ECLI:NL:RBLIM:2026:478

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
11742311 \ CV EXPL 25-2710
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Dohmen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onrechtmatige daad door misbruik van rechtspersonen om wervingsfee te ontlopen

NB Personeel, een uitzendbureau, vordert betaling van een wervingsfee van Holland Filter, een groothandel in filtersystemen, nadat een kandidaat via NB Personeel bij een zusteronderneming van Holland Filter in dienst trad. Holland Filter betwist de overeenkomst en stelt dat de arbeidsovereenkomst bewust met een zusteronderneming is gesloten, niet met hen.

De kantonrechter oordeelt dat geen overeenkomst tot stand is gekomen tussen NB Personeel en Holland Filter, omdat de arbeidsovereenkomst met de zusteronderneming is gesloten en Holland Filter de offerte niet heeft aanvaard. Echter, Holland Filter heeft onrechtmatig gehandeld door bewust gebruik te maken van de constructie met de zusteronderneming om de wervingsfee te ontlopen.

De handelswijze van de bestuurder, die tevens de arbeidsovereenkomst sloot en de werknemer beïnvloedde om te ontkennen voor Holland Filter te hebben gewerkt, wordt toegerekend aan Holland Filter. De rechtbank wijst de schadevergoeding van € 9.248,04 toe, vermeerderen met wettelijke rente vanaf 18 februari 2025, en veroordeelt Holland Filter in de proceskosten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen wegens onvoldoende specificatie.

Uitkomst: Holland Filter wordt veroordeeld tot betaling van € 9.248,04 wervingsfee met wettelijke rente en proceskosten wegens onrechtmatig handelen.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11742311 \ CV EXPL 25-2710
Vonnis van 21 januari 2026
in de zaak van
NB PERSONEEL ROERMOND BV,
te Roermond,
eisende partij,
hierna te noemen: NB Personeel,
gemachtigde: mr. L.L.M.A.A. de Vor,
tegen
HOLLAND FILTER BV,
te Susteren,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Holland Filter,
gemachtigde: mr. H.H.G. Theunissen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties
- de conclusie van antwoord met producties
- de brief waarbij bepaald is dat er een mondelinge behandeling zal worden gehouden
-de akte met producties van NB Personeel
- de akte eiswijziging van NB Personeel
- de mondelinge behandeling van 27 november 2025
- de akte van Holland Filter
- de antwoordakte van NB Personeel.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
NB Personeel is een uitzendbureau dat zich onder meer richt op de technische sector. In die sector is Holland Filter actief als groothandel in filtersystemen en de installatie en onderhoud ervan.
2.2.
Op 4 december 2024 heeft er een gesprek tussen hen plaatsgevonden over mogelijkheden om personeel te werven, met als vervolg een offerte van NB Personeel aan Holland Filter daarvoor op 6 december 2024. Daarin zijn de tarieven opgenomen die NB Personeel hanteert bij een uitzendprocedure en een wervings- en selectie procedure. Holland Filter heeft deze offerte ontvangen, doch niet ondertekend geretourneerd.
2.3.
Op 14 januari 2025 heeft NB Personeel aan Holland Filter per e-mail een kandidaat voor een vacature van montage-medewerker voordragen. Holland Filter heeft met deze kandidaat, de heer [werknemer] , een gesprek gehad, waarna deze in dienst is getreden.
2.4.
Bij factuur d.d. 18 februari 2025 heeft NB Personeel Holland Filter daarvoor een wervingsfee van € 10.052,22 in rekening gebracht, te betalen binnen 14 dagen. Deze fee bedraagt 25 % van het eerste bruto jaarsalaris inclusief vakantiegeld.
2.5.
Holland Filter heeft daarna in diverse e-mails aangegeven deze factuur niet te voldoen waarbij ze zich op het standpunt stelt dat Holland Filter geen overeenkomst heeft gesloten met NB Personeel.
2.6.
Na daartoe verlof te hebben gekregen heeft NB Personeel conservatoir derdenbeslag laten leggen op de Rabobankrekening van Holland Filter.

3.Het geschil

3.1.
NB Personeel vordert Holland Filter te veroordelen om aan NB Personeel te betalen
primaireen bedrag van € 10.052,22 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, danwel de wettelijke rente, vanaf 18 februari 2025 danwel 5 maart 2025 danwel de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening,
en daarnaast € 875,52 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening,
subsidiaireen bedrag van € 9.248,04 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente danwel wettelijke rente, primair vanaf 18 februari 2025 danwel 5 maart 2025 danwel de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening,
en daarnaast € 837,40 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening.
Verder vordert NB Personeel Holland Filter te veroordelen in de kosten van deze procedure waaronder de beslag- en nakosten, te voldoen binnen 14 dagen na heden, bij gebreke waarvan rente verschuldigd is.
3.2.
Holland Filter voert verweer. Holland Filter concludeert tot niet-ontvankelijkheid van NB Personeel, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van NB Personeel, met veroordeling van NB Personeel in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Overeenkomst tot stand gekomen ?
4.1.
Als primaire grondslag voor haar vordering heeft NB Personeel uitdrukkelijk (in haar akte eiswijziging) aangevoerd dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen Holland Filter en [werknemer] waardoor Holland Filter op grond van de met haar gesloten overeenkomst de wervingsfee verschuldigd is geworden. Die wervingsfee vloeit voort uit artikel 7 van Pro de algemene voorwaarden.
4.2.
Ter mondelinge behandeling is erkend dat [werknemer] niet een arbeidsovereenkomst heeft gesloten met Holland Filter maar met [B.V. 1] . Ook uit de overlegde correspondentie blijkt dat dit bewust zo is gedaan.
4.3.
Uit de whats-appjes blijkt dat [werknemer] erkent dat hij feitelijk voor Holland Filter heeft gewerkt [1] . NB Personeel heeft betoogd dat uit de overeenkomst die Holland Filter met haar is aangegaan voortvloeit dat Holland Filter die wervingsfee ook verschuldigd is indien niet zij zelf maar een zusteronderneming feitelijk de arbeidsovereenkomst heeft gesloten. Daarin gaat de kantonrechter niet mee: een overeenkomst komt schriftelijk of mondeling tot stand óf is af te leiden uit gedragingen van partijen. Holland filter heeft de offerte in ieder geval niet ondertekend teruggestuurd. Evenmin is gesteld of gebleken dat de offerte mondeling is aanvaard. In dit geval zou de gedraging waaruit het sluiten van een overeenkomst blijkt, zijn verricht door [B.V. 1] Zij heeft immers de arbeidsovereenkomst met [werknemer] gesloten. Uit de gedraging van [B.V. 1] zou eventueel een overeenkomst afgeleid kunnen worden. Zij is echter niet als partij betrokken in deze procedure. Uit de gedraging van [B.V. 1] kan in ieder geval niet een overeenkomst tussen NB Personeel en een andere onderneming (concreet: Holland Filter) worden afgeleid. Gelet hierop komt de kantonrechter tot het oordeel dat geen overeenkomst tot stand is gekomen met Holland Filter.
Onrechtmatig gedrag
4.4.
Als subsidiaire grondslag heeft NB Personeel aangevoerd dat Holland Filter het gevorderde bedrag dient te betalen omdat zij onrechtmatig heeft gehandeld jegens haar, door een constructie te creëren waarbij de overeengekomen wervings- en selectiefee werd omzeild. Met kennis van de daarvoor verschuldigde percentages heeft Holland Filter namelijk bewerkstelligd dan wel gefaciliteerd dat [werknemer] niet bij haar, maar bij haar zuster vennootschap [B.V. 1] in dienst trad. Daarmee heeft Holland Filter gehandeld in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt.
4.5.
Holland Filter heeft dat ontkend. Zij geeft aan dat het vanaf begin af aan de bedoeling is geweest dat [werknemer] in dienst zou treden bij [B.V. 1] . Holland Filter heeft nooit een opdracht verleend aan NB Personeel en er is ook geen overeenkomst tot stand is gekomen tussen hen waaruit een verplichting tot het betalen van een wervingsfee zou voortkomen. Ter ondersteuning daarvan heeft zij een e-mail d.d. 10 juni 2025 in de procedure gebracht waarin [werknemer] aan Holland Filter bevestigt dat hij niet voor deze heeft gewerkt maar enkel voor [B.V. 1] [2] .
4.6.
In haar nadere akte heeft NB Personeel vervolgens de whatsapp-berichten en e-mails tussen de heer [persoon] , directeur/bestuurder van Holland Filter en [werknemer] in het geding gebracht waaruit af te leiden is wat aan voornoemde e-mail van 10 juni 2025 vooraf is gegaan.
Daaruit blijkt van de volgende inhoud:
22 mei 2025:
[persoon] : (..) “
Heb jij nog contact met die club NB Personeel die jou hier wilden plaatsen met die enorme marges? Die zijn ons aan het terroriseren..(..)
Zou je mij ivm die NB personeel willen helpen? Zij hebben een Whatsapp van jou waarin ze vragen of je b ij ons leuke collega’s hebt. Jij antwoord daarop met ja. Kun je ons een email of Whatsapp sturen waarin je bevestigd dat je nooit bij Hollandfilter gewerkt hebt en alleen enkele dagen onbetaald hebt meegedraait? Je hebt immers ook helemaal niet voor Hollandfilter BV gewerkt.(..).
Beste in email zodat voorgaande Whatsapp er niet bij staat”.
[werknemer] : “
wat wil je precies dat ik in die mail stuur dan? (..)”
23 mei 2025:
[werknemer] :
“om even terug te komen op jou mail ik heb geen what’s app gesprek meer met NB personeel”
[persoon] ; “
ok. Dan stel ik voorbeeld op. Ik heb iets nodig om te ontkrachten dat je bij Hollandfilter in dienst was (..)”.
28 mei 2025:
[persoon] : “
heb je mijn email met tekst ontvangen?”
3 juni 2025:
[persoon] : “
ik heb je een email gestuurd. Heb je die ontvangen? (...)Dus jij kunt bevestigen dat je nooit voor Hollandfilter hebt gewerkt. (..)”
[werknemer] :
“ja die heb ik ontvangen maar wat wil je nou precies want feitelijk heb ik wel voor Holland filter gewerkt”
[persoon] :
“nee, wie was jou werkgever? Niet hollandfilter, kijk op loonafschrift en contract”
[werknemer] :
“ja oke zelfde eigenaar andere bv”
[persoon] :
“juist, totaal andere bv, dus ander bedrijf. Dus mijn verzoek is of je dat kunt bevestigen met de tekst zoals ik je stuurde.
Dus [B.V. 1] en eigenaar niet noemen. Alleen bevestigen dat je nooit gewerkt hebt bij Hollandfilter. Je hebt wel 2 dagen proef gedraaid bij Hollandfilter.”
Hendrik
s: “ik zal van de week even wat in elkaar zetten voor je”.
4.7.
De e-mail van [persoon] aan [werknemer] van 28 mei 2025 waarnaar in de whatsapp’s wordt verwezen, vermeldt:
“(..) NB Personeel beweerd als gevolg van de Whatsapp met jou, dat je bij Holland Filter bv een arbeidsovereenkomst bent aangegaan. Jij weet dat dit niet juist is. Het zou helpen als je dit kunt ontkrachten met een email aan mij.
Als voorbeeld, maar dan graag met eigen woorden, de volgende tekst:
Beste heer [persoon] ,
Op uw verzoek kan ik bevestigen dat ik nooit een arbeidsovereenkomst heb ontvangen of ben aangegaan met Holland Filter bv. Ook met de firma NB Personeel heb ik op geen enkele wijze een verplichting of overeenkomst gehad. Van een Whatsapp Chat met NB Personeelsdienst kan ik mij niet meer herinneren, daar heb ik mij denk ik in vergist.
Door mijn privé situatie is een dergelijk contract voorlopig ook niet mogelijk.
Met vriendelijke groet,
(..) [werknemer].”
4.8.
De e-mail die [werknemer] vervolgens op verzoek aan [persoon] op het e-mailadres van Holland Filter op 10 juni 2025 heeft verstuurd, vermeldt de volgende tekst:
“(..) op verzoek hierbij de bevestigen dat ik niet voor Holland filter heb gewerkt
Door mijn prive omstandigheden ga ik hier verder niet op in en wil ik hier verder buiten gehouden worden”. [3]
4.9.
De kantonrechter overweegt hierover als volgt. De Hoge Raad heeft eerder [4] bepaald dat (kort samengevat) het bewust ‘spelen’ met constructies en of identiteit van rechtspersonen, onrechtmatig is. Door degene die (volledige of overheersende) zeggenschap heeft over twee rechtspersonen, kan misbruik worden gemaakt van het identiteitsverschil tussen deze rechtspersonen. Gedragingen van die bestuurder van die rechtspersonen kunnen worden toegerekend aan de rechtspersonen.
4.10.
In deze zaak is duidelijk dat zowel de gedagvaarde Holland Filter als [B.V. 1] tot hetzelfde concern behoren, waarvan [B.V. 2] de moeder is. Al deze drie vennootschappen zijn op het zelfde adres gevestigd en worden - direct of indirect - bestuurd door dezelfde heer [persoon] . Duidelijk is ook dat de heer [persoon] het kennismakingsgesprek met [werknemer] heeft gevoerd en degene is geweest die de arbeidsovereenkomst met [werknemer] heeft gesloten. Uit alle door hem verzonden whatsappjes samen, blijkt dat hij geprobeerd heeft om het betalen van de ‘enorme marges’ (de wervingsfee dus) te omzeilen. Dat is ook de reden geweest dat op het arbeidscontract en de loonstrook niet Holland Filter als werkgever is vermeld maar [B.V. 1] , terwijl [werknemer] , zoals hij zelf schrijft, wel feitelijk voor Holland Filter heeft gewerkt. Deze handelswijze van [persoon] is naar het oordeel van de kantonrechter onrechtmatig en de aansprakelijkheid daarvoor dient dan ook toegerekend te worden aan de rechtspersoon namens wie hij optreedt, dus Holland Filter.
4.11.
Bovendien blijkt uit deze whats-appjes dat [persoon] de verklaring die [werknemer] heeft afgelegd, heeft voorgekauwd. Daar heeft hij als bestuurder van Holland Filter de kantonrechter niet zelf over ingelicht. Daarmee heeft hij c.q. Holland Filter de waarheidsplicht van artikel 21 Wetboek Pro van Burgerlijke rechtsvordering geschonden. In dat artikel staat namelijk dat partijen verplicht zijn de feiten die voor de beslissing van belang zijn, volledig en naar waarheid aan te voeren. Dat (niet juiste) gedrag van [persoon] ondersteunt de stelling van NB Personeel dat [persoon] er weinig moeite mee heeft om de feiten anders voor te spiegelen dan ze in werkelijkheid zijn.
de schadevergoeding
4.12.
Het als onrechtmatig beoordeeld gedrag heeft tot gevolg dat Holland Filter de schade die NB Personeel heeft geleden dient te vergoeden. NB Personeel heeft die schade begroot op € 9.248,04 inclusief btw. Dat bedrag komt overeen met de wervings fee van 23% van het eerste bruto jaarinkomen inclusief vakantiegeld, zoals dat in de offerte aan Holland Filter staat genoemd. Bij de berekening van dat bedrag is NB Personeel uitgegaan van een bruto maandsalaris van [werknemer] van € 2.556,27 (exclusief vakantiegeld) terwijl Holland Filter [werknemer] feitelijk € 2.600,00 (exclusief vakantiegeld) heeft betaald [5] . Nu Holland Filter tegen de berekening en de daarover geheven btw geen verder verweer heeft gevoerd, is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is om de geleden schade te bepalen op dat bedrag; het gevorderde bedrag van € 9.248,04 inclusief btw wordt dan ook toegewezen.
rente en kosten
4.13.
Nu voornoemd bedrag toegewezen zal worden als schadevergoeding is er geen sprake van een handelstransactie en zal de kantonrechter daarover niet de wettelijke handelsrente maar de wettelijke rente toewijzen. Een dergelijke rente zou toewijsbaar zijn vanaf de dag dat de schade is toegebracht. Nu slechts vanaf 18 februari 2025 rente is gevorderd, zal deze vanaf dan worden toegewezen.
4.14.
Als vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten vordert NB Personeel een bedrag van € 837,40. Deze vordering zal, mede gelet op de door de kantonrechter gevolgde aanbevelingen van het Rapport BGK-integraal, worden afgewezen. NB Personeel heeft immers nagelaten een omschrijving te geven van de voor haar rekening verrichte buitengerechtelijke werkzaamheden. De kosten waarvan zij vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.
4.15.
Op grond van het vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat de vordering dient te worden toegewezen en dat Holland Filter als de in het ongelijk gestelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van NB Personeel inclusief de beslagkosten worden als volgt begroot:
  • dagvaarding € 122,35
  • griffierecht € 714,00
  • salaris gemachtigde € 847,50 (2,5 x tarief € 339,00)
  • beslagkosten: salaris gemachtigde € 339,00 (1 x tarief € 339,00)
exploten € 336,51
- nakosten
€ 135,00
totaal € 2.494,36.
vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling.
Opgemerkt daarbij zij dat er twee identieke exploten zijn uitgebracht (op 16 april 2025 en 9 mei 2025) aan de Coöperatieve Rabobank U.A. Nu daarover niets is gesteld, heeft de kantonrechter slechts de kosten van één exploot meegerekend. Het griffierecht is bij de beslaglegging in rekening gebracht.
4.16.
De gevorderde uitvoerbaar bij voorraad verklaring zal worden toegewezen.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Holland Filter om tegen bewijs van kwijting aan NB Personeel te betalen een bedrag van € 9.248,04 inclusief btw te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro daarover vanaf 18 februari 2025,
5.2.
veroordeelt Holland Filter tot betaling van de proceskosten, die aan de zijde van NB Personeel worden begroot op € 2.494,36 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, bij gebreke waarvan vanaf dan de wettelijke rente daarover is verschuldigd, aslmede te vermeerderen met de kosten van betekening als Holland Filter niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, en
5.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.

Voetnoten

1.zie hierna onder 4.6.
2.zie hierna onder 4.8.
3.Productie 3 van Holland Filter.
4.HR 13 oktober 2000, ECLI:HR:2000:AA7480.
5.produktie 4 en 5 van Holland Filter.