3.3Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht de feiten 1, 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen als hierna vermeld. Daartoe zal de rechtbank eerst de redengevende inhoud van de bewijsmiddelen weergeven, om vervolgens nader te motiveren waarom zij tot die conclusies komt. Ook zal de rechtbank toelichten waarom zij het door de verdediging aangedragen alternatief scenario niet geloofwaardig acht en het (voorwaardelijk) verzoek tot getuigenverhoor verwerpt.
Bewijsmiddelen
Het
proces-verbaal van eerste bevindingen LFO, pagina’s 216-218, voor zover inhoudende:
Op vrijdag 23 april 2021 heb ik een onderzoek verricht op het adres [adres 1] . (…) Op vrijdag 23 april werd op genoemd adres, een productieruimte aangetroffen waarvan het vermoeden bestond dat deze gebruikt werd voor de vervaardiging van verdovende middelen. (…) Bij het betreden van de garage nam ik direct een geur waar die ik ambtshalve herkende als amfetamine. (…) Ik zag dat in het achterste gedeelte van de garage twee roestvrijstalen (RVS) reactievaten stonden die uitgerust waren met refluxkoelers. In het midden van de garage zag ik onder andere twee stoomdestillatie-opstellingen. Elke opstelling was opgebouwd uit een RVS stoomdestillatieketel, een RVS stoomketel en een aflopende RVS koelbuis. Op het moment van betreden van de ruimte zag ik dat uit één koelbuis een vloeistof druppelde in een maatbeker die onder de uitloop van de koeler was geplaatst. (…) Ik zag in de garage diverse jerrycans, emmers, klemdekselvaten en Intermediate Bulk Containers (IBC) staan. (…)
Op basis van mijn eerste bevindingen onderzoek kan ik stellen dat onder andere het volgende werd aangetroffen:
- 197,6 liter aan olieachtige vloeistof aangetroffen dat indicatief werd getest als Amfetamine en/of dat middels een kleurreactietest positief reageerde op de aanwezigheid van amfetamine
- 25 lege zakken van origineel 25 kg, met daarin restanten van een wit poeder dat indicatief getest werd als MAPA;
- 80 liter aan Formamide;
- 400 liter aan afvalstoffen met drijflaag N-formylamfetamine;
- 2x RVS destillatie-opstelling met amfetamine in de maatbekers onder de uitloop (kleurreactie);
- 2x RVS reactieketel met een inhoud van 525 liter + refluxkoeler, met daarin een restant N-formylamfetamine;
- 2x stalen Au-bain marie bak met IBC, vermoedelijk gebruikt voor omzetting MAPA naar Benzylmethylketon (BMK);
- Diverse afvalstoffen die te relateren zijn aan de vervaardiging van BMK en Amfetamine.
De aangetroffen goederen, chemicaliën, productiemiddelen en productieopstellingen zijn typisch voor de grootschalige vervaardiging van BMK en de grootschalige vervaardiging van Amfetamine via de Leuckart methode. Gezien de restwarmte van één van de destillatie-
opstellingen, als ook van vloeistoffen in diverse IBC's, was de productieruimte vermoedelijk
kort voor het betreden van de garage nog in gebruik.
Het
aanvullend proces-verbaal van bevindingen LFOvan 2 juli 2021, pagina 230 – 236, voor zover inhoudende:
Ik heb monsters genomen van diverse goederen. (…)
SIN: AANK6654NL. Monster van restant olieachtige vloeistof uit reactieketel.
SIN: AANK6655NL. Monster van restant olieachtige vloeistof uit reactieketel.
SIN: AANK6650NL. Monster van vloeistof uit jerrycan.
SIN: AANK6653NL. Monster van poeder uit vezelversterkte zak.
SIN: AANK6647NL. Monster van wit poeder uit zak met restanten.
Omschrijving: Een tot scheitrechter gemodificeerde jerrycan. In deze scheitrechter zat circa 4 liter aan basische gele olieachtige vloeistof als bovenlaag.
SIN: AANK6646NL. Monster van bovenlaag vloeistof uit gemodificeerde jerrycan.
Omschrijving: IBC 1000L. De onderlaag bevatte circa 300 liter aan basische waterige vloeistof. De bovenlaag bevatte circa 50 liter aan bruine basische olie.
SIN: AANK6645NL. Monster van beide vloeistoflagen uit IBC.
Omschrijving: IBC 1000L. De onderlaag bevatte circa 650 liter aan basische waterige vloeistof. De bovenlaag bevatte circa 120 liter aan bruine basische olie.
SIN: AANK6644NL. Monster van beide vloeistoflagen uit IBC.
2x jerrycan 20L, éénmaal gevuld met 17,6 liter en éénmaal gevuld met 6 liter aan bruine basische olieachtige vloeistof.
SIN: AANK6695NL. Monster van olieachtige vloeistof uit jerrycan 17,6 liter gevuld.
(…)
De aangetroffen lege zakken met restanten MAPA duiden op een totaal van circa 624 kg aan verbruikte MAPA. Uit 1 kg MAPA kan minimaal 0,51 liter aan amfetamine olie worden verkregen. Op basis hiervan mag worden aangenomen dat er op de productielocatie minimaal 318 liter aan amfetamine olie werd vervaardigd.
Het
rapport van het Nederlands Forensisch Instituutvan 22 juni 2021, pagina 260-265, voor zover inhoudende:
Kenmerk: AANK6654NL. Resultaat: bevat een zwak zure vloeistof op een olieachtige vloeistof met N-formylamfetamine en BMK.
Kenmerk: AANK6655NL. Resultaat: bevat N-formylamfetamine en BMK op een zwak zure vloeistof.
Kenmerk: AANK6650NL. Resultaat: bevat (vrijwel) uitsluitend formamide.
Kenmerk: AANK6653NL. Resultaat: bevat (vrijwel) uitsluitend MAPA.
Kenmerk: AANK6647NL. Resultaat: bevat (vrijwel) uitsluitend MAPA.
Kenmerk: AANK6646NL, Resultaat: bevat amfetamine en aan amfetamine gerelateerde
(synthese)verontreinigingen.
Kenmerk: AANK6645NL. Resultaat: bevat amfetamine op een sterk alkalische waterige
vloeistof.
Kenmerk: AANK6644NL. Resultaat: bevat amfetamine en aan amfetamine gerelateerde
(synthese)verontreinigingen op een sterk alkalische waterige vloeistof.
Kenmerk: AANK6695NL. Resultaat: bevat amfetamine.
Het
proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict [adres 1], pagina 322-325, voor zover inhoudende:
Op 24 april 2021 kwamen wij voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres 1] . (…) Wij zagen op een houten pallet van twee op elkaar gestapelde IBC containers een flesje Spa blauw. De drinkrand van dit flesje werd middels een wattenstaaf
bemonsterd. De bemonstering werd veiliggesteld en voorzien van SIN AANP4099NL. Op twee andere IBC containers werd één handschoen aangetroffen. Deze handschoenen werden door ons veiliggesteld en voorzien van SIN AANP4151NL en AANP4167NL. Rechts ter hoogte van de buitendeur stond twee houten kisten op elkaar gestapeld. Op de bovenste kist lagen twee losse filtersbussen voor een gelaatsmasker. Deze filters werden verpakt en voorzien van SIN AANP4100NL.
Het
proces-verbaal vooronderzoek labvoor zover inhoudende:
Onderzoek handschoen met SIN AANP4151NL
(…) Ik heb van de binnenzijde van de handschoen de handpalmzijde en de manchet rondom bemonsterd op humaan biologisch sporen. Ik heb het spoor veiliggesteld, gewaarmerkt met SIN AANV2260NL.
(…)
Onderzoek masker (gasmasker) met SIN AANP4100NL
Ik heb de gehele buitenzijde van beide filters bemonsterd op humaan biologische sporen. Ik heb het spoor veiliggesteld, gewaarmerkt met SIN AANV2258NL.
De
deskundigenrapportage van The Maastricht Forensic Institutevan 10 mei 2021, pagina 326-331, voor zover inhoudende:
Bemonstering: Drinkrand flesje AANP4099NL.
Mogelijke donor van celmateriaal: Het DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van[naam 1] .
Bemonstering: Binnenzijde handschoen handpalmzijde en manchet rondom AANV2260NL.
Mogelijke donor van celmateriaal: Het DNA-hoofdprofiel matcht met het DNA-profiel van [naam 1] . De frequentie van het DNA-hoofdprofiel is kleiner dan één op één miljard.
Bemonstering: Gehele buitenzijde filters AANV2258NL.
Mogelijke donor van celmateriaal: Het DNA-hoofdprofiel matcht met het DNA-profiel van [verdachte] . De frequentie van het DNA-hoofdprofiel is kleiner dan één op één miljard.
Het
rapport onderzoek historische verkeersgegevens [telefoonnummer]van 24 augustus 2021, pagina 355-365, voor zover inhoudende:
Bij CIOT bevraging bleek het nummer [telefoonnummer] afgegeven ten name van: [verdachte] . (…) Dat toestel met daarin IMSI [nummer] (gekoppeld aan telefoonnummer [telefoonnummer] ) aanstraalt op de startpaal 348049868, zendmast locatie [adres 2] , zijnde in de onmiddellijke nabijheid van de Plaats Delict ( [adres 1] ). (…) De data waarop de aanstralingen van de startpaal 348049868, locatie [adres 2] plaats vindt betreffen: 29-03-2021, 02-04-2021, 04-04-2021 tot en met 23-04-2021.
De
verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 29 april 2026, voor zover inhoudende:
Ik ken [naam 1] al jaren, sinds 2006 ongeveer. Het is een vriend van mij, wij hebben samen een opleiding gevolgd.
Het
proces-verbaal verhoor van de verdachte [naam 2]van 24 april 2021, pagina 90-94, voor zover inhoudende:
V; Wat is je woonadres?
A; [adres 1] . (…)
V; In de garage bij jouw woning zijn spullen aangetroffen die duiden op mogelijk overtreding van de Opiumwet.
A; Dat wist ik niet. Twee dagen terug heb ik toevallig door de ruit gekeken van de garage en zag ik rare ketels. Ik vroeg aan een van die mannen die daar liepen wat dat was. Ik wilde dat niet. (…) Ik moest nog een contractje maken voor de verhuur. (…)
V; Wie heeft de garage gehuurd?
A; Wist ik dat maar. (…) Afgelopen woensdag heb ik gezegd dat ze op moesten rotten. Ze reageerden daar een beetje bot op. Ze betaalden me dan wel iets meer. (…) Ze zeiden dat ze over twee dagen toch klaren waren. Ze zeiden dit nadat ik had gezegd dat ze op moesten rotten. (…)
V; Hoeveel personen hebben met de huur van jouw garage te maken?A; Ik heb maar met twee personen te maken gehad. Een van hen voerde steeds het woord. (…) Ze waren met een wit Volkswagen busje, een transporter. Het had een dichte laadruimte.
Het
proces-verbaal verhoor van de verdachte [naam 2]van 25 april 2021, pagina 95-99, voor zover inhoudende:
V: Voor hoe lang wilden die mannen waarover je gisteren verklaarde de garage huren?A: Ze wilden die huren voor een week of drie.
Bewijsoverwegingen
Op 23 april 2021 werd in Lottum een synthetisch drugslab aangetroffen. Op dat moment bevonden zich daar de goederen en precursoren zoals genoemd in de tenlastelegging, zodat de aanwezigheid daarvan bewezen is. Daarnaast werden er ook diverse hoeveelheden (van materiaal bevattend) amfetamine aangetroffen. Ten aanzien van de hoeveelheid amfetamineolie acht de rechtbank de aanwezigheid van 191,6 liter bewezen, omdat dat de door het NFI geteste hoeveelheid is.
Heeft de verdachte de productie van de amfetamine voorbereid en uitgevoerd?
De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of het de verdachte is geweest die op de productielocatie in Lottum de productie van amfetamine heeft voorbereid en uitgevoerd en de voornoemde hoeveelheid amfetamine aanwezig heeft gehad. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend en overweegt daartoe als volgt.
Uit de telefoongegevens van de verdachte blijkt dat hij op 29 maart 2021, op 2 april 2021 en vervolgens dagelijks van 4 april 2021 tot en met 23 april 2021 bij de productielocatie aanwezig is geweest. Het DNA van de verdachte is aangetroffen op filters van gasmaskers die zich in het lab bevonden. Anders dan de verdediging heeft aangevoerd is de rechtbank van oordeel dat er geen twijfel bestaat over de aanwezigheid van het DNA van de verdachte op de filters. Het NFI beschrijft weliswaar dat de aangetoonde DNA-profielen complex zijn, maar heeft wel een match met het DNA-profiel van de verdachte vastgesteld. Het DNA op de filters betreft een DNA-hoofdprofiel met een frequentie van kleiner dan één op één miljard. Daarnaast is op de rand van een drinkfles én op een handschoen, die beide in het lab zijn aangetroffen, DNA aangetroffen van medeverdachte [naam 1] , waarover de verdachte heeft verklaard dat het een bekende van hem is. Gelet op de stelselmatige aanwezigheid van de verdachte bij de productielocatie, het aantreffen van zijn DNA op filters in het lab en zijn relatie met medeverdachte [naam 1] , van wie (ook) DNA-sporen zijn aangetroffen in het lab, concludeert de rechtbank tot bewezenverklaring van het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van amfetamine (feit 1), het vervaardigen van amfetamine (feit 2) en voorbereiden en bevorderen van de productie van die amfetamine (feit 3).
De ten laste gelegde periode en het medeplegen
De rechtbank is daarbij van oordeel dat de in de feiten 2 en 3 genoemde pleegperiode eveneens bewezen kan worden geacht en wel op grond van de telefoongegevens van de verdachte en de verklaring van de medeverdachte [naam 2] . Zo vindt de eerste aanstraling van de telefoon van de verdachte bij de productielocatie plaats op 29 maart 2021 en is hij daar vervolgens bijna dagelijks aanwezig. Uit de verklaring van de medeverdachte [naam 2] volgt daarnaast dat er twee mannen betrokken waren bij de productie en dat zij de loods bij hem wilden huren voor een week of drie.
Het alternatieve scenario
De verdachte heeft een alternatief scenario gepresenteerd dat zijn aanwezigheid bij de loods verklaarde. Hij heeft verklaard dat hij naar aanleiding van een tip de loods in Lottum is gaan observeren, met als doel een vermeende zich aldaar bevindende wietplantage weg te nemen. Hij is daarbij niet in de loods geweest, alleen in de bus die bij de loods stond. Hij heeft door het raam van die bus gekeken en heeft de bus opengemaakt en meerdere voorwerpen in zijn handen gehad, waaronder een filter. Doordat hij die voorwerpen had aangetroffen wist hij dat het om een amfetamine lab ging. De verdachte is blijven observeren omdat hij wilde weten wat er in de loods was en hij hetgeen zich daarin bevond wilde wegnemen. Hij hoopte dat de personen die zich met de productie bezig hielden daarmee eens eerder zouden stoppen, zodat hij voor 22.00 uur het lab kon binnenvallen, hetgeen noodzakelijk was vanwege de in verband met de coronapandemie geldende avondklok. Op de dag na de inval in het lab is de verdachte langs de productielocatie gereden en die stond toen vol met politie. Toen wist de verdachte dat het lab was opgerold.
De rechtbank schuift dit alternatieve scenario als ongeloofwaardig terzijde en overweegt daartoe als volgt.
Deze verklaring is pas op een laat moment afgelegd, nadat de verdachte in bezit was van het einddossier. Bovendien heeft hij zijn verklaring ook nog op meerdere onderdelen aangepast, nadat hij geconfronteerd werd met onderzoeksresultaten. Dat maakt dat de rechtbank kritisch is bij de beoordeling daarvan.
De verdachte zou ruim drie weken lang geobserveerd hebben, volledig overeenkomend met de duur van het productieproces. Dat betekent dat de tip die de verdachte zou hebben gekregen nog bijna voorafgaand aan de start van de productie gegeven zou moeten zijn.
Verder verklaarde de verdachte wisselend over hoe hij in de bus heeft gekeken, onder meer via de achterruit. De rechtbank acht dit niet aannemelijk omdat het volgens de verdachte een Volkswagen Transporter bus betrof, waarover door medeverdachte [naam 2] is verklaard dat die een dichte laadruimte had.
De verdachte verklaarde verder dat hij al meteen rook dat de bus stonk naar chemicaliën, maar hij heeft desondanks naar eigen zeggen van alles uit die bus vastgepakt en daarmee sporen achtergelaten, terwijl hij overigens zorgvuldig zou hebben gezorgd dat hij niet werd gezien tijdens zijn wekenlange observatie.
Verder heeft de verdachte desgevraagd niet kunnen toelichten wat zijn plan was voor het stelen en afzetten van de goederen uit het lab, terwijl hij daarvoor wel wekenlang in de bosjes naast de productielocatie zou hebben gezeten.
Ook verklaarde de verdachte zijn auto tijdens de observaties op wisselende plekken te hebben geparkeerd, waaronder bij een tankstation. Het is de rechtbank gebleken dat dit niet aannemelijk is gelet op het voornemen om snel spullen uit het lab weg te nemen, omdat uit gegevens van Google blijkt dat het dichtstbijzijnde tankstation op (meer dan) een half uur loopafstand van de productielocatie ligt.
Daarbij komt dat de telefoon van de verdachte na de inval op 23 april 2021 niet meer heeft aangestraald op de zendmast nabij de productielocatie, waarop die telefoon van 4 april tot en met 23 april 2021 dagelijks heeft aangestraald. Dit verhoudt zich niet met de verklaring van de verdachte dat hij pas de dag na de inval van die inval op de hoogte raakte doordat hij langs de productielocatie is gereden. Op 24 april 2021 heeft diens telefoon immers – in tegenstelling tot alle dagen van 4 april tot en met 23 april 2021 – niet aangestraald in de omgeving van de productielocatie.
De verklaring van de verdachte dat hij op de productielocatie wekenlang heeft geobserveerd omdat hij naar aanleiding van een tip wilde onderzoeken of er ter plekke een plantage was die hij kon rippen acht de rechtbank op grond van dit alles niet geloofwaardig en dit alternatieve scenario zal daarom terzijde worden gesteld.
Het voorwaardelijke verzoek tot getuigenverhoor
De verdediging heeft subsidiair (voorwaardelijk) verzocht om een getuige te horen. De rechtbank wijst dit verzoek af. De betreffende persoon is al – zij het niet bij naam – genoemd door de verdachte op de zitting van 16 oktober 2023, maar de verdediging heeft toen niet verzocht om deze persoon als getuige te horen. Dit terwijl het einddossier toen al gereed was en zij wel om het horen van andere getuigen heeft verzocht. De verdediging heeft onvoldoende onderbouwd waarom de situatie nu anders is en deze persoon alsnog als getuige zou moeten worden gehoord. Deze persoon zou kunnen bevestigen dat de verdachte hem heeft verteld wat hij in Lottum ging doen, maar kan daarover kennelijk niet uit eigen waarneming verklaren. Onder die omstandigheden acht de rechtbank de noodzaak tot het alsnog horen van deze getuige onvoldoende onderbouwd.