ECLI:NL:RBLIM:2026:4995

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
20 mei 2026
Zaaknummer
C/03/350708/HA ZA 26-124
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
  • Roeffen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 lid 1 Rome IArt. 7 lid 1 Brussel I-bisArt. 7 lid 2 Brussel I-bisArt. 4 Brussel I-bisArt. 53 Verordening (EU) nr. 1215/2012
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging schenkingsovereenkomst wegens wilsgebrek en veroordeling tot terugbetaling

De rechtbank Limburg behandelde een civiele bodemzaak waarin eiser vorderde dat een schenkingsovereenkomst van €35.925, gesloten tussen hem en gedaagde, werd vernietigd wegens een wilsgebrek. Gedaagde, die niet is verschenen en geen bekende verblijfplaats heeft, werd verstek verleend.

Eiser had gedaagde leren kennen toen zij als sekswerker werkte en had haar tussen juni 2024 en februari 2025 meerdere contante bedragen en overboekingen gedaan. De rechtbank stelde vast dat de Nederlandse rechter bevoegd was op grond van Brussel I-bis-verordening, omdat de prestaties deels in Nederland waren verricht. Het toepasselijke recht was Nederlands recht volgens de Rome I-verordening.

De rechtbank oordeelde dat de vordering niet onrechtmatig of ongegrond was en wees deze toe. De schenkingsovereenkomst werd vernietigd wegens wilsgebrek, en gedaagde werd veroordeeld tot terugbetaling van het volledige bedrag binnen veertien dagen, met wettelijke rente bij verzuim. Tevens werd gedaagde veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De schenkingsovereenkomst wordt vernietigd en gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van €35.925 met proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: C/03/350708 / HA ZA 26-124
Vonnis van 27 mei 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. G.A.M.F. Spera,
tegen
[gedaagde],
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 17 december 2025 met producties 1 tot en met 9;
- nu aan alle betekeningsvoorschriften is voldaan, is tegen [gedaagde] verstek verleend.
1.2.
Tenslotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser] heeft [gedaagde] in juni 2024 leren kennen toen zij als sekswerker in [plaats 2] werkte en hij gebruik maakte van haar diensten.
2.2.
Na de eerste ontmoeting hebben partijen contact gehouden.
2.3.
[eiser] heeft in de periode tussen 30 juni 2024 en 4 februari 2025 geld aan [gedaagde] geschonken, in totaal een bedrag van € 35.925,-.
2.4.
[eiser] heeft contante bedragen verstrekt aan [gedaagde] als zij samen waren in hotels in België en Nederland. Daarnaast heeft hij bedragen naar haar bankrekening overgeboekt.
2.5.
[eiser] heeft aangifte van oplichting tegen [gedaagde] gedaan bij de Belgische en Nederlandse politie.
2.6.
[gedaagde] is niet meer woonachtig in België. Omdat haar huidige verblijfplaats niet bekend is, is de dagvaarding betekend aan haar woonadres te Roemenië.

3.De vordering

3.1.
[eiser] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht verklaart dat de door [eiser] aan [gedaagde] gedane schenking, dan wel de overeenkomst strekkende tot geldverstrekking van € 35.925,- gedateerd vanaf 30 juni 2024 tot stand is gekomen op grond van een wilsgebrek en derhalve vernietigbaar is;
II. de genoemde schenkingsovereenkomst dan wel geldleningsovereenkomst vernietigt;
III. [gedaagde] veroordeelt tegen behoorlijk bewijs van kwijting, aan [eiser] een bedrag van
€ 35.925,- te betalen, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis bij gebreke waarvan de wettelijke rente sedert de dag der verzuim tot de dag der algehele voldoening over deze kosten zal zijn verschuldigd;
IV. [gedaagde] veroordeelt in de volledige proceskosten van deze procedure, althans de proceskosten conform het liquidatietarief en de verschotten zulks te vermeerderen met de nakosten, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis, bij gebreke waarvan de wettelijke rente sedert de dag der verzuim tot de dag der algehele voldoening over deze kosten zal zijn verschuldigd;
V. het in deze te wijzen vonnis voorziet van een certificaat betreffende een beslissing in burgerlijke en handelszaken als bedoeld in artikel 53 van Pro de Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.
3.2.
[gedaagde] is niet in de procedure verschenen.
3.3.
Ten slotte is op verzoek van [eiser] vonnis bepaald.

4.De beoordeling

Bevoegdheid en toepasselijk recht
4.1.
Nu [gedaagde] ten tijde van de schenkingen woonachtig was in België heeft deze zaak een internationaal karakter. Dat betekent dat de rechtbank ambtshalve moet onderzoeken of zij rechtsmacht heeft om te beslissen op de vorderingen van [eiser] .
4.2.
Kort samengevat stelt [eiser] dat op grond van artikel 7 lid 1 Brussel Pro I-bis [1] primair het gerecht bevoegd is van de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt is uitgevoerd. Subsidiair is op grond van artikel 7 lid 2 Brussel Pro I-bis het gerecht bevoegd van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan. Ter toelichting voert [eiser] aan dat de overeenkomst aangegaan en uitgevoerd is in Nederland en de schade zich ook grotendeels in Nederland heeft voorgedaan, meer specifiek in [plaats 1] .
4.3.
De bevoegdheid dient de rechtbank vast te stellen aan de hand van de Brussel I-bis verordening. Uitgangspunt is dat een gedaagde wordt opgeroepen voor een gerecht in de lidstaat waar hij of zij woont (artikel 4). Op dit uitgangspunt zijn uitzonderingen mogelijk. [eiser] doet primair een beroep op de uitzondering uit artikel 7 lid 1 onder Pro a: rechtsmacht komt toe aan de rechter van de plaats van de uitvoering van de schenkingsovereenkomst. Nu onweersproken vast staat dat [eiser] een aantal contante bedragen aan [gedaagde] verstrekt heeft op Nederlands grondgebied, getuige productie 6 bij dagvaarding in een hotel in Scheveningen en Nijmegen, is de Nederlandse rechter bevoegd van de vorderingen van [eiser] kennis te nemen.
4.4.
Ten aanzien van het toepasselijke recht wordt op grond van artikel 4 lid 1 van Pro de Rome I verordening [2] de overeenkomst beheerst door het recht van het land waar de partij die de kenmerkende prestatie van de overeenkomst moet verrichten, het schenken van het geld, haar gewone verblijfplaats heeft. Nu [eiser] als partij die de kenmerkende prestatie moest verrichten, op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst zijn woonplaats in Nederland had (en nog steeds heeft) wordt de overeenkomst beheerst door het Nederlands recht.
Inhoudelijke beoordeling
4.5.
Nu [gedaagde] niet is verschenen ligt de vordering voor toewijzing gereed, tenzij deze de rechtbank onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als vermeld worden toegewezen. Nu de primaire vordering zal worden toegewezen, komt de rechtbank niet meer toe aan beoordeling van de subsidiaire vordering.
4.6.
De rechtbank zal voorts het gevorderde certificaat als bedoeld in artikel 53 EEX Pro-Vo II [3] verstrekken.
4.7.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding € 162,98
- griffierecht € 1.414,00
- salaris advocaat € 836,00 ( 1 punt x tarief € 836,00)
- nakosten
€ 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de
Totaal € 2.601,98

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
verklaart voor recht dat de door [eiser] aan [gedaagde] gedane schenking, dan wel de overeenkomst strekkende tot geldverstrekking van € 35.925,-, gedateerd vanaf 30 juni 2024, tot stand is gekomen op grond van een wilsgebrek en derhalve vernietigbaar is,
5.2.
vernietigt de genoemde schenkingsovereenkomst dan wel geldleningsovereenkomst,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] een bedrag van
€ 35.925,- binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis te betalen, bij gebreke waarvan de wettelijke rente vanaf de dag van verzuim tot de dag van algehele voldoening over deze kosten zal zijn verschuldigd,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.601,98 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van verzuim tot de dag van algehele voldoening;
5.5.
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Roeffen en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.

Voetnoten

1.EU Verordening nr. 1215/2012 van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.
2.Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst
3.Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.