Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
woensdag 11 februari 2026 om 10:00 uurvoor conclusie van antwoord,
Rechtbank Limburg
In deze civiele procedure bij de rechtbank Limburg heeft eiseres een vordering ingesteld die volgens de rechtbank onder artikel 93 aanhef Pro en onder c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering valt, waardoor de kantonrechter bevoegd is om de zaak te behandelen.
De rechtbank heeft partijen gehoord over het voornemen om de zaak naar de kantonrechter te verwijzen, waarop geen bezwaar is gemaakt. Omdat eiseres haar vordering niet bij de kantonrechter heeft ingediend, verwijst de rechtbank de zaak ambtshalve naar de kantonrechter op grond van artikel 71 lid 2 Rv Pro.
De rechtbank wijst partijen erop dat zij in de vervolgprocedure niet verplicht zijn zich door een advocaat te laten vertegenwoordigen en informeert over de verlaging van het griffierecht conform artikel 8 lid 4 WGBZ Pro. De zaak wordt verwezen naar de rolzitting van de kantonrechter op 11 februari 2026 te Maastricht.
Uitkomst: De rechtbank verwijst de civiele zaak ambtshalve naar de kantonrechter wegens toepasselijkheid van artikel 93 Rv.