Uitspraak
1.De procedure
- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord,
- de conclusie van repliek met producties 2 en 3,
- de schriftelijke weergave van de mondelinge dupliek.
Rechtbank Limburg
Gedaagde heeft een zorgverzekeringsovereenkomst met CZ waarbij hij een eigen risico moet betalen. In juli 2024 ontving hij tweemaal medicatie van een apotheek, die de kosten bij CZ declareerde. CZ verrekent dit via het eigen risico met gedaagde, die weigert te betalen omdat hij stelt niet de juiste medicatie te hebben ontvangen.
Gedaagde heeft direct contact opgenomen met de apotheek en vernomen dat door een grondstoffentekort een passend alternatief is geleverd. CZ stelt dat zij alleen de declaratie van de apotheek vergoedt en dat gedaagde zijn bezwaar tegen de inhoud van de zorg bij de apotheek had moeten indienen. CZ was niet bekend met onjuistheid van de declaratie.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde onvoldoende heeft gesteld om aan te nemen dat CZ de declaratie niet had mogen vergoeden. Het verweer dat hij een ander medicijn ontving dan besteld, is onvoldoende om betaling van het eigen risico te weigeren. De vordering van CZ tot betaling van €170,50 wordt toegewezen, evenals de proceskosten van €391,95. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het eigen risico van €170,50 en de proceskosten.