ECLI:NL:RBLIM:2026:51

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
6 januari 2026
Zaaknummer
1789024 \ CV EXPL 25-3070
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Dohmen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:44 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 6:248 lid 2 BWArt. 6:265 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens ernstige huurachterstand

Eindhoven2stay verhuurt sinds augustus 2022 een woning aan de huurder, die vanaf juli 2024 een maandelijkse huur van €965,91 inclusief servicekosten verschuldigd is. De huurder is in gebreke gebleven met betalingen, waardoor een aanzienlijke huurachterstand is ontstaan. Eindhoven2stay heeft de huurder herhaaldelijk aangemaand en gewezen op schuldhulpverlening, maar zonder voldoende resultaat.

De huurder erkent grotendeels de huurachterstand, behalve de maand mei 2025, en verzoekt om een betalingsregeling. Eindhoven2stay stemt onder voorwaarden in met een regeling van €500 per maand, maar partijen bereiken geen akkoord tijdens de procedure. De kantonrechter beoordeelt dat de huurachterstand ernstig genoeg is voor ontbinding van de huurovereenkomst en wijst de vordering tot ontruiming binnen veertien dagen toe.

Daarnaast wordt de huurder veroordeeld tot betaling van de huurachterstand tot en met mei 2025, buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke rente en een gebruiksvergoeding vanaf juni 2025 tot de daadwerkelijke ontruiming. De proceskosten worden eveneens aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de gevorderde boete en machtiging tot ontruiming door de sterke arm worden afgewezen.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand, incassokosten, wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11789024 \ CV EXPL 25-3070
Vonnis van 14 januari 2026
in de zaak van
STICHTING EINDHOVEN2STAY INZAKE STAYGROUND,
gevestigd te Eindhoven,
eisende partij,
hierna te noemen: Eindhoven2stay,
gemachtigde: ACCS Incasso,
tegen
[huurder],
wonende te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [huurder] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties,
- de aantekeningen van de griffier van het mondelinge antwoord, met aangehecht een
schriftelijk verweer met bijlage,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte ten behoeve van de mondelinge behandeling van Eindhoven2stay,
- de mondelinge behandeling van 11 december 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Eindhoven2stay verhuurt met ingang van 19 augustus 2022 aan [huurder] de woning aan het [adres] in [plaats] (hierna: het gehuurde). De huur inclusief servicekosten bedraagt met ingang van 1 juli 2024 € 965,91 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
2.2.
[huurder] heeft (een deel van) de huur inclusief servicekosten niet betaald.
De gemachtigde van Eindhoven2stay heeft [huurder] herhaaldelijk aangemaand om aan haar betalingsverplichtingen te voldoen, waaronder op 25 februari 2025 en 14 mei 2025 (productie 4 en 6 van Eindhoven2stay).
2.3.
Eindhoven2stay heeft [huurder] schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij betalingsachterstanden. [huurder] heeft daarop niet afwijzend gereageerd. Eindhoven2stay heeft [huurder] daarna bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering.

3.Het geschil

3.1.
Eindhoven2stay vordert, zoals bij akte gewijzigd en kort samengevat;
I.
primairontbinding van de huurovereenkomst en
subsidiairte bepalen dat de huurovereenkomst op grond van slecht huurderschap eindigt,
II. ontruiming van het gehuurde binnen veertien dagen na betekening van het vonnis, te vermeerderen met een dwangsom met wettelijke rente, voor iedere dag dat [huurder] hier niet aan voldoet, waarbij Eindhoven2stay in dat geval de ontruiming op kosten van [huurder] mag laten uitvoeren door een gerechts-deurwaarder,
III. veroordeling van [huurder] tot betaling van € 7.572,94 aan huurachterstand tot en met de maand mei 2025, te vermeerderen met € 956,91 (danwel de voor die maand geldende huurprijs) voor elke maand vanaf de maand juni 2025 tot aan de dag van ontruiming, met de wettelijke rente,
IV. veroordeling van [huurder] tot betaling van de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 14 juni 2025 tot de dag van volledige betaling,
V. veroordeling van [huurder] in de proceskosten, bij niet betaling te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de 15e dag na het vonnis.
3.2.
Eindhoven2stay legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [huurder] is in haar verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan haar betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Eindhoven2stay de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
3.3.
[huurder] voert verweer. [huurder] erkent de bij dagvaarding gevorderde huurachterstand, behalve de maand mei 2025, welke volgens haar is betaald. Volgens haar bedraagt de huurachterstand daarom € 7.091,88. [huurder] voert aan dat haar financiële situatie inmiddels structureel is verbeterd. Zij verzoekt op grond van artikel 6:248 lid 2 BW Pro om een betalingsregeling van € 500,00 per maand om de achterstand in te lopen, naast betaling van de lopende huurverplichtingen.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Ambtshalve toetsing
4.1.
De huurovereenkomst is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen).
4.2.
Het voor de vordering relevante beding in artikel 25.2 van de algemene voorwaarden dat ziet op de buitengerechtelijke kosten is getoetst en niet oneerlijk bevonden.
4.3.
Het voor de vordering relevante indexactiebeding van de huurprijs, dat is opgenomen in artikel 5 van Pro de huurovereenkomst en artikel 16 van Pro de algemene voorwaarden, is eveneens getoetst en niet oneerlijk bevonden. De vraag of het overeengekomen opslag-beding oneerlijk is kan buiten beschouwing worden gelaten, omdat Eindhoven2Stay de huur nimmer heeft verhoogd op basis van het opslagbeding.
Huurachterstand
4.4.
[huurder] erkent dat zij de bij dagvaarding gevorderde huurtermijnen niet heeft betaald, behalve de maand mei 2025, die zij wel heeft betaald.
4.5.
Eindhoven2Stay heeft bij akte aangegeven dat de huurachterstand tot en met september 2025 inmiddels € 7.727,28 bedraagt, waarbij de betaalde maand mei 2025 in mindering is gebracht. Uit het overzicht van Eindhoven2Stay blijkt dat zij ook de maand maart 2025 in mindering heeft gebracht, waarbij de huurachterstand onder de streep gelijk is gebleven en acht maanden bedraagt. Eindhoven2Stay heeft verder bij akte aangegeven akkoord te gaan met een betalingsregeling van € 500,00 per maand, onder de daarin genoemde voorwaarden.
4.6.
Eindhoven2Stay heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat [huurder] ook de maanden oktober en december 2025 niet heeft betaald, maar de maand november 2025 wel. [huurder] is niet op de mondelinge behandeling verschenen en heeft de nadere stellingen van Eindhoven2Stay niet weersproken.
4.7.
Het voorgaande betekent dat de vordering tot betaling van de huurachterstand toewijsbaar is. Tot en met de maand mei 2025 bedroeg de achterstand € 6.761,37 (daarbij is rekening gehouden met de te late betaling van de huur voor de maand mei).
4.8.
Het is partijen niet gelukt om tijdens de procedure een betalingsregeling af te spreken. Als [huurder] toch nog een betalingsregeling wil afspreken, moet [huurder] contact opnemen met de gemachtigde van Eindhoven2stay.
4.9.
Mogelijk heeft [huurder] na de mondelinge behandeling nog betalingen gedaan. De kantonrechter zal daarom bepalen dat eventuele door [huurder] verrichte betalingen in mindering dienen te strekken op de hierna op te nemen veroordelingen.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.10.
[huurder] heeft vóór dagvaarding een aantal betalingen gedaan van in totaal € 1.198,15 die op grond van artikel 6:44 lid 1 BW Pro eerst in mindering strekken op de kosten en de rente. Eindhoven2stay heeft een bedrag van € 804,37 aan buitengerechtelijke kosten in mindering gebracht op de betalingen van [huurder] , zodat zij nu geen buitengerechtelijke kosten meer vordert. De kantonrechter moet echter wel nog beoordelen of [huurder] deze kosten verschuldigd is geweest en Eindhoven2Stay deze in mindering mocht brengen op de betalingen.
4.11.
De verschuldigdheid van de buitengerechtelijke kosten moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [huurder] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten.
Eindhoven2Stay heeft aan [huurder] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten inclusief btw (Eindhoven2Stay kan geen btw verrekenen) is overeenkomstig het in het Besluit bepaalde tarief en wordt daarom toegewezen.
Wettelijke rente
4.12.
[huurder] is te laat met het betalen van de verschillende huurtermijnen en dus zal de gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand worden toegewezen, telkens te rekenen vanaf de vervaldata van die termijnen tot de dag van voldoening.
Totaalbedrag van de veroordeling
Het voorgaande betekent dat [huurder] wordt veroordeeld om het volgende (totaal)bedrag aan Eindhoven2Stay te betalen:
- achterstand tot en met mei 2025
6.761,37
- buitengerechtelijke kosten
804,37
- wettelijke rente
p.m.
- door [huurder] al betaald
-/- 1.198,15
Totaal te betalen
6.367,59
Ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en daarmee samenhangende vorderingen
4.13.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat Eindhoven2stay heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Pro Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
4.14.
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [1] De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen.
Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. [2]
4.15.
Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand acht maanden, berekend tot en met mei 2025. Na dagvaarding is de huurachterstand verder opgelopen. Naast de huurachterstand van acht maanden, berekend tot en met de maand september 2025, heeft [huurder] ook de maanden oktober en december 2025 niet betaald.
De huurachterstand is daarom ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden.
4.16.
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. [huurder] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
4.17.
De gevorderde boete zal worden afgewezen nu een grondslag voor deze vordering ontbreekt.
4.18.
De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie zal worden afgewezen, omdat op grond van de wet alleen de deurwaarder een ontruiming van een woning mag uitvoeren. [3]
Betaling van een bedrag van € 965,91 vanaf juni 2025 tot aan de dag van de ontruiming
4.19.
Eindhoven2stay wil ook dat [huurder] wordt veroordeeld tot het betalen van een
maandelijks bedrag van € 965,91, te rekenen vanaf de maand juni 2025 tot het moment
dat [huurder] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand tot aan de ontbinding van de huurovereenkomst. Na de ontbinding is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [huurder] nog in het gehuurde verblijft tot aan de ontruiming. Deze vordering zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde termijnen, telkens te rekenen vanaf de vervaldata van die termijnen tot de dag van voldoening.
Proceskosten
4.20.
[huurder] is overwegend in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Eindhoven2stay worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,14
- griffierecht
543,00
- salaris gemachtigde
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.502,14
4.21.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres] in [plaats] ,
5.2.
veroordeelt [huurder] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Eindhoven2stay zijn, en de sleutels af te geven aan Eindhoven2stay,
5.3.
veroordeelt [huurder] om te betalen aan Eindhoven2stay:
- € 6.367,59 aan achterstallige huur tot en met mei 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente over de onderscheiden huurtermijnen, telkens te rekenen vanaf de vervaldata van die termijnen tot de dag van volledige betaling,
- € 713,07 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vervaldata van die termijnen tot de dag van volledige betaling,
- € 965,91 per maand vanaf de maand juni 2025 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde termijnen, telkens te rekenen vanaf de vervaldata van die termijnen tot de dag van voldoening,
5.4.
bepaalt dat op vorenstaande veroordeling op de voet van artikel 6:44 BW Pro in mindering strekken de door [huurder] aantoonbaar gedane betalingen van in ieder geval € 1.198,15, eventueel vermeerderd met andere aantoonbaar gedane betalingen,
5.5.
veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 1.502,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6.
veroordeelt [huurder] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad ten aanzien van de hierin uitgesproken veroordelingen,
5.8.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026.

Voetnoten

1.Artikel 6:265 BW Pro.
2.HR 28 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1810).
3.Artikel 556 lid 1 en Pro artikel 557 Rv Pro.