ECLI:NL:RBLIM:2026:4987

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
20 mei 2026
Zaaknummer
12106547 \ CV EXPL 26-690
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Van den Berg Jeths - van Meerwijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering betaling taxatiekosten toegewezen na vernietiging incassokostenbeding

InterMakelaars heeft in opdracht van gedaagde een bedrijfspand met bedrijfswoning getaxeerd en daarvoor een factuur van € 2.238,50 inclusief btw gestuurd. Ondanks een betalingsregeling is deze factuur niet voldaan. InterMakelaars vordert betaling van de hoofdsom, incassokosten en rente.

De kantonrechter stelt vast dat de overeenkomst en de betalingsregeling onbetwist zijn, waardoor gedaagde gehouden is tot betaling van de hoofdsom en de wettelijke rente wegens verzuim. Het verweer van gedaagde dat de factuur gesplitst zou worden tussen privé en onderneming wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs.

De gevorderde incassokosten worden afgewezen omdat het beding in de algemene voorwaarden dat deze kosten regelt, oneerlijk is bevonden. Dit volgt uit de jurisprudentie van het HvJ EU (Dexia- en Gupfinger-arrest). Het beding is niet begrensd in omvang en wordt daarom vernietigd.

Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 2.314,18 plus wettelijke rente en de proceskosten van € 1.288,58. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van taxatiekosten en wettelijke rente, incassokosten worden afgewezen wegens oneerlijk beding.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 12106547 \ CV EXPL 26-690
Vonnis van 27 mei 2026
in de zaak van
INTERMAKELAARS B.V., h.o.d.n. ACM-INTERMAKELAARS,
te Horst,
eisende partij,
hierna te noemen: InterMakelaars,
gemachtigde: Hafkamp Groenewegen Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Intermakelaars heeft in opdracht van [gedaagde] het bedrijfspand met bedrijfswoning van [gedaagde] getaxeerd en een taxatierapport opgemaakt. Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van Intermakelaars van toepassing.
2.2.
Bij factuur van 24 juni 2025 is een bedrag van € 2.238,50 in rekening gebracht. De factuur is niet betaald, ondanks de getroffen betalingsregeling

3.Het geschil

3.1.
InterMakelaars vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 2.649,96 (€ 2.238,50 aan hoofdsom, € 335,78 aan incassokosten en € 75,68 aan reeds verschenen rente), vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
[gedaagde] voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
InterMakelaars vordert betaling van de bedragen zoals in 3.1. is vermeld. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] de hoofdsom en rente moet betalen. De gevorderde incassokosten worden afgewezen. Hierna zal dit oordeel worden uitgelegd.
4.2.
Als erkend dan wel niet weersproken staat vast dat partijen een overeenkomst hebben gesloten waarbij InterMakelaars het bedrijfspand met bedrijfswoning van [gedaagde] taxeert voor een bedrag van € 1.850,00 exclusief btw (€ 2.238,50 inclusief btw). Ook staat als niet betwist vast dat partijen een betalingsregeling hebben getroffen waarbij het gefactureerde bedrag in vier gelijke termijnen kon worden betaald. Dit kan niet anders worden opgevat dan een erkenning van de vordering.
4.3.
[gedaagde] voert het verweer dat de factuur gesplitst zou worden. Een deel zou voor rekening van de onderneming komen en het andere deel voor hem privé. Deze afspraak blijkt echter niet uit de stukken en wordt ook door InterMakelaars betwist. Daarbij komt dat de offerte is gericht aan [gedaagde] zodat het logisch is dat ook aan hem gefactureerd wordt. Van een andere afspraak is niets gebleken. Dit verweer wordt daarom bij gebrek aan onderbouwing afgewezen.
4.4.
Het is dus [gedaagde] die het bedrag van € 2.238,50 inclusief btw moet betalen. Omdat hij niet heeft betaald nadat hij in gebreke is gesteld, is er verzuim ingetreden. Het gevolg daarvan is dat [gedaagde] wettelijke rente verschuldigd is. Ook dit deel van de vordering wordt daarom toegewezen.
4.5.
InterMakelaars vordert ook betaling van incassokosten. Volgens [gedaagde] moeten deze worden afgewezen omdat hij onbeschoft te woord is gestaan door de deurwaarder. Dit is echter geen wettelijke grond voor afwijzing van deze vordering. Wel geldt het volgende.
De kantonrechter moet in beginsel ambtshalve vaststellen of in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt over dit onderdeel en beoordelen of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het betreffende beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen, ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak. Dit alles volgt uit het Dexia-arrest (HvJ EU 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:68) en het Gupfinger-arrest (HvJ, EU 8 december 2022, ECLI:EU:2022:971).
De kantonrechter stelt vast dat de toepasselijke algemene voorwaarden in artikel I 7. een beding bevat op grond waarvan eisende partij aanspraak kan maken op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter is van oordeel dat dit beding oneerlijk is omdat de bedongen vergoeding niet begrensd in omvang is.
Het beding is daardoor oneerlijk ten opzichte van [gedaagde] . Het beding wordt daarom vernietigd. Het gevolg hiervan is dat de gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen.
4.6.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van InterMakelaars worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
127,08
- griffierecht
529,00
- salaris gemachtigde
506,00
(2 punten × € 253,00)
- nakosten
126,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.288,58

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan InterMakelaars te betalen een bedrag van € 2.314,18, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 2.238,50, met ingang van 13 februari 2026, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.288,58, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Berg Jeths - van Meerwijk en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.