ECLI:NL:RBLIM:2026:49

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
6 januari 2026
Zaaknummer
C/03/347257 / HA ZA 25-494
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Etman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 93 RvArt. 71 lid 2 RvArt. 8 lid 4 WGBZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing van civiele zaak naar kantonrechter op grond van artikel 93 Rv

In deze civiele procedure bij de rechtbank Limburg heeft eiseres een vordering ingesteld die volgens de rechtbank onder artikel 93 aanhef Pro en onder c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering valt, waardoor de kantonrechter bevoegd is om de zaak te behandelen.

De rechtbank heeft partijen gehoord over het voornemen om de zaak naar de kantonrechter te verwijzen, waarop geen bezwaar is gemaakt. Omdat eiseres haar vordering niet bij de kantonrechter heeft ingediend, verwijst de rechtbank de zaak ambtshalve naar de kantonrechter op grond van artikel 71 lid 2 Rv Pro.

De rechtbank wijst partijen erop dat zij in de vervolgprocedure niet verplicht zijn zich door een advocaat te laten vertegenwoordigen en informeert over de verlaging van het griffierecht conform artikel 8 lid 4 WGBZ Pro. De zaak wordt verwezen naar de rolzitting van de kantonrechter op 11 februari 2026 te Maastricht.

Uitkomst: De rechtbank verwijst de civiele zaak ambtshalve naar de kantonrechter wegens toepasselijkheid van artikel 93 Rv.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/347257 / HA ZA 25-494
Vonnis van 14 januari 2026
in de zaak van
[eiseres],
te [plaats ] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. R.P.F. Rober,
tegen
[gedaagde],
te [plaats ] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. N. Soro.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de rolbeslissing van 17 december 2025,
- de akte uitlaten bevoegdheid met producties 1 t/m 5 aan de zijde van [eiseres] ,
- de akte uitlaten bevoegdheid aan de zijde van [gedaagde] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
In de rolbeslissing van 17 december 2025 heeft de rechtbank overwogen dat de vordering van [eiseres] naar haar voorlopig oordeel een onderwerp betreft dat op grond van artikel 93 aanhef Pro en onder c Rv door de kantonrechter wordt behandeld, ongeacht het beloop of de waarde van de vordering.
2.2.
Partijen hebben geen bezwaar gemaakt tegen het voornemen van de rechtbank om de zaak te verwijzen naar de kantonrechter van deze rechtbank.
2.3.
De rechtbank blijft bij haar oordeel dat de zaak moet worden verwezen naar de kantonrechter van deze rechtbank. Omdat [eiseres] haar vordering niet heeft ingediend bij de kantonrechter, zal de rechtbank de zaak op de voet van artikel 71 lid 2 Rv Pro ambtshalve naar de kantonrechter verwijzen.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de kantonrechter van deze rechtbank, locatie Maastricht, op
woensdag 11 februari 2026 om 10:00 uurvoor conclusie van antwoord,
3.2.
wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen,
3.3.
wijst partijen erop dat het in deze procedure geheven griffierecht ingevolge artikel 8 lid 4 WGBZ Pro zal worden verlaagd en dat het eventueel teveel betaalde griffierecht door de griffier zal worden teruggestort.
Dit vonnis is gewezen door mr. Etman en in het openbaar uitgesproken.