Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
Rechtbank Limburg
De verhuurder verhuurt sinds november 2022 een woning aan de huurder met een maandelijkse huur van €1.270. De huurder is in gebreke gebleven met betalingen, waardoor een huurachterstand van acht maanden is ontstaan. De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming, betaling van de huurachterstand, wettelijke rente, een contractuele boete, incassokosten en proceskosten.
De huurder erkent de huurachterstand maar betwist dat dit de ontbinding en ontruiming rechtvaardigt, verwijzend naar zijn financiële situatie en inspanningen om de achterstand in te lopen. De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand ernstig is en ondanks een eerdere laatste kans door de voorzieningenrechter niet is ingelopen. De boete wordt afgewezen als oneerlijk beding en de incassokosten worden afgewezen wegens niet-naleving van wettelijke aanmaningseisen.
De kantonrechter wijst de ontbinding en ontruiming toe, veroordeelt de huurder tot betaling van de huurachterstand en toekomstige huur met wettelijke rente, en veroordeelt hem in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de gevorderde dwangsom wordt afgewezen omdat de verhuurder al over een executoriale titel beschikt.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand met wettelijke rente.