ECLI:NL:RBLIM:2026:47

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
6 januari 2026
Zaaknummer
11841777
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

VvE zaak met diverse vorderingen over maandelijkse bijdrage en ontslag bestuurder

In deze zaak, behandeld door de kantonrechter van de Rechtbank Limburg op 14 januari 2026, gaat het om een geschil tussen de Vereniging van Eigenaren (VvE) en een lid van de VvE, aangeduid als [lid VvE]. De VvE vordert betaling van achterstallige maandelijkse bijdragen en kosten voor onderhoud aan gemeenschappelijke gedeelten, waaronder balkons en funderingsherstel. De VvE stelt dat de maandelijkse bijdrage per 1 januari 2025 is verhoogd van € 75,00 naar € 166,67, maar [lid VvE] blijft het oude bedrag betalen, omdat hij meent dat de verhoging niet rechtsgeldig is. De kantonrechter oordeelt dat [lid VvE] de vernietiging van de besluiten niet tijdig heeft ingeroepen en dat er geen sprake is van nietigheid. Daarom wordt [lid VvE] veroordeeld tot betaling van € 3.269,74, inclusief wettelijke rente, en is hij verplicht de maandelijkse bijdrage van € 166,67 te voldoen. In reconventie vordert [lid VvE] onder andere ontslag van het bestuur van de VvE en inzage in de administratie, maar deze vorderingen worden afgewezen. De kantonrechter concludeert dat de VvE recht heeft op de gevorderde bedragen en dat de besluiten van de ALV van 18 december 2024 onaantastbaar zijn geworden.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11841777 \ CV EXPL 25-3295
Vonnis van 14 januari 2026
in de zaak van
VERENIGING VAN EIGENAREN VAN HET GEBOUW AAN DE
[adres],
gevestigd te [plaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: VvE,
gemachtigde: COLLECT 1 B.V.,
tegen
[lid VvE],
wonend te [plaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [lid VvE] ,
procederend in persoon.
Waar gaat de zaak over
[lid VvE] is lid van de VvE en dient maandelijks een eigenaarsbijdrage te betalen aan de VvE. Volgens de VvE is die bijdrage met ingang van 1 januari 2025 verhoogd van
€ 75,00 naar € 166,67 per maand. [lid VvE] is het oude bedrag blijven betalen, omdat hij vindt dat het besluit om de VvE bijdrage te verhogen niet rechtsgeldig is genomen. Ook heeft [lid VvE] de bijdrage voor het herstel van de balkons en het rapport over funderingsherstel onbetaald gelaten. Hij heeft geen vertrouwen meer in het bestuur en besluiten zijn volgens hem niet rechtsgeldig genomen. De kantonrechter oordeelt dat [lid VvE] de vernietiging van de besluiten niet tijdig heeft ingeroepen en van nietigheid (strijd met wet of statuten) is niet gebleken. [lid VvE] dient dan ook de bijdragen te betalen. [lid VvE] heeft ook nog andere tegenvorderingen tegen de VvE ingesteld. Die worden afgewezen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 6
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties 1 tot en met 19 en A tot en met I
- de conclusie van antwoord in reconventie met producties 1 tot en met 5, tevens akte vermeerdering van eis
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de door [lid VvE] ingediende akte houdende verzoek ex artikel 843a Rv, 21 Rv en 22 Rv met producties 1 en 2
- de door [lid VvE] ten behoeve van de mondelinge behandeling in het geding gebrachte aanvullende producties 1 tot en met 5
- de door de VvE nagezonden en bij dagvaarding ontbrekende producties 7 tot en met 13
- de mondelinge behandeling van 9 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en de VvE nog een productie in het geding heeft gebracht.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Bij akte van Splitsing van 30 oktober 1973 (gerectificeerd middels de akten van 22 augustus 1974 en 13 september 1974) is de onroerende zaak gelegen aan de [adres] te [plaats 1] gesplitst in 6 appartementsrechten, kadastraal bekend als [kadastrale aanduiding] .
De appartementen op de begane grond en op de eerste, tweede en derde verdieping maken ieder voor een vijfde deel uit van de gemeenschap. De vierde (zolder-)verdieping bestaat uit twee appartementsrechten die ieder een tiende deel van de gemeenschap uitmaken.
Bij de akte van splitsing werd ook de VvE opgericht en is het reglement van splitsing en het Modelreglement bij splitsing in appartementsrechten zoals vastgesteld door de Koninklijke Notariële Broederschap (bij akte verleden op 2 januari 1992, verder MR) van toepassing verklaard met uitzondering van de bijbehorende annex 1 en opname van diverse aanwijzingen/aanvullingen in de akte van splitsing.
2.2.
[lid VvE] is door vererving (overlijden van zijn vrouw [erflaatster] op 14 april 2025, die het appartementsrecht op haar beurt heeft geërfd van haar tante) eigenaar van het appartementsrecht op de begane grond geworden (1/5 van de stemmen) en verhuurt dit aan [persoon 1] , de ex-partner van [voorzitter VvE] . [persoon 2] en [persoon 3] zijn eigenaar van de appartementsrechten op de eerste en tweede verdieping (2/5 van de stemmen) en wonen daar ook. [voorzitter VvE] en [persoon 4] zijn eigenaar van de appartementsrechten op de derde en vierde verdieping (2/5 van de stemmen) en wonen daar ook. [persoon 2] en [voorzitter VvE] zijn broer en zus van elkaar.
2.3.
[voorzitter VvE] is voorzitter van de VvE en in 2025 heeft [persoon 2] het penningmeesterschap van [persoon 4] overgenomen.
2.4.
[lid VvE] is als eigenaar van het appartement op grond van artikel 5:125 lid 2 BW van rechtswege lid van de VvE en is als eigenaar gebonden aan de bepalingen uit de akte van splitsing van 30 oktober 1973 en de bepalingen in het MR die van toepassing zijn verklaard. Daarin staat voor zover relevant:
“(…)Artikel 2
Tot de gemeenschappelijke gedeelten worden ondermeer gerekend:
a.
funderingen, (…) balkon-constructies (…)
Artikel 40
(…)
6. De administrateur [toevoeging kantonrechter: lees bestuurder] is verplicht aan iedere eigenaar alle inlichtingen te verstrekken betreffende de administratie van het gebouw en het beheer van de fondsen, welke die eigenaar mocht verlangen, en hem op zijn verzoek inzage te verstrekken van alle op die administratie en dat beheer betrekking hebbende boeken, registers en bescheiden; (…)”
2.5.
De VvE heeft onderhoud laten uitvoeren aan de balkons van het pand. Het verstrekken van de opdracht hiervoor aan de firma Kuypers is bij algemene ledenvergadering van 29 mei 2024 besloten. [1]
2.6.
Op 18 december 2024 heeft een algemene ledenvergadering (hierna: ALV) plaatsgevonden. [lid VvE] was niet aanwezig. In deze vergadering is ingestemd met het vaststellen van de begroting van 2025 en het machtigen van het bestuur tot het nemen en uitvoeren van incassomaatregelen. In de begroting is ten aanzien van de begane grond (het appartementsrecht van [lid VvE] ) een bijdrage van € 2.000,00 per jaar (oftewel € 166,67 per maand) vastgelegd. [2]
2.7.
De fundering van het gebouw is (vermoedelijk) gebrekkig. De VvE heeft (samen met de VvE) van het gebouw van een naburig pand een vooronderzoek laten uitvoeren door het bedrijf [bedrijf] B.V. (hierna [bedrijf] ).
2.8.
De verhoudingen tussen [lid VvE] en de overige VvE-leden zijn al enige tijd verstoord. Er is al eerder een gerechtelijke procedure aanhangig geweest voor de rechtbank te Amsterdam en er is ook een rechtszaak geweest tussen [lid VvE] en [persoon 1], die het appartement van [lid VvE] huurt.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
De VvE vordert - na vermeerdering van eis - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
  • veroordeling van [lid VvE] tot betaling van € 3.269,74, bestaande uit € 2.659,93 aan hoofdsom, € 177,54 aan vervallen wettelijke rente en € 432,87 aan vergoeding buitengerechtelijke kosten inclusief btw, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 18 november 2025 tot de dag van volledige betaling,
  • te verklaren voor recht dat [lid VvE] gehouden is om maandelijkse termijnen, telkens per eerste dag van de betreffende maand waar de bijdrage betrekking op heeft, thans een bedrag van € 166,67 te voldoen, en [lid VvE] te veroordelen tot betaling van € 166,67 per maand (geïndexeerd ingevolge de overeenkomst) vanaf september 2025 totdat het lidmaatschap van [lid VvE] bij VvE eindigt,
  • veroordeling van [lid VvE] in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
3.2.
De VvE legt daaraan ten grondslag dat [lid VvE] lid van de VvE is en uit dien hoofde maandelijks bij vooruitbetaling een bijdrage verschuldigd is aan de VvE. Tijdens een algemene ledenvergadering op 18 december 2024 is de begroting voor het jaar 2025 vastgesteld en de bijdrage van [lid VvE] vastgesteld op € 2.000,00, neerkomend op een maandelijkse verplichting van € 166,67. In de betaling van de maandelijkse bijdrage is een achterstand ontstaan, omdat [lid VvE] het “oude” bedrag van € 75,00 per maand is blijven betalen. Verder is er onderhoud aan gemeenschappelijke gedeelten (balkons en funderingsherstel) verricht en/of nodig, waarvan de kosten ingevolge artikel 17 onder b van het modelreglement voor rekening van de gezamenlijke eigenaars komen. [lid VvE] is op basis van de verdeelsleutel € 1.670,64 aan bijdrage reparatie balkons verschuldigd en
€ 164,16 aan bijdrage [bedrijf] (funderingsherstel).
3.3.
[lid VvE] voert verweer.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
3.5.
[lid VvE] vordert – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
  • veroordeling van de VvE tot betaling van € 499,00 aan vergoeding voor het gebruik van het bouwkundig rapport Premiumkeur, vermeerderd met wettelijke rente, althans te verklaren voor recht dat de VvE is verrijkt door gebruik van voormeld rapport en gehouden is een redelijke vergoeding te voldoen, vermeerderd met een aanvullende schadevergoeding,
  • ontslag van het huidig bestuur zonder verlening van decharge gedurende ten minste vijf jaren, met bepaling dat de bestuurstaken primair over de beide overige appartementseigenaren worden verdeeld en subsidiair worden overgedragen aan een onafhankelijk professioneel beheersorgaan,
  • inzage in de administratie, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom,
  • veroordeling van de VvE tot betaling van € 1.936,00 aan vergoeding voor de werkzaamheden en tekeningen van [bedrijf] , althans te verklaren voor recht dat de VvE is verrijkt door gebruik van voormelde en gehouden is een redelijke vergoeding te voldoen,
  • het besluit van de algemene ledenvergadering om incassomaatregelen te nemen en uit te voeren tegen haar (wanbetalende) leden primair nietig te verklaren subsidiair te vernietigen,
  • de overige besluiten van 18 december 2024 primair nietig te verklaren subsidiair te vernietigen,
  • veroordeling van de VvE in de proceskosten.
3.6.
De VvE voert verweer.
3.7.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie en in reconventie
4.1.
Gezien de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zal de kantonrechter deze gezamenlijk behandelen.
Procedureel verweer
4.2.
De kantonrechter zal eerst ingaan op het (procedurele) verweer van [lid VvE] dat de erfgenamen van [erflaatster] niet als partij in de procedure zijn betrokken en dat hij maar voor de helft van de vorderingen van de VvE zou zijn aan te spreken.
4.3.
Uit de toelichting die [lid VvE] desgevraagd op de mondelinge behandeling heeft gegeven, leidt de kantonrechter af dat [lid VvE] en [erflaatster] in gemeenschap van goederen waren getrouwd en samen twee (inmiddels meerderjarige) kinderen hebben. Erflaatster [erflaatster] had geen testament, waardoor het wettelijk versterferfrecht (de wettelijke verdeling) van toepassing is op de nalatenschap van [erflaatster] . Op grond daarvan zijn [lid VvE] en de twee kinderen gezamenlijk en voor gelijke delen (ieder een derde) de erfgenamen. [3] [lid VvE] en de kinderen hebben de nalatenschap zuiver aanvaard. De artikelen 4:13 e.v. BW zijn dan van toepassing. De langstlevende echtgenoot ( [lid VvE] ) heeft alle goederen van de nalatenschap van rechtswege toegedeeld gekregen. [4] De kinderen krijgen van rechtswege een geldvordering op [lid VvE] , gelijk aan de waarde van hun erfdeel. [5] De kinderen kunnen hun vordering in beginsel pas opeisen indien [lid VvE] in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard of bij het overlijden van [lid VvE] . [6]
4.4.
Het vorenstaande brengt met zich dat de overige erfgenamen van [erflaatster] niet in rechte betrokken hoeven te worden en het verweer van [lid VvE] dat hij slechts voor de helft kan worden aangesproken geen stand houdt. Voor zover [lid VvE] van oordeel is dat dit anders is, had het op zijn weg gelegen dit verweer beter te onderbouwen.
Nietig verklaren / vernietiging van besluiten
4.5.
[lid VvE] vordert in reconventie dat de besluiten van de ALV van de VvE van
18 december 2024 primair nietig worden verklaard en subsidiair worden vernietigd.
4.6.
In beginsel is de rechtbank (en niet de kantonrechter) bevoegd te oordelen omtrent de
nietigheidvan een besluit van een orgaan van een rechtspersoon (ex artikel 2:14 en artikel 2:15 BW). Omdat [lid VvE] de nietigheid heeft ingeroepen als verweer in reconventie, is de kantonrechter, gelet op het bepaalde in artikel 97 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) wel bevoegd om hierover te oordelen.
4.7.
Uit artikel 2:14 lid 1 BW volgt dat een besluit van een orgaan van een rechtspersoon nietig is, indien het in strijd is met de wet of de statuten. Uit artikel 5:129 lid 1 BW volgt dat met de statuten wordt gelijkgesteld de akte van splitsing. Met andere woorden: het beroep op nietigheid kan alleen slagen als die besluiten zélf, dus inhoudelijk en niet qua wijze van totstandkoming, nietig zijn. Uit de stellingen van [lid VvE] kan niet worden afgeleid dat de besluiten in strijd zijn met de wet of de splitsingsakte. Van nietigheid is dus geen sprake. Voor zover er - zoals [lid VvE] beweert - gebreken kleven in de agendering, informatievoorziening of verloop van de ALV, heeft te gelden dat dit allemaal de totstandkoming van de besluiten betreft. Dat kan hooguit tot vernietiging van de besluiten leiden.
4.8.
Ten aanzien van het verzoek tot vernietiging geldt op grond van artikel 5:130 lid 2 BW dat dit verzoek moet worden gedaan binnen een maand na de dag waarop de verzoeker van het besluit heeft kennis genomen of kennis heeft kunnen nemen. Hoewel het verzoek tot vernietiging dus strikt genomen met een verzoekschrift had moeten worden ingeleid, zal de kantonrechter wel een beslissing nemen over de verzochte vernietiging. [lid VvE] is immers niet ontvankelijk in dit verzoek, omdat dit te laat is ingediend. Vast staat dat [lid VvE] bij de vergadering van 18 december 2024 niet aanwezig is geweest. [lid VvE] heeft niet betwist dat hij bij e-mailbericht van 29 december 2024 de actie- en besluitenlijst van de VvE-vergadering van 18 december 2024 heeft ontvangen. [7] [lid VvE] heeft op 29 december 2024 van de besluiten kennis genomen (of in ieder geval kennis kunnen nemen). [lid VvE] heeft niet binnen een maand na 30 december 2024 een verzoek tot vernietiging ingediend. Daarmee zijn de besluiten va de ALV van 18 december 2024 onaantastbaar geworden en is [lid VvE] niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot vernietiging daarvan.
Maandelijkse VvE-bijdrage, bijdrage reparatie balkons en [bedrijf] (funderingsherstel)
4.9.
Nu [lid VvE] de vernietiging van de besluiten te laat heeft ingeroepen en niet gebleken is dat de besluiten nietig zijn, is [lid VvE] in ieder geval gehouden de (achterstand in de) maandelijkse VvE- bijdrage en de bijdrage voor de reparatie van de balkons te voldoen.
4.10.
Wat betreft de kosten voor het rapport van [bedrijf] , overweegt de kantonrechter dat op de besluitenlijst van de ALV van 13 januari 2022 [8] staat dat [lid VvE] zelf aan de VvE heeft verzocht om een funderingsonderzoek uit te voeren en dat vervolgens de VvE aan de voorzitter de opdracht heeft gegeven om meerdere offertes op te vragen voor het uitvoeren van een funderingsonderzoek. [voorzitter VvE] heeft vervolgens offertes opgevraagd, onder meer bij [bedrijf] . Deze heeft op 6 april 2023 een offerte uitgebracht. [9] Daarin staat dat de kosten voor het onderzoek en overleggen € 1.250,00 exclusief btw bedragen. Uit de e-mailcorrespondentie tussen de leden van de VvE blijkt dat deze offerte is gedeeld. [lid VvE] heeft op 29 mei 2023 geschreven: “Ook voor ons geldt dat [bedrijf] de voorkeur geniet”. De kantonrechter komt gelet op deze omstandigheden tot het oordeel dat [lid VvE] zijn aandeel in de kosten van het onderzoek van [bedrijf] moet betalen. Dit aandeel is door de VvE onbetwist becijferd op een bedrag van € 164,16. [lid VvE] heeft nog aangevoerd dat hij zelf ook een onderzoek door [bedrijf] heeft laten verrichten en daarvoor een bedrag heeft betaald van € 1.936,00. Volgens [lid VvE] heeft [bedrijf] de resultaten van dit onderzoek gebruikt bij de uitvoering van de opdracht voor de VvE. Hij vindt het onredelijk dat hij nu twee keer voor [bedrijf] moet betalen. Dit verweer kan [lid VvE] niet baten. Het is de eigen keuze van [lid VvE] geweest om privé ook opdracht aan [bedrijf] te geven, kennelijk nog nadat de VvE dat had gedaan. Indien [lid VvE] van mening was dat de VvE aan dit onderzoek zou moeten meebetalen, had hij dat aan de orde moeten stellen voordat hij de opdracht verstrekte. Als [bedrijf] de resultaten van zijn onderzoek voor [lid VvE] heeft gebruikt voor de uitvoering van het onderzoek voor de VvE, kan dat niet aan de VvE worden tegengeworpen.
4.11.
De vordering in conventie tot betaling van € 2.659,93, bestaande uit € 825,03 aan achterstallige VvE-bijdragen over de periode januari 2025 tot en met september 2025,
€ 1.670,74 aan bijdrage reparatie balkons en € 164,16 aan bijdrage [bedrijf] , wordt dan ook toegewezen.
4.12.
De toekomstige maandelijkse VvE-bijdragen zullen vanaf oktober 2025 worden toegewezen, aangezien de vermeerdering van eis betrekking heeft op de periode tot en met september 2025. In de vordering staat nog vermeld “(geïndexeerd ingevolge de overeenkomst)”. Nu de vordering niet op een overeenkomst is gegrond, acht de kantonrechter deze toevoeging onbegrijpelijk en zal die niet worden overgenomen.
Wettelijke rente
4.13.
De gevorderde wettelijke rente in conventie wordt toegewezen, omdat [lid VvE] met betaling in verzuim is.
Buitengerechtelijke kosten
4.14.
De VvE heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het ter zake gevorderde bedrag van € 432,87 (inclusief btw) komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal in conventie worden toegewezen.
Ontslag bestuur
4.15.
[lid VvE] vordert ontslag van het huidig bestuur van de VvE zonder decharge gedurende ten minste vijf jaren en overdracht van de bestuurstaken aan primair de overige eigenaars en subsidiair een onafhankelijke professionele beheerder.
4.16.
Zoals door de kantonrechter bij gelegenheid van de mondelinge behandeling ook aan [lid VvE] is voorgehouden, is het ontslag van de bestuurder op grond van de wet voorbehouden aan de vergadering van eigenaars. Dit volgt uit artikel 5:131 lid 2 BW. Dit artikel luidt: ‘
het bestuur wordt door de vergadering van eigenaars, al dan niet uit de leden, benoemd en kan te allen tijde door haar worden geschorst of ontslagen.’ Het is dan ook niet aan de kantonrechter om een bestuurder van een vereniging van eigenaars te ontslaan. Het is aan de vergadering van eigenaars om overeenkomstig de geldende regels uit de statuten en reglementen al dan niet een ontslagbesluit te nemen. Deze in reconventie ingestelde vordering is dan ook niet toewijsbaar.
4.17.
De stellingen van [lid VvE] dat hij het ontslag van het bestuur (aftreden van het bestuur) heeft willen agenderen en dat de vergadering heeft geweigerd dit te agenderen / daarop te beslissen [10] , behoeft geen bespreking, nu het huidig bestuur op de mondelinge behandeling zich bereid heeft verklaard terug te treden, zodra er een externe beheerder is gevonden en geaccordeerd is door de Vergadering van Eigenaren. Het huidige bestuur zal offertes opvragen voor extern beheer en uiterlijk eind maart 2026 een vergadering beleggen waarin dit punt is geagendeerd, zodat de vergadering van eigenaars, aan de hand van een stemming, een besluit hierover kunnen nemen. Gelet op deze toezegging heeft [lid VvE] geen belang meer bij zijn vordering.
Inzage in de administratie
4.18.
[lid VvE] vorderde aanvankelijk volledige inzage in de administratie van de VvE, waarbij de inzage tenminste bevat de jaarrekeningen, begrotingen, facturen en betaalbewijzen, alle interne correspondentie, alle correspondentie tussen de VvE en derden en volledige inzage in de procedure [lid VvE] –VvE.
4.19.
Naar aanleiding van het verweer van de VvE dat de vordering onvoldoende was bepaald, heeft [lid VvE] dit deel van zijn vordering nader geconcretiseerd met een verzoek ex artikel 843a Rv. Om tegemoet te komen aan het bezwaar van de VvE heeft [lid VvE] zijn vordering op dit punt beperkt tot “alle correspondentie tussen het bestuur van de VvE en [persoon 1] betreffende het rapport van Premiumkeur en alle correspondentie betreffende de totstandkoming, inhoud en overdracht van de door [persoon 1] aan de VvE verstrekte verklaring”. De kantonrechter overweegt hierover als volgt.
4.20.
[lid VvE] baseert zijn vordering op artikel 843a Rv. Dit artikel is door de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht op 1 januari 2025 vervallen. Dit is nu geregeld in de artikelen 194 tot en met 195a Rv. De kantonrechter zal daarom de rechtsgrond aanvullen (artikel 25 Rv) en beoordelen of is voldaan aan de voorwaarden van artikel 194 en verder Rv. In artikel 194, eerste lid, eerste volzin is bepaald dat een partij bij een rechtsbetrekking tegenover degene die beschikt over bepaalde gegevens over die rechtsbetrekking, recht heeft op inzage, afschrift of uittreksel van die gegevens als zij daarbij voldoende belang heeft.
De stukken waarvan [lid VvE] inzage of afschriften verzoekt, zijn niet van belang voor de rechtsbetrekking tussen [lid VvE] en de VvE. [lid VvE] heeft toegelicht dat hij deze stukken wil hebben, omdat hij een geschil heeft met zijn huurder [persoon 1]. Dit is de ex-partner van de voorzitter van de VvE. De voorzitter van de VvE heeft een stuk (een rapport van het bedrijf Premiumkeur) dat [lid VvE] had ingebracht in de (andere) procedure tussen hem en de VvE, aan [persoon 1] gegeven. [persoon 1] heeft volgens [lid VvE] dat stuk weer gebruikt in een procedure tegen hem als verhuurder. De voorzitter van de VvE heeft schriftelijk verklaard dat zij dit stuk inderdaad aan [persoon 1] heeft gegeven. Gelet daarop valt niet in te zien waarom [lid VvE] nog belang zou hebben bij inzage in de door hem genoemde correspondentie. [lid VvE] kan aan artikel 194 Rv dan ook geen recht ontlenen tot inzage in deze stukken. Anders dan [lid VvE] heeft aangevoerd kan hij dat recht ook niet ontlenen aan het bepaalde in artikel 40 lid 6 MR. Daarin staat immers alleen dat het bestuur verplicht aan de eigenaar inzage te verstrekken van
alle op de administratie van het gebouw betrekking hebbendeboeken, registers en bescheiden. Wat [lid VvE] vordert valt niet daaronder. Het vorenstaande betekent dat dit deel van de vordering in reconventie zal worden afgewezen.
Betaling bedrag voor het gebruik van het rapport van Premiumkeur
4.21.
[lid VvE] stelt dat het op zijn kosten opgestelde rapport van Premiumkeur door de VvE onrechtmatig is gebruikt en dat de VvE ongerechtvaardigd is verrijkt. Uit de toelichting die [lid VvE] op deze vordering heeft gegeven begrijpt de kantonrechter dat hij de gang van zaken zoals omschreven onder rechtsoverweging 4.20 rondom het door de voorzitter verstrekken van het rapport van Premiumkeur aan zijn huurder [persoon 1], kwalificeert als een onrechtmatige daad van de VvE jegens hem. Ook doet [lid VvE] een beroep op ongerechtvaardigde verrijking en de redelijkheid en billijkheid en handelen in strijd met de AVG.
4.22.
De kantonrechter is van oordeel dat de door [lid VvE] gestelde feiten geen grondslag vormen voor een veroordeling tot betaling van een (schade)vergoeding door de VvE aan hem. Zonder nadere onderbouwing – die ontbreekt – valt niet in te zien hoe het handelen van de voorzitter als een onrechtmatige daad van de VvE moet worden beschouwd, wat het causale verband zou zijn met de door [lid VvE] beweerdelijk geleden schade en op welke wijze de VvE verrijkt zou zijn en hijzelf verarmd.. De in reconventie gevorderde vergoeding van € 499,00 althans een redelijke vergoeding, alsmede de aanvullende schadevergoeding zullen dan ook worden afgewezen.
Betaling van een bedrag voor werkzaamheden en tekeningen van [bedrijf]
4.23.
[lid VvE] vordert een bedrag van € 1.936,00 aan vergoeding voor de kosten van het rapport van [bedrijf] dat hij heeft laten opstellen. Daartoe voert hij aan dat de VvE gebruik heeft gemaakt van deze - door hem betaalde - werkzaamheden en tekeningen van [bedrijf] inzake de fundering.
4.24.
Zoals onder 4.10 al is overwogen is de eigen keuze van [lid VvE] geweest om buiten de VvE om een onderzoek door [bedrijf] te laten uitvoeren. [lid VvE] heeft in zijn conclusie wel gesteld dat de VvE ongevraagd en onrechtmatig gebruik heeft gemaakt van de tekeningen die [bedrijf] in zijn opdracht heeft gemaakt, maar op de mondelinge behandeling heeft hij verklaard dat [bedrijf] dat op eigen initiatief heeft gedaan en dat hij die tekeningen heeft laten zien tijdens een presentatie die hij aan meerdere VvE’s heeft gegeven. Gelet op deze nadere toelichting en het feit dat er verder geen feiten en omstandigheden zijn gesteld waaruit zou volgen dat er sprake is van een onrechtmatige daad dan wel ongerechtvaardigde verrijking door of van de VvE, wordt ook dit deel van de vordering in reconventie afgewezen.
Proceskosten
4.25.
[lid VvE] is in conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de VvE worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
145,45
- griffierecht
514,00
- salaris gemachtigde
476,00
(2 punten × € 238,00)
- nakosten
119,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.254,45
4.26.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4.27.
[lid VvE] is in reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van de VvE worden begroot op:
- salaris gemachtigde
408,00
(2 punten × € 204,00)
Totaal
408,00
4.28.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om de bij de proceskostenveroordeling in reconventie de factor 0,5 toe te passen, omdat de vorderingen van [lid VvE] , die zijn ingesteld als antwoord op een eenvoudige incassoprocedure, onvoldoende verband houden met de vorderingen in conventie.

5.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
5.1.
veroordeelt [lid VvE] om aan de VvE te betalen een bedrag van € 3.269,74, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW daarover vanaf
18 november 2025 tot de dag van volledige betaling,
5.2.
verklaart voor recht dat [lid VvE] is gehouden de maandelijkse termijnen van thans een bedrag van € 166,67 telkens per eerste dag van de betreffende maand waar de bijdrage betrekking op heeft te voldoen, en veroordeelt [lid VvE] tot betaling van dit maandelijkse bedrag van (thans) € 166,67 vanaf oktober 2025 totdat het lidmaatschap van [lid VvE] van de VvE eindigt,
5.3.
veroordeelt [lid VvE] in de proceskosten van € 1.254,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [lid VvE] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt [lid VvE] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst af het meer of anders gevorderde,
in reconventie
5.7.
verklaart [lid VvE] niet-ontvankelijk in zijn vordering tot vernietiging van de besluiten van de ALV van 18 december 2024,
5.8.
wijst de overige vorderingen van [lid VvE] af,
5.9.
veroordeelt [lid VvE] in de proceskosten van € 408,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [lid VvE] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.10.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.P.A. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026.
CJ

Voetnoten

1.Productie 5 dagvaarding
2.Productie 3 dagvaarding
3.Artikel 4:10 lid 1 onder a BW en artikel 4:11 lid 1 BW
4.Artikel 4:13 lid 2 BW
5.Artikel 4:13 lid 3 BW
6.Artikel 4:13 lid 3 BW
7.Productie 4 dagvaarding
8.Door de VvE op de mondelinge behandeling per e-mail toegezonden, met instemming van partijen.
9.Productie 7 van de door de VvE nagezonden en bij dagvaarding ontbrekende producties
10.Producties 9 en 10 conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie