Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De beoordeling
kónnakomen.
Rechtbank Limburg
Het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een medewerker die sinds 2019 in dienst was. De medewerker had herhaaldelijk afspraken met de bedrijfsarts en het COA niet nagekomen zonder geldige reden, ondanks meerdere schriftelijke waarschuwingen en loonopschorting.
De medewerker verscheen niet op de zitting en diende geen verweerschrift in, waardoor de kantonrechter uitging van de juistheid van de door het COA gestelde feiten. De niet-nakoming van re-integratieverplichtingen werd als ernstig verwijtbaar handelen aangemerkt, wat een redelijke grond voor ontbinding vormt volgens artikel 7:669 lid 3 sub e BW Pro.
De kantonrechter oordeelde dat het opzegverbod tijdens ziekte niet van toepassing is omdat de werknemer zonder gegronde reden zijn re-integratieverplichtingen niet nakwam. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 20 januari 2026, zonder toekenning van een transitievergoeding. De medewerker werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen zonder toekenning van transitievergoeding.