Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
2 augustus rond 20.00 uur.
(…)
(…)
Hij had last van zijn knieën en ging van mij af en ging achter mij liggen. Hij kwam achter mij liggen en met zijn hoofd en legde zijn hoofd bij mijn hoofd, in mijn nek. Ik hoorde dat hij vervolgens aan mij vroeg of ik als iets met mijn vriendinnetje had gedaan. Ik antwoordde hem "buh". Ik hoorde dat hij vroeg "vind je het lekker als iemand je doet pijpen". Ik zei "alleen als een meisje dit doet". Ik hoorde dat hij
V: Op welke manier hoorde je dit dan?
A: Hij was heel serieus aan het praten. Ik merkte dit aan zijn lichaamstaal omdat hij heel dicht bij mij lag.
(…)
(…)
(…)
(…)
(…)
(…)
[naam 3] kwam vervolgens thuis met de hond. [naam 3] was namelijk gaan wandelen met de hond dus hij was er niet toen [verdachte] dit deed. [naam 3] kwam binnen en ik ging meteen recht zitten. [verdachte] is toen even weggegaan uit de woonkamer. Ik heb toen gestuurd naar mijn vriendin. Zij gaf aan dat zij de berichten liet zien aan haar moeder. Ik zei dat is goed. Mijn vriendin zei dat ik dit tegen mijn moeder moest gaan vertellen. Ik wilde dit niet op dat moment. Ik kreeg toen berichten van [naam 2] , de vriend van mijn moeder, dat ik daar weg moest. Ik kreeg dat bericht ook van mijn moeder dat ik er weg moest.
[verdachte] ging vervolgens naar boven en [naam 3] vervolgens ook. Ik ben toen naar de wc gelopen om te zien hoe ik weg kon. Ik ben naar de achterdeur gegaan om naar buiten te gaan. Ik wilde naar buiten gaan sowieso om te doen of ik wilde bellen met mijn vriendin. De achterdeur was op slot maar de sleutel stond erop. Ik kon deze dus gewoon openen. Ik ben buiten gaan kijken en zag de poort. Ik zag dat deze ook op slot zat. Ik kon er niet overheen klimmen omdat er spijlen opzaten zodat je er niet overheen kon klimmen. Ik ben naar binnen gegaan en heb toen alle sleutels gepakt. Ik heb toen alles geprobeerd en vervolgens werkte er eentje. Ik heb toen de poort geopend en ben weggerend. Ik ben toen richting Zuidhof gerend. Ik heb toen mijn live locatie gedeeld met [naam 4] en deze is mij komen ophalen.
(…)
Wij zijn wel langs de woning gereden en zagen [verdachte] op de oprit staan.
(…)
A: Oh ja, dit nog. Toen wij in de zetel lagen op donderdag zei [verdachte] nog tegen mij dat
(…)
[benadeelde partij] en [naam 6]staat – zakelijk weergegeven – het volgende: [4]
(…)
(…)
Oh ja, hij heeft ook na de massage gezegd: Dit is ons geheimpje”en verderop in de aangifte: “
Oh ja, dit nog. Toen wij in de zetel lagen op donderdag zei [verdachte] nog tegen mij dat hij mij de volgende dag ook zou gaan masseren. Wij zouden dan eerst een serie opzetten zodat het minder opviel”. Dit laatstgenoemde gegeven komt vervolgens ook weer terug in het Snapchat bericht van [benadeelde partij] aan zijn vriendin op 2 augustus 2024, waarin hij zijn vriendin om hulp vraagt en in de verklaring van zijn vriendin, getuige [naam 6] . Ook heeft [benadeelde partij] spontaan verklaard over de blik die hij zag in de ogen van de verdachte toen de verdachte tijdens de massage aan het geslachtsdeel van [benadeelde partij] zat.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 178 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 3 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt
- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 uren;
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [benadeelde partij] , van een bedrag van 2.081,55 euro, bestaande uit 81,55 euro materiële schade en 2.000,00 euro immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente over de materiële schade van 16,31 euro vanaf 4 september 2024, 16,31 euro vanaf 19 september 2024, 16,31 euro vanaf 11 oktober 2024, 16,31 euro vanaf 16 oktober 2024 en 16,31 euro vanaf
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen.
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van
mr. C.G.A. Wouters, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Hartgerink, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 6 mei 2026.