ECLI:NL:RBLIM:2026:502

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
12012362 \ EZ VERZ 25-504
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Piëtte
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:193 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot verwerping nalatenschap minderjarige in het belang van het kind

Op 20 januari 2026 heeft de kantonrechter van de rechtbank Limburg een beschikking gegeven op het verzoek van de wettelijk vertegenwoordiger van een minderjarig kind om machtiging te verkrijgen tot verwerping van de nalatenschap van de overleden ouder.

De minderjarige is erfgenaam op grond van het versterferfrecht. De kantonrechter heeft beoordeeld of het verwerpen van de nalatenschap in het belang van de minderjarige is. Uit de schriftelijke toelichting van de verzoekster is voldoende aannemelijk geworden dat de nalatenschap negatief is, waardoor verwerping gerechtvaardigd is.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die zich tegen het verzoek verzetten. De kantonrechter wijst erop dat de machtiging niet gelijkstaat aan verwerping; daarvoor moet nog een verklaring worden afgelegd bij de griffie binnen drie maanden na het overlijden van de erflater.

De beschikking is in het openbaar uitgesproken door kantonrechter Piëtte en verleent de machtiging aan de verzoekster om namens de minderjarige de nalatenschap te verwerpen.

Uitkomst: Machtiging verleend om namens de minderjarige de negatieve nalatenschap te verwerpen.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 12012362 \ EZ VERZ 25-504
Beschikking erfrecht van de kantonrechter van 20 januari 2026
op het verzoek van:
[verzoekster],
wonende te [woonadres] ,
verzoekster,
procederende in persoon,
in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige:
[minderjarige],
geboren te [plaats 1] op [geboortedag 1] 2017.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het op 12 december 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen.
1.2.
Vervolgens heeft de kantonrechter beschikking bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op [datum 1] 2025 is te Venlo overleden de heer [erflater] , geboren te [plaats 2] op [geboortedag 2] 1976. Erflater woonde in [plaats 2] .
2.2.
De minderjarige is een kind van erflater.

3.Het verzoek

3.1.
Verzoekster vraagt de kantonrechter op grond van artikel 4:193 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) machtiging te verlenen om de nalatenschap van erflater namens haar minderjarige kind te mogen verwerpen.

4.De beoordeling

4.1.
De minderjarige is een kind van erflater en op basis van het wettelijk versterferfrecht zijn erfgenaam. De kantonrechter moet toetsen of verwerping van de nalatenschap in het belang van de minderjarige is.
4.2.
Uit de door verzoekster gegeven schriftelijke toelichting is naar het oordeel van de kantonrechter voldoende aannemelijk geworden dat de nalatenschap negatief is.
Het verlenen van de gevraagde machtiging acht de kantonrechter dan ook in het belang van de minderjarige. Daarnaast is niet gebleken van feiten of omstandigheden die zich tegen inwilliging van het verzoek verzetten.
4.3.
De kantonrechter wijst erop dat met het verlenen van de gevraagde machtiging de nalatenschap nog niet is verworpen. Daartoe dient nog een verklaring te worden afgelegd ter griffie van de laatste woonplaats van erflater, in dit geval bij (de Centrale Balie van) de rechtbank Limburg, locatie Roermond. Dit dient te geschieden binnen drie maanden na het overlijden van erflater, dus uiterlijk op [datum 2] 2026.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
verleent [verzoekster] machtiging om namens de minderjarige:
[minderjarige],
geboren te [plaats 1] op [geboortedag 1] 2017,
de nalatenschap van de heer [erflater] te verwerpen.
Aldus gegeven door mr. Piëtte, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken.