Uitspraak
1.[gedaagde partij 1] V.O.F.,
2.
[gedaagde partij 2], IN ZIJN HOEDANIGHEID VAN BEHEREND VENNOOT VAN GEDAAGDE SUB 1,
3.
[gedaagde partij 3], IN ZIJN HOEDANIGHEID VAN BEHEREND VENNOOT VAN GEDAAGDE SUB 1,
1.Het verzoek tot verbetering
2.De beoordeling
Parl. Gesch. Herz. Rv, p. 175;
Kamerstukken II1999/2000, 26855, 3, p. 63). De fout moet — mede in het licht van de stellingen van partijen — niet voor redelijke twijfel vatbaar zijn en voor derden op het eerste gezicht duidelijk zijn (MvT,
Parl. Gesch. Herz. Rv, p. 176). Te denken valt aan het geval waarin het dictum niet aansluit op de overwegingen in het vonnis. Dat is in deze zaak niet aan de orde. De kantonrechter zal het verzoek tot verbetering van het vonnis dan ook afwijzen.