ECLI:NL:RBLIM:2026:4815

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
18 mei 2026
Zaaknummer
11900567 \ CV EXPL 25-4181
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Van Leeuwen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:97 BWArt. 6:119 BWBesluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schadevergoeding voor verlies gehuurde cameralenzen vastgesteld op vervangingswaarde

In deze civiele bodemzaak vordert Budget Camera Verhuur B.V. (BCV) schadevergoeding wegens verlies van gehuurde cameralenzen door de bewindvoerder van een cliënt. BCV kon de schade niet concreet onderbouwen met aankoopfacturen, maar stelde de schade op basis van vervangingswaarde vast, gesteund op advertenties en haar algemene voorwaarden.

De kantonrechter oordeelt dat de schade op grond van artikel 6:97 BW Pro moet worden geschat, waarbij de benadeelde zoveel mogelijk in de oorspronkelijke toestand moet worden gebracht. BCV heeft onvoldoende bewijs geleverd over de toebehoren en aankoopwaarde, waardoor de schade wordt vastgesteld op €4.000,00, gebaseerd op de vervangingswaarde van de lenzen.

Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten toegewezen op €525,00 conform artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten, omdat de overeenkomst met een consument is gesloten. De bewindvoerder wordt veroordeeld tot betaling van de schade, incassokosten, proceskosten van €1.527,78 en de wettelijke rente over deze bedragen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is op 27 mei 2026 uitgesproken door de kantonrechter Van Leeuwen.

Uitkomst: Bewindvoerder wordt veroordeeld tot betaling van €4.000 schadevergoeding, €525 incassokosten en €1.527,78 proceskosten met wettelijke rente.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11900567 \ CV EXPL 25-4181
Vonnis van 27 mei 2026
in de zaak van
BUDGET CAMERA VERHUUR B.V.,
te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: BCV,
gemachtigde: Smaal Finance Incasso BV,
tegen
[bewindvoerder] , h.o.d.n. [gedaagde] , in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [belanghebbende] ,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 11 februari 2026
- het herstelvonnis van 4 maart 2026
- de akte van BCV.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Op 11 februari 2026 is een tussenvonnis gewezen en op 4 maart 2026 een herstelvonnis. De kantonrechter blijft bij de inhoud van die vonnissen. In het tussenvonnis van 11 februari 2026 is overwogen dat de gestelde schade niet is onderbouwd, dat er geen aankoopfacturen zijn overgelegd waaruit blijkt wanneer de betreffende lenzen zijn aangeschaft en voor welk bedrag. Verder is overwogen dat er btw in rekening wordt gebracht, maar dat dit doorgaans een verrekenbare post vormt voor een ondernemer en dat dit daarmee geen schade is.
2.2.
BCV is in de gelegenheid gesteld om bij akte te reageren op dat wat in het tussenvonnis is overwogen en hiervoor is weergegeven. Dit heeft BCV gedaan. Zij heeft een akte genomen waarbij zij haar vordering heeft verminderd met de in rekening gebrachte btw. De verminderde hoofdsom bedraagt nu € 4.772,15. Ook heeft BCV de vordering van de buitengerechtelijke kosten teruggebracht naar een bedrag van € 602,22.
2.3.
BCV geeft verder aan dat zij geen stukken kan overleggen van de aankoopwaarde van de individuele apparatuur. Verder wijst BCV op haar algemene voorwaarden. Daarin is in artikel 9.3 het volgende opgenomen: “
(…)Bij verlies, diefstal of beschadiging, vergoedt de Klant naar keuze van Budgetcam de reparatiekosten of kosten van vervanging van de betreffende Apparatuur door nieuwe Apparatuur en eventuele in redelijkheid te maken overige kosten.(…)”.Volgens BCV volgt hieruit dat is overeengekomen dat [gedaagde] bij verlies of diefstal de vervangingswaarde van de apparatuur moet vergoeden. Ter onderbouwing van de schade heeft BCV advertenties van websites overgelegd. Hieruit volgt volgens haar dat het gevorderde bedrag overeenkomt met de marktwaarde van de apparatuur.
2.4.
Omdat BCV heeft aangegeven dat zij de schade niet concreet kan aantonen, moet deze op basis van artikel 6:97 BW Pro worden geschat. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de benadeelde zoveel mogelijk in de toestand moet worden gebracht waarin hij zou hebben verkeerd indien de schadeveroorzakende gebeurtenis zou zijn uitgebleven. Hieruit volgt dat de schade in beginsel moet worden berekend met inachtneming van alle omstandigheden van het concrete geval. Dit brengt mee dat de omvang van de schade wordt bepaald door een vergelijking van de toestand zoals deze in werkelijkheid is met de toestand zoals die (vermoedelijk) zou zijn geweest indien de schadeveroorzakende gebeurtenis niet zou hebben plaatsgevonden.
2.5.
Op basis van artikel 9.3. moet [gedaagde] de vervangingswaarde vergoeden. BCV heeft
advertenties overgelegd van de betreffende artikelen. In de huurovereenkomst staat vermeld dat het volgende is gehuurd:
  • LC 8074, Canon RF 28-70mm f/2 L USM
  • LC 8244, Canon RF 70-200 mm f/2.8L IS USM
In de dagvaarding stelt BCV dat er 2 cameralenzen zijn gehuurd met toebehoren. Om welke toebehoren het gaat, is niet vermeld en kan niet uit de stukken worden afgeleid. BCV heeft hiermee niet voldaan aan haar stelplicht. De kantonrechter zal daarom de schade van de twee gestolen lenzen, met inachtneming van de overgelegde advertenties, schatten op een bedrag van € 4.000,00. Over dit bedrag moet [gedaagde] de wettelijke rente betalen vanaf vandaag tot aan de dag van betaling.
2.6.
BCV vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De overeenkomst is gesloten met [belanghebbende] als consument. Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. BCV heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Gelet op de hoogte van de toe te wijzen hoofdsom zal een bedrag van € 525,00 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen zoals gevorderd.
2.7.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van BCV worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
543,00
- salaris gemachtigde
720,00
(2,5 punten × € 288,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.527,78
2.8.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan BCV te betalen een bedrag van € 4.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, vanaf vandaag tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan BCV te betalen een bedrag van € 525,00 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.527,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.