ECLI:NL:RBLIM:2026:5015

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
20 mei 2026
Zaaknummer
11851025 \ CV EXPL 25-3590
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Timmermans-Vermeer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:75 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 6:119a BWArt. 706 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering en afwijzing schadevordering wegens tekortkoming in nakoming verbintenis

Degalux International B.V. vordert betaling van een openstaand bedrag van €17.200, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, van een eenmanszaak die producten van Degalux afnam. De eenmanszaak erkent de schuld maar voert verrekening aan wegens vermeende schade door gebrekkige levering.

De rechtbank oordeelt dat het verrekeningsverweer faalt omdat de schadevordering in reconventie niet slaagt. De eenmanszaak heeft onvoldoende gesteld en onderbouwd dat Degalux tekort is geschoten in de nakoming van haar verbintenis en dat sprake is van verzuim. De gestelde gebreken zijn onvoldoende toegelicht en het causaal verband ontbreekt.

De rechtbank wijst de schadevordering af en veroordeelt de eenmanszaak tot betaling van het bedrag van €17.200, de buitengerechtelijke incassokosten van €947, de proceskosten en beslagkosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de eenmanszaak tot betaling van €17.200 en kosten, en wijst de schadevordering af wegens onvoldoende onderbouwing en geen verzuim.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11851025 \ CV EXPL 25-3590
Vonnis van 27 mei 2026
in de zaak van
DEGALUX INTERNATIONAL B.V.,
te Gouda,
eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie
hierna te noemen: Degalux ,
gemachtigde: mr. W. van den Hoek,
tegen
[eigenaar] H.O.D.N. [eenmanszaak],
te [plaats] ,
gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie
hierna te noemen: [eenmanszaak] ,
gemachtigde: mr. T.G.M. Scheers.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 16
- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie met producties 1 tot en met 32
- de conclusie van antwoord in reconventie met productie 17
- de mondelinge behandeling op 20 mei 2026, waarvan door de griffier zittingsaantekeningen zijn gemaakt
- de spreekaantekeningen van [eenmanszaak] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Degalux produceert en verkoopt zonwering en rolluiken. [eenmanszaak] is een eenmanszaak die zich richt op de verkoop en montage van deze producten. Degalux heeft in opdracht en voor rekening van [eenmanszaak] diverse producten geproduceerd en geleverd.
2.2.
Op enig moment ontstonden betalingsachterstanden, waarna partijen met elkaar in overleg traden en in september 2024 overeenkwamen dat [eenmanszaak] de betalingsachterstand ging inhalen.
2.3.
Nadat een gemachtigde van [eenmanszaak] zich bij Degalux meldde met de mededeling dat Degalux beschadigde producten had geleverd en dat [eenmanszaak] daarom zijn betalingsverplichting opschortte, heeft Degalux [eenmanszaak] per brief van 4 november 2024 voor het eerst gesommeerd het toen nog openstaande bedrag van € 31.694,10 uiterlijk 12 november 2024 te voldoen. Vervolgens hebben partijen hun correspondentie over de vermeende beschadigde producten voortgezet.
2.4.
Bij brief van 19 november 2024 heeft Degalux haar (toekomstige)verplichtingen jegens [eenmanszaak] opgeschort in afwachting van betaling.
2.5.
Op 26 maart 2025 heeft een gesprek plaatsgevonden, waarna partijen zijn overeengekomen dat een deel van het verschuldigde werd kwijtgescholden en dat [eenmanszaak] nog een bedrag van € 17.200,00 moest voldoen. Partijen hebben vervolgens nog onderhandeld over een betalingsregeling. Ondanks sommatie heeft [eenmanszaak] niets meer betaald.
2.6.
Op of omstreeks 31 juni 2025 heeft Degalux ten laste van [eenmanszaak] beslag laten leggen onder de Rabobank.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
Degalux vordert - samengevat - veroordeling van [eenmanszaak] tot betaling van:
€ 17.200,00, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 2 juli 2025,
€ 947,00 aan buitengerechtelijke incassokosten,
de proceskosten, waaronder de beslag- en nakosten, vermeerderd met rente.
3.2.
[eenmanszaak] erkent het bedrag van € 17.200,00 verschuldigd te zijn, maar beroept zich op verrekening van dit bedrag met de door hem geleden schade door de levering van defecte en beschadigde materialen door Degalux, welke schade het bedrag van € 17.200,00 overtreft. [eenmanszaak] benoemt dertien schadegevallen.
in reconventie
3.3.
[eenmanszaak] vordert samengevat een verklaring voor recht dat Degalux tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst en aansprakelijk is voor de als gevolg daarvan door [eenmanszaak] geleden schade, nader op te maken bij staat. Tevens vordert [eenmanszaak] veroordeling van Degalux tot betaling van de schade nader op te maken bij staat en de proceskosten, vermeerderd met rente.
3.4.
Degalux betwist alle dertien door [eenmanszaak] genoemde tekortkomingen en wijst erop dat zij haar verplichtingen jegens [eenmanszaak] bij brief van 19 november 2024 had opgeschort in afwachting van betaling. Samengevat stelt Degalux dat de schadegevallen redelijkerwijs een gevolg kunnen zijn van een verkeerde bestelling door [eenmanszaak] , een gebrekkige installatie, montage, vervoer of opslag door [eenmanszaak] of verkeerd gebruik door de klant. Het causaal verband tussen oorzaak en schade wordt ook betwist. Voorts beroept Degalux zich subsidiair op de in haar algemene voorwaarden opgenomen exoneratiebedingen en klachtplicht, nu het merendeel van de door [eenmanszaak] genoemde schadegevallen voor het eerst in de conclusie van antwoord worden gemeld. Nu voor die tekortkomingen een gebrekestelling ontbreekt is Degalux ook niet in verzuim geraakt.

4.De beoordeling in conventie

4.1.
Aangezien [eenmanszaak] (zowel in als buiten rechte) erkent dat hij € 17.200,00 aan Degalux moet betalen ligt de conventionele vordering onder a voor toewijzing gereed, tenzij het verrekeningsverweer van [eenmanszaak] slaagt. In reconventie wordt geoordeeld dat Degalux niet schadeplichtig is jegens [eenmanszaak] , zodat een beroep op verrekening in conventie ook niet slaagt. De kantonrechter verwijst naar hetgeen zij in reconventie hierover heeft overwogen. Dat betekent dat de vordering onder a zal worden toegewezen, vermeerderd met de gevorderde rente.
4.2.
Degalux vordert verder vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Degalux heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Degalux heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden.Conform genoemd besluit zal een bedrag van € 947,00 worden toegewezen.
4.3.
[eenmanszaak] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief beslagkosten en nakosten) betalen. De proceskosten van Degalux worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
714,00
- salaris gemachtigde
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.833,78
4.4.
Degalux vordert [eenmanszaak] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in art. 706 Rv Pro toewijsbaar. Het griffierecht voor het beslagrekest is verrekend met het griffierecht in deze hoofdzaak. De overige beslagkosten worden begroot op € 965,55 (zijnde € 351,55 voor verschotten en € 614,00 voor salaris advocaat).
4.5.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten (waaronder de nakosten en beslagkosten) wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beoordeling in reconventie

5.1.
In reconventie moet de vraag worden beantwoord of kan worden vastgesteld dat Degalux is tekortgeschoten in de nakoming van haar contractuele verplichtingen jegens [eenmanszaak] en of Degalux terzake in verzuim verkeert. Dat is niet het geval, zodat geen grond bestaat voor toewijzing van de vorderingen van [eenmanszaak] . Alle vorderingen van [eenmanszaak] zullen dan ook worden afgewezen. Daartoe heeft de kantonrechter het volgende overwogen.
De tekortkomingen
5.2.
[eenmanszaak] maakt onderscheid tussen schade gelegen voor 27 maart 2025 en schade die daarna is geleden. Hij stelt dat de schade die hij heeft geleden voor 27 maart 2025 al is verrekend door middel van vermindering van de vordering van Degalux en heeft die schadegevallen niet verder uitgewerkt. Degalux heeft dat niet althans onvoldoende betwist. De kantonrechter gaat er dan ook vanuit dat eventuele schadegevallen van voor 27 maart 2025 zijn verdisconteerd in het uiteindelijk overeengekomen bedrag van € 17.200,00. [eenmanszaak] kan daar nu niet zonder nadere toelichting op terugkomen. Voor zover de vorderingen van [eenmanszaak] betrekking hebben op schadegevallen van voor 27 maart 2025 moeten die reeds op die grond worden afgewezen.
5.3.
[eenmanszaak] heeft voor de periode na 27 maart 2025 dertien schadegevallen benoemd. Als [eenmanszaak] succesvol een schadevergoeding op grond van artikel 6:75 BW Pro had willen instellen had het op zijn weg gelegen om – rekening houdende met het uitgebreide verweer van Degalux – te stellen en te onderbouwen dat sprake is van een op Degalux rustende verbintenis en dat die niet is nagekomen. Daarnaast moet komen vast te staat dat sprake is van schade die het gevolg is van de tekortkoming.
5.4.
De rechtbank is van oordeel dat [eenmanszaak] niet aan zijn stel- en onderbouwingsplicht heeft voldaan voor wat betreft zijn stelling dat sprake is van tekortkomingen. De problemen waarover [eenmanszaak] schrijft gaan over rolluiken die blijven hangen of vastlopen [1] , gebreken aan lamellen [2] , foutieve maatvoeringen [3] , de noodzaak tot het vervangen van onderdelen (waaronder motoren) [4] , veren die losraken [5] , een screen dat uit de rail is gelopen [6] of het afstellen van een motor [7] . Dat de omschreven problemen worden veroorzaakt door ondeugdelijk door Degalux geleverd materiaal kan – zonder nadere toelichting – uit de werkbonnen niet worden afgeleid. Daarop staat immers alleen een omschrijving van de problemen vermeld en dat die zijn opgelost. Voor wat betreft problemen met de maatvoering overweegt de rechtbank dat tussen partijen als niet weersproken vast staat dat [eenmanszaak] zelf verantwoordelijk is voor het inmeten. Dat Degalux andere maten heeft geleverd dan door [eenmanszaak] aan haar bij zijn bestellingen zijn doorgegeven is niet gesteld, laat staan onderbouwd. Tijdens de zitting heeft [eenmanszaak] nog wel uitgelegd dat hij weliswaar de juiste maten heeft doorgegeven maar dat de door Degalux geleverde lamellen gewoon te breed of tekort waren, maar dat is betwist en niet nader door [eenmanszaak] onderbouwd. [eenmanszaak] schrijft verder over problemen met een niet werkende handzender [8] , maar licht niet toe dat dit een gebrek oplevert waarvoor Degalux aansprakelijk zou zijn. Uit de werkbon volgt zelfs dat dit probleem na het vervangen van de batterijen is opgelost. Soms stelt [eenmanszaak] zelfs niet meer dan dat sprake is van een defect [9] , zonder daarbij te vermelden welk defect en dat dit defect reeds aanwezig was bij levering.
Uit de overgelegde foto’s kunnen de door [eenmanszaak] gestelde problemen ook – zonder nadere toelichting – niet worden afgeleid laat staan dat daaruit kan worden afgeleid dat Degalux aansprakelijk is voor schade. De kantonrechter ziet op de foto’s wel hier en daar beschadigingen of een loshangende kabel, maar dat Degalux hiervoor aansprakelijk kan worden gehouden kan daaruit niet worden afgeleid. Dat betekent dat niet kan worden vastgesteld dat Degalux de op haar rustende verbintenis niet is nagekomen.
Verzuimvereiste
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eenmanszaak] desgevraagd proberen uit te leggen waarom volgens hem wel voldoende is aangetoond dat uit de foto’s en werkbonnen blijkt dat het gaat om gebreken aan de producten van Degalux die reeds bij levering aanwezig waren. Meer in het bijzonder aan de hand van de foto’s die als productie 24 zijn overgelegd. Op die foto’s is te zien dat de lamellen van de rolluik zijn beschadigd en een loshangende kabel. [eenmanszaak] legt uit dat hij een kant-en-klaar product van Degalux geleverd krijgt. Aangezien de kabel binnenin het product zit, moet die wel niet goed zijn vastgezet, wat maakt dat Degalux een gebrekkig product heeft geleverd. De kantonrechter overweegt echter dat ook indien van enkele gevallen zou worden vastgesteld dat het gaat om gebrekkige door Degalux geleverde producten, dan nog kunnen het verrekeningsverweer in conventie en de vordering in reconventie niet slagen, omdat niet in geschil is dat Degalux voor die gebreken nooit in gebreke is gesteld en daarom niet in verzuim is komen te verkeren.
Conclusie
5.5.
Alle vorderingen van [eenmanszaak] moeten daarom integraal worden afgewezen. Aan de vraag of sprake is van schade en een causaal verband en dus de vraag of Degalux jegens [eenmanszaak] aansprakelijk is wordt niet toegekomen. Ook het antwoord op de vragen of de algemene voorwaarden van Degalux van toepassing zijn en of [eenmanszaak] tijdig heeft geklaagd kan in het midden blijven.
5.6.
[eenmanszaak] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Degalux in reconventie worden begroot op € 432,00 (0,5 x 2 punten x tarief € 432,00).

6.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
6.1.
veroordeelt [eenmanszaak] om aan Degalux te betalen een bedrag van € 17.200,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 2 juli 2025 tot de dag van volledige betaling,
6.2.
veroordeelt [eenmanszaak] om aan Degalux te betalen een bedrag van € 947,00 aan buitengerechtelijke kosten
6.3.
veroordeelt [eenmanszaak] in de proceskosten van € 1.833,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eenmanszaak] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.4.
veroordeelt [eenmanszaak] in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 965,55,
6.5.
veroordeelt [eenmanszaak] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten (waaronder de nakosten en beslagkosten) als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
in reconventie
6.6.
wijst de vorderingen van [eenmanszaak] af,
6.7.
veroordeelt [eenmanszaak] in de proceskosten van € 432,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eenmanszaak] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
in conventie en in reconventie
6.8.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.9.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Timmermans-Vermeer en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.

Voetnoten

1.klanten [klant 1], [klant 2], [klant 1] en [klant 3]
2.Klant [klant 4]
3.klanten [klant 1] en [klant 2]
4.Klanten [klant 2], [klant 5], [klant 6] en [klant 7]
5.Klanten [klant 5] en [klant 8]
6.Klant [klant 9]
7.Klant [klant 10]
8.Klant [klant 11]
9.Klanten [klant 12] en [klant 8]