Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 mei 2026 in de zaken tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de deken van de Orde van Advocaten Limburg.
Samenvatting
Procesverloop
(last 1). Deze last houdt in dat eiser op grond van artikel 5:20 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verplicht is om binnen drie weken de opgave CCV individueel over het jaar 2023 in te dienen op straffe van een dwangsom van € 500,- per week dat niet aan de last wordt voldaan, met een maximum van € 5.000,-.
26 mei 2025 toegestuurd. Met dat besluit heeft de deken een dwangsom wegens overtreding van last 2 ingevorderd. Eiser is het niet eens met deze invordering. Gelet daarop heeft het beroep tegen het bestreden besluit 2 op grond van artikel 5:39, eerste lid, van de Awb, mede betrekking op dit invorderingsbesluit.
Beoordeling door de rechtbank
€ 500,- heeft verbeurd. Deze dwangsom heeft eiser reeds voldaan. [7] Het invorderingsbesluit ten aanzien van een tweede dwangsom van € 500,- kan geen stand houden. Het beroep tegen het invorderingsbesluit slaagt.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen tegen de bestreden besluiten (lasten onder dwangsom) ongegrond;
- verklaart het beroep van rechtswege tegen het invorderingsbesluit van 26 mei 2026 gegrond;
- vernietigt het invorderingsbesluit;
- bepaalt dat de deken het griffierecht van € 194,- aan eiser moet vergoeden.