Uitspraak
1.De procedure
- de op 20 april 2026 door [eisende partij] nader overlegde producties 1 tot en met 22,
Rechtbank Limburg
Eiser vordert in kort geding dat Miwolari B.V. het gehuurde uiterlijk per 1 mei 2026 ter beschikking stelt, met een dwangsom bij niet-nakoming. Het gehuurde betreft een woning die door verbouwing is gesplitst in twee appartementen. Eiser baseert zijn vordering op een huurrelatie die door het hof is vastgesteld, ondanks eerdere ontbinding van de huurovereenkomst met zijn vader.
Miwolari voert verweer en stelt dat eiser geen spoedeisend belang heeft, omdat eiser een ander hoofdverblijf heeft en het gehuurde vanwege renovatiewerkzaamheden niet beschikbaar is. De kantonrechter overweegt dat eiser het gehuurde al geruime tijd niet als hoofdverblijf gebruikt en dat de feitelijke situatie is veranderd door renovatie en herontwikkeling.
De kantonrechter concludeert dat eiser onvoldoende urgentie heeft aangetoond om het gehuurde op korte termijn te betrekken, mede omdat hij elders een eigen woning heeft en het gehuurde incidenteel gebruikte. Ook is er een bodemprocedure aanhangig die spoedig zal worden behandeld. Daarom wordt de vordering afgewezen en wordt eiser veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot onmiddellijke terbeschikkingstelling gehuurde afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang.