. Hierop staat in ieder geval [eiser 1] als huurder beschreven, maar deze overeenkomst is niet door haar ondertekend. De huurovereenkomst ten aanzien van perceel [perceel 2] is gesloten op 25 maart 2018 en stond op naam van [eiser 1] en haar voormalige echtgenoot. [eiser 1] is inmiddels gescheiden. Op deze overeenkomst staan twee handtekeningen, die van [eiser 1] en die van [eiser 2] .
2.4.
In de huurovereenkomsten wordt bepaald dat de bepalingen uit het huishoudelijke reglement hierop van toepassing zijn. In artikel 7 van Pro het huishoudelijke reglement staat dat het bestuur een huurovereenkomst met een huurder onder andere kan opzeggen als een huurder zich misdraagt.
2.5.
Op 20 augustus 2025 heeft er een incident plaatsgevonden in de kantine en op het terras van het volkstuincomplex. Na het incident zijn twee bestuursleden, te weten [bestuurslid 1] en [secretaris] , opgestapt, waarna het bestuur nog uit de volgende personen bestond: [penningmeester] , [voorzitter] , [bestuurslid 2] , [bestuurslid 3] en [bestuurslid 4] .
2.6.
Op 21 augustus 2025, de dag na het incident, hebben eisers een brief aan het bestuur van [volkstuincomplex] gestuurd, met de volgende inhoud:
“Maastricht 21 augustus 2025
Aan het zittende bestuur van Stichting [volkstuincomplex] ,
Op woensdag 20 augustus om 12.01 te [adres] heeft zich een incident voorgedaan. Bij ontvangst en het betreden van de kantine, ik en mijn dochter [eiser 1] en familielid [persoon 1] werden gelijk geconfronteerd met de mondelinge mededeling om het complex te verlaten omdat dit een besloten vergadering was.
Het daaropvolgende gesprek begon met heftige emoties en verwijten, waardoor er geen mogelijkheid was om ons doel, het stellen van vragen over de huurovereenkomsten van tuin [perceel 1] en [perceel 2] op een normale manier te bespreken. Dit hebben wij als onprettig en onveilig ervaren. Dit incident vond plaats in aanwezigheid van derden (leden/tuinders van het complex).
Het aanwezige bestuur waren bestuursleden Voorzitter [voorzitter] , [bestuurslid 1] , secretaris [secretaris] , [bestuurslid 4] , [bestuurslid 2] , [bestuurslid 3] en Penningmeester [penningmeester] .
Wij willen toch graag een schriftelijke toevoeging aanleveren doormiddel via deze mail. Gezien de ernst van het voorval en de impact op de samenwerking binnen het bestuur.
Als eerste willen wij zeggen dat wat er gisteren is gebeurd ons zeer heeft aangegrepen.
De ontvangst en gelijk de uitbarsting van bestuurslid [bestuurslid 1] en voorzitter [voorzitter] naar ons toe horen niet bij een bestuur, deze mondelinge aanval zien wij als tuinders als een onveilige en onacceptabele situatie.
O.a. de daadwerkelijke fysieke aanval van de voorzitter naar familielid [persoon 1] . en het proberen hem te verwijderen uit de kantine. Ook zijn prive telefoon uit de handen te slaan is niet voorzitter waardig.
Wij verzoeken het bestuur om:
1. Schriftelijke duidelijkheid te geven over onze huurovereenkomsten van tuin [perceel 1] en [perceel 2] . En na afspraak dat de huurovereenkomsten opnieuw worden opgemaakt met de datum 25-03-2018 en 03-07-2018. Daarvoor ontvangen wij graag een datum om te komen ondertekenen.
2. De door de voorzitter tijdens de gedane toezeggingen in het bijzijn van [bestuurslid 1] schriftelijk te bevestigen, Dit was o.a. dat er totaal geen problemen zijn dat ik [eiser 2] mijn hobby als tuinder gewoon kunnen blijven uitvoeren en dat de toegang tot het complex mij te weigeren van de baan is.
3. Inclusief de vervolgstappen om de samenwerking en sfeer binnen het complex te verbeteren.
4. Welk bestuursleden officieel zijn afgetreden na het vertrek van ondergetekende, is bij ons nog niet officieel bekend.
5. Dit incident te agenderen voor de eerstvolgende bestuursvergadering.
Graag zien we een schriftelijke terugkoppeling van punt 1-5 en hoe de vervolg stappen ten aanzien van de acties die ontstaan zijn na dit incident.
Wij zullen deze mail alsnog naar het Dagelijks Bestuur sturen, Secretaris, Voorzitter, en Penningmeester.
Tijdens dit schrijven is officieel nog niet bekend aan ons en de tuinders wie zijn afgetreden. Zijn er bestuursleden wel afgetreden en wie er nu is aangesteld om deze bestuursfunctie over te nemen horen wij graag van als tuinder van het bestuur.
Met vriendelijke groet,
[eiser 2] en [persoon 2] .
Verzonden 21-08-2025 11.59”
2.7.
[voorzitter] (voorzitter) en [penningmeester] (penningmeester) hebben namens het bestuur van [volkstuincomplex] diezelfde dag gereageerd met de volgende brief:
Reactie op ingekomen email op 21 augustus 2025.
Het bestuur van [volkstuincomplex] wil graag inhoudelijk reageren op de ingekomen email van jullie, [eiser 2] en [eiser 1] , ontvangen op 21 augustus 2025.
Algemeen
Laat vooropstaan dat het bestuur ook ten zeerste betreurt wat heeft plaatsgevonden op 20 augustus 2025. De reden voor de confrontatie is naar onze mening een gevolg van een administratieve fout in de huurovereenkomsten voor tuinen [perceel 1] en [perceel 2] .
In de nieuwsbrief die vandaag is gedeeld met de tuinders binnen ons complex, is het incident benoemd en de toezegging dat het bestuur een soortgelijk incident niet meer wilt meemaken en zich hiervoor zal inzetten.
Wat ons betreft willen wij het incident laten voor wat het is en constructief het besprek voeren met jullie. Hieronder geven we antwoord de 5 punten.
Bespreekpunten
Het bestuur stelt voor om nieuwe huurovereenkomsten op te stellen voor tuinen [perceel 1] en [perceel 2] en deze te dateren op de nog te plannen datum van ondertekening. De huidige huurovereenkomsten worden dan beëindigd. We verzoeken om enkele datums en tijden met ons te delen om een afspraak in het plannen.
Bij deze bevestigt de voorzitter de toegedane toezeggingen omtrent de ruimte om de hobby als tuinder uit te oefenen en dat de uitspraak dat de toegang tot het complex wordt geweigerd, van de baan is.
Hier heeft het bestuur via de nieuwsbrief van heden toezegging op gedaan.
Dit punt is behandeld in de nieuwsbrief van heden.
Het incident, de ontvangen email van jullie en deze reactie op de email, zijn opgenomen in de notulen van de vergadering van dagelijks bestuur van vandaag.
Met bovenstaande reactie is het bestuur van mening adequaat gereageerd te hebben op jullie email. Indien jullie verdere vragen en/of opmerkingen hebben, dan vernemen wij dat graag.
Namens het bestuur,
Wim en Danny”
2.8.
Op 30 augustus 2025 is door het bestuur van [volkstuincomplex] een aangetekende brief naar eisers gestuurd waarin de huurovereenkomsten van tuinen [perceel 1] en [perceel 2] worden opgezegd. In deze brief is, voor zover relevant, het volgende opgenomen:
“In de mail van 22 augustus heeft het DB aangeboden om nieuwe huurovereenkomsten met jullie op te stellen om zo de ontstane administratieve fout op de huurovereenkomsten voor tuinen [perceel 1] en [perceel 2] te herstellen. De administratieve fout en de onduidelijkheid over wie de feitelijke huurder is, was de aanleiding voor het incident op het complex op woensdag 20 augustus. Zoals jullie hebben kunnen vernemen via de nieuwsbrief die op 22 augustus is uitgestuurd, is het bestuurslid dat betrokken was bij voornoemd incident, afgetreden.
In de tussentijd hebben meerdere mede-tuinders zich bij het DB gemeld en hun verontwaardiging uitgesproken over het gebeurde. Zij snappen dat het betrokken bestuurslid zich heeft teruggetrokken. Echter, wordt door de mede-tuinders verwacht dat richting jullie ook aktie wordt ondernomen. Conform het Huishoudelijke regelement, artikel 7 lid Pro 1, kan het bestuur de huur opzeggen ingeval van misdraging door de huurder.
[…]
Het DB zal geen nieuwe huurovereenkomsten voor tuinen [perceel 1] en [perceel 2] met jullie sluiten. Daarnaast wil het DB de huidige huurovereenkomsten voor tuinen [perceel 1] en [perceel 2] niet verlengen na december 2025. Bij deze zegt het DB de huurovereenkomsten voor tuinen [perceel 1] en [perceel 2] dan ook op per 31-12-2025.”
2.9.
Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen de opzegging van de huurovereenkomsten.
Hierover is uitgebreid gecorrespondeerd tussen partijen. Het bestuur heeft vastgehouden aan de opzegging van de huurovereenkomsten.

3.Het geschil

3.1.
Eisers hebben op meerdere momenten hun vordering geformuleerd in steeds iets andere bewoordingen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter aangegeven dat zij de vordering van eisers, na eiswijziging, als volgt begrijpt:
  • een verklaring voor recht dat er een rechtsgeldige huurovereenkomst bestaat tussen eisers en ’ [volkstuincomplex] voor de percelen [perceel 1] en [perceel 2] ;
  • een verklaring voor recht dat de door ’ [volkstuincomplex] gedane opzegging van de twee huurovereenkomsten, vervat in de aangetekende brief van 30 aug 2025 (productie G bij de dagvaarding), onrechtmatig, ongeldig en zonder rechtsgevolg is, zodat de huurovereenkomsten onverkort voortduren;
  • te bepalen dat ’ [volkstuincomplex] gehouden is de huurovereenkomsten te respecteren en voort te zetten, zonder eisers de toegang tot het volkstuincomplex te ontzeggen of anderszins de uitvoering van de huurovereenkomsten te belemmeren;
  • veroordeling van ’ [volkstuincomplex] in de proceskosten.
3.2.
Eisers hebben verklaard dat dit juist is. De kantonrechter zal op grondslag van deze vorderingen het geschil beoordelen.
3.3.
Eisers leggen aan de vordering het volgende ten grondslag. Tussen eisers en [volkstuincomplex] bestaan twee geldige huurovereenkomsten met betrekking tot de tuinen [perceel 1] en [perceel 2] , waarbij zowel [eiser 2] als [eiser 1] huurder zijn. De huurovereenkomsten zijn door de secretaris van [volkstuincomplex] enkel administratief aangepast om de huwelijksscheiding van [eiser 1] te verwerken, zonder wijziging van de rechtsgeldigheid van de handtekeningen of van de huurverhouding. De opzegging van de huurovereenkomsten door het [volkstuincomplex] is in strijd met de huurovereenkomsten en redelijkheid en billijkheid, onvoldoende feitelijk onderbouwd en gebaseerd op onbewezen verwijten van misdragingen.
3.4. '
[volkstuincomplex] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van eisers, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van eisers in de kosten van deze procedure. Daartoe voert [volkstuincomplex] aan dat de handmatige doorhalingen en toevoegingen op de huurovereenkomsten niet rechtsgeldig zijn omdat het bestuur hier nooit expliciet mee heeft ingestemd. Het besluit tot niet-verlenging van de huurovereenkomsten is rechtsgeldig en zorgvuldig genomen. Voor de opzegging van de huurovereenkomsten bestond overeenkomstig het huishoudelijke reglement een geldige grond en het besluit daartoe is genomen in het belang van [volkstuincomplex] en de tuinders op het volkstuinencomplex.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Opmerkingen vooraf
4.1.
Gelet op de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken staat vast dat de waarheidsplicht uit artikel 21 Rv Pro door eisers is geschonden. Niet in geschil is dat de brieven in de producties H, I en K bij dagvaarding een andere inhoud hebben dan de brieven die aan [volkstuincomplex] zijn gestuurd en dat productie C bij de dagvaarding in het geheel niet aan [volkstuincomplex] is gestuurd. Ook is niet in geschil dat de in de dagvaarding genoemde productie P op het moment van dagvaarden nog niet bestond, nu deze is gedateerd op 16 december 2025 en de dagvaarding op 12 december 2025 door de deurwaarder is betekend. Dat roept vragen op over de betrouwbaarheid van die productie.
4.2.
Eisers hebben een verklaring gegeven voor het verschil in tekst van de producties H, I en K en ook dat zij zich vergist hebben ten aanzien van productie C. Zij voeren aan dat ze juridische leken zijn en dat zij dit niet bewust hebben gedaan om de rechtbank te misleiden. Dit doet echter niet af aan het feit dat er sprake is van een schending van artikel 21 Rv Pro en de kantonrechter mag daaraan de gevolgtrekking verbinden die zij geraden acht. De consequenties kunnen variëren in verstrekkendheid. Omdat de kantonrechter gelooft dat dit door eisers niet opzettelijk is gedaan om haar te misleiden zal zij niet de meest verstrekkende consequentie, zijnde integrale afwijzing van de vorderingen, hieraan verbinden maar kiezen voor een minder verstrekkende gevolgtrekking, te weten veroordeling van eisers in de proceskosten, zoals onder het kopje “Proceskosten” verder zal worden uitgelegd.
Inhoudelijke beoordeling
4.3.
Er is verschil van mening tussen partijen ontstaan over de handmatig aangebrachte doorhalingen en toevoegingen op de huurovereenkomsten van de tuinen [perceel 1] en [perceel 2] op het volkstuincomplex. De situatie tussen partijen is naar aanleiding hiervan geëscaleerd waarna [volkstuincomplex] de huurovereenkomsten van de tuinen heeft opgezegd. Eisers zijn het niet eens met deze opzegging.
4.4.
Er zijn twee vragen die beantwoord moeten worden, namelijk of eisers allebei huurder van tuinen [perceel 1] en [perceel 2] zijn en of de huurovereenkomsten ten aanzien van tuinen [perceel 1] en [perceel 2] rechtsgeldig door [volkstuincomplex] zijn opgezegd. De kantonrechter beantwoordt de eerste vraag bevestigend en de tweede vraag ontkennend. Hieronder zal zij uitleggen hoe zij tot die beslissing is gekomen.
Vader en dochter zijn allebei huurders van tuinen [perceel 1] en [perceel 2]
4.5. '
[volkstuincomplex] betwist niet dat [eiser 1] huurder van de tuinen [perceel 1] en [perceel 2] is. Zij erkent dat [eiser 1] de huurovereenkomsten is aangegaan met [volkstuincomplex] en dat die, anders dan door de opzegging van 30 augustus 2025, nooit zijn geëindigd. Het gaat om de vraag of [eiser 2] medehuurder van de tuinen [perceel 1] en [perceel 2] is. Vast staat dat in de oorspronkelijke huurovereenkomsten later wijzigingen zijn aangebracht die niet heel duidelijk zijn. Hierover is door partijen veel aangevoerd maar de kantonrechter zal dit in het midden laten, nu zij van oordeel is dat gelet op de feitelijke toestand sprake is van een huurovereenkomst tussen [eiser 2] en [volkstuincomplex] .
4.6.
Een huurovereenkomst kan niet alleen worden aangegaan door het sluiten van een schriftelijke huurovereenkomst maar kan ook blijken uit andere omstandigheden. Indien aan de omschrijving van huur van artikel 7:201 BW Pro wordt voldaan, is er sprake een huurovereenkomst. Artikel 7:201 lid 1 BW Pro omschrijft huur als de overeenkomst waarbij de ene partij, de verhuurder, zich verbindt aan de andere partij, de huurder, een zaak of een gedeelte daarvan in gebruik te verstrekken en de huurder zich verbindt tot een tegenprestatie. De feitelijke situatie is dat zowel [eiser 2] als [eiser 1] vanaf 2018 een sleutel hebben van de toegangspoort van het volkstuincomplex. Onbetwist is gesteld dat [eiser 2] twee tot drie keer per week in de beide tuinen werkt. Hier zijn door [volkstuincomplex] nooit vragen over gesteld. Ook is [eiser 2] degene die de huurpenningen voor beide tuinen betaalt en ook hier zijn door [volkstuincomplex] nooit vragen over gesteld. Nu de tuinen stilzwijgend in gebruik worden verstrekt aan [eiser 2] en hij daarvoor een tegenprestatie betaalt, is naar het oordeel van de kantonrechter, op zichzelf voldaan aan de vereiste elementen, zodat er ook tussen [volkstuincomplex] en [eiser 2] een huurovereenkomst bestaat. De vordering onder (1) zal daarom worden toegewezen.
De huurovereenkomsten zijn niet rechtsgeldig opgezegd
4.7.
De huurovereenkomsten betreffen huur van onbebouwde roerende zaken. Deze zijn aanvankelijk aangegaan voor een jaar en zijn daarna stilzwijgend voortgezet, waardoor het huurovereenkomsten voor onbepaalde tijd zijn geworden. [1] Een huurovereenkomst die voor onbepaalde tijd is verlengd, eindigt door opzegging. [2] In het huishoudelijk reglement is hier invulling aan gegeven en in artikel 7 zijn Pro de gronden opgenomen op basis waarvan de huurovereenkomst door de verhuurder kan worden opgezegd. Alleen in die gevallen is opzegging door [volkstuincomplex] mogelijk. [volkstuincomplex] heeft aangevoerd dat zij de huurovereenkomsten van de tuinen [perceel 1] en [perceel 2] heeft opgezegd op basis van artikel 7 lid 1 onder Pro c, te weten misdragingen van de huurder. De vraag die beantwoord moet worden is of eisers zich hebben misdragen en of deze misdragingen zodanig zijn dat de huurovereenkomsten daardoor door [volkstuincomplex] mochten worden opgezegd.
4.8.
Door [volkstuincomplex] is ter zitting aangegeven dat de gedragingen van eisers op basis waarvan de huurovereenkomsten door [volkstuincomplex] zijn opgezegd, alleen zien op het incident van 20 augustus 2025. Gelet op alles wat daarover over en weer is aangevoerd en de beelden en audio-opnames die van dat incident zijn gemaakt, stelt de kantonrechter vast dat die dag het volgende is gebeurd. Op 20 augustus 2025 vond een besloten bestuursvergadering plaats in de kantine van het volkstuincomplex. Eisers zijn ongevraagd naar deze bestuursvergadering gegaan en toen tegen hen werd gezegd dat ze moesten gaan, wilden ze niet vertrekken. De situatie is toen geëscaleerd en met name een van de bestuursleden, te weten mevrouw [bestuurslid 1] , is verbaal agressief geworden. De partner van [eiser 1] is het incident gaan filmen en eisers hebben ook heimelijke audio-opnames gemaakt van het incident. Eisers is meerdere keren te kennen gegeven dat zij moesten vertrekken en [eiser 1] heeft op enig moment gezegd dat ze niet zouden vertrekken, dat dit opgelost moest worden en dat ze anders de politie zou bellen. De kantonrechter stelt voorop dat de handelwijze van eisers geen schoonheidsprijs verdient: Door het onuitgenodigd verschijnen op een bestuursvergadering en het niet vertrekken toen dat gevraagd werd, hebben ze de escalatie opgezocht. Zij hebben daarvoor als reden gegeven dat zij [secretaris] wilden steunen en dat zij vragen hadden over hun huurovereenkomsten. Zij waren daar echter niet gewenst en dat hadden ze moeten respecteren. De escalatie die volgde was echter een samenspel van actie en reactie, waar niet alleen eisers voor verantwoordelijk waren. Gelet op de briefwisseling de dag na het incident blijkt dat het bestuur van [volkstuincomplex] daar zelf ook zo over dacht.
4.9.
De kantonrechter is van mening dat het te ver gaat om dit gedrag van eisers aan te merken als “misdragen” zoals bedoeld in artikel 7 van Pro het huishoudelijke reglement. Opvallend is dat het bestuur [volkstuincomplex] dit de dag na het incident ook vond, want het heeft, gelet op de brief van 21 augustus 2025 zoals onder 2.7. opgenomen, daar op dat moment geen gevolg aan willen verbinden.
4.10.
Het bestuur van [volkstuincomplex] is hier negen dagen later, op 30 augustus 2025, op teruggekomen, kennelijk nadat zij door andere tuinders is benaderd over het incident. De kantonrechter is van oordeel dat dat te laat was. Als het bestuur echt van mening was dat het gedrag van eisers op 20 augustus 2025 een “misdraging” zoals bedoeld in het huishoudelijk regelement was, dan hadden zij meteen de volgende dag consequenties hieraan moeten verbinden. Dat hebben ze niet gedaan. Sterker nog, het bestuur heeft expliciet geschreven dat zij het incident van 20 augustus 2025 wilde laten voor wat het was. Het stond haar niet meer vrij om daar later op terug te komen. De kantonrechter is daarom van oordeel dat de huurovereenkomsten niet op basis van misdragingen van eisers door [volkstuincomplex] mochten worden opgezegd, zodat de opzeggingen onterecht zijn. Dat betekent dat de vordering onder (2) zal worden toegewezen. Alles wat partijen verder over en weer hebben aangevoerd over dit geschilpunt behoeft geen verdere beoordeling. Het voorgaande heeft tot gevolg dat ook de vordering onder (3) zal worden toegewezen.
Proceskosten
4.11. '
[volkstuincomplex] is de in het ongelijk gestelde partij en moet volgens de hoofdregel [3] daarom worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten (inclusief nakosten) van eisers. Gelet op hetgeen onder 4.1. is overwogen over de schending van de waarheidsplicht door eisers ziet de kantonrechter echter aanleiding om af te wijken van de hoofdregel en zullen eisers worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten van [volkstuincomplex] . Omdat [volkstuincomplex] zich niet heeft laten bijstaan door een gemachtigde, maar zich heeft laten vertegenwoordigen door twee bestuursleden, wordt volstaan met het toekennen van het forfaitaire bedrag aan reis-, verblijf- en verletkosten van € 50,00 voor het bijwonen van de rolzitting op 31 december 2025 en € 50,00 voor het bijwonen van de mondelinge behandeling op 24 maart 2026. De proceskosten van [volkstuincomplex] worden derhalve begroot op € 100,00 verletkosten.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
verklaart voor recht dat er een rechtsgeldige huurovereenkomst bestaat tussen eisers en [volkstuincomplex] voor de percelen [perceel 1] en [perceel 2] ,
5.2.
verklaart voor recht dat de door [volkstuincomplex] gedane opzegging van de twee huurovereenkomsten, vervat in de aangetekende brief van 30 aug 2025 (productie G bij de dagvaarding), onrechtmatig, ongeldig en zonder rechtsgevolg is, zodat de huurovereenkomsten onverkort voortduren,
5.3.
bepaalt dat [volkstuincomplex] gehouden is de huurovereenkomsten te respecteren en voort te zetten, zonder eisers de toegang tot het volkstuincomplex te ontzeggen of anderszins de uitvoering van de huurovereenkomsten te belemmeren,
5.4.
veroordeelt eisers in de proceskosten van € 100,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als eisers niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026.

Voetnoten

1.Artikel 7:230 BW Pro.
2.Artikel 7:228 lid 2 BW Pro.
3.Artikel 237 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering.