ECLI:NL:RBLIM:2026:5221

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
27 mei 2026
Zaaknummer
12179970 CV EXPL 26-1953
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Otto
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:265 BWBesluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokostenBesluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens forse huurachterstand

D&S Welgelegen B.V. verhuurt sinds 26 september 2023 een woning aan de huurders. De huurders zijn in gebreke gebleven met het betalen van de huur, waardoor een aanzienlijke huurachterstand is ontstaan. D&S Welgelegen B.V. vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand met nevenvorderingen.

De huurders erkennen de huurachterstand, die tot en met maart 2026 is berekend op € 9.236,38, en geven aan dat zij door verlies van werk en een relatiebreuk in financiële problemen zijn geraakt. De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van de huurachterstand en de wettelijke rente toe. Ook worden buitengerechtelijke incassokosten van € 829,53 toegewezen, omdat aan de wettelijke eisen is voldaan.

De kantonrechter overweegt dat een huurachterstand van meer dan tien maanden ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te ontbinden. De ontbinding wordt toegewezen en de huurders worden veroordeeld het gehuurde binnen veertien dagen na betekening te ontruimen. Tevens worden zij veroordeeld tot betaling van een gebruiksvergoeding vanaf april 2026 tot ontruiming en tot betaling van de proceskosten van € 1.721,10. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens een huurachterstand van meer dan tien maanden, met ontruiming en betaling van achterstallige huur, rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 12179970 \ CV EXPL 26-1953
Vonnis van 3 juni 2026
in de zaak van
D&S WELGELEGEN B.V.,
te Schiedam,
eisende partij,
hierna te noemen: D&S Welgelegen B.V.,
gemachtigde: AGIN Timmermans gerechtsdeurwaarders,
tegen

1.[huurder 1] ,

te [plaats] ,
2.
[huurder 2],
te [plaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [huurders] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 26 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. [huurders] zijn zonder enig bericht niet verschenen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
D&S Welgelegen B.V. verhuurt met ingang van 26 september 2023 aan [huurders] de woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt thans € 908,37 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd,
2.2.
[huurders] hebben (een deel van) de huur niet betaald. D&S Welgelegen B.V. heeft [huurders] aangemaand op 17 november 2025 om aan hun betalingsverplichtingen te voldoen.

3.Het geschil

3.1.
D&S Welgelegen B.V. vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 9.236,38 aan huurachterstand met nevenvorderingen.
3.2.
[huurders] voeren verweer. [huurders] erkennen de huurachterstand, maar voeren aan dat zij door verlies van werk en een relatiebreuk in financiële problemen zijn geraakt..
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
[huurders] hebben erkend dat er een huurachterstand is die tot en met maart 2026 berekend is op een bedrag van € 9.236,38. De kantonrechter zal de gevorderde betaling hiervan dan ook toewijzen.
4.2.
[huurders] zijn te laat met het betalen van de verschillende huurtermijnen en dus zal de gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand worden toegewezen.
4.3.
D&S Welgelegen B.V. vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [huurders] consumenten zijn (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. D&S Welgelegen B.V. heeft aan [huurders] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. D&S Welgelegen B.V. heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. Omdat D&S Welgelegen B.V. geen ondernemer is, wordt de vergoeding verhoogd met btw. Daarom zal een bedrag van € 829,53 worden toegewezen.
4.4.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat D&S Welgelegen B.V. heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Pro Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
4.5.
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [1] De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. [2]
4.6.
Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand meer dan tien maanden. Daarna is de huurachterstand verder opgelopen. De huurachterstand is daarom ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden.
4.7.
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. [huurders] zullen worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
4.8.
D&S Welgelegen B.V. wil ook dat [huurders] worden veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 908,37, te rekenen vanaf de maand april 2026 tot het moment dat [huurders] het gehuurde ontruimen. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [huurders] nog in het gehuurde verblijven. Deze vordering zal worden toegewezen.
4.9.
[huurders] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van D&S Welgelegen B.V. worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
154,10
- griffierecht
559,00
- salaris gemachtigde
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.721,10
4.10.
De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres] ,
5.2.
veroordeelt [huurders] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van D&S Welgelegen B.V. zijn, en de sleutels af te geven aan D&S Welgelegen B.V.,
5.3.
veroordeelt [huurders] hoofdelijk om te betalen aan D&S Welgelegen B.V.:
- € 9.236,38 aan achterstallige huur tot en met maart 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 maart 2026 tot de dag van voldoening,
- € 98,50 aan reeds vervallen rente,
- € 908,37 per maand vanaf 1 april 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
5.4.
veroordeelt [huurders] hoofdelijk om aan D&S Welgelegen B.V. te betalen een bedrag van € 829,53 aan buitengerechtelijke kosten,
5.5.
veroordeelt [huurders] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.721,10, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurders] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Otto en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.

Voetnoten

1.Artikel 6:265 BW Pro.
2.HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810.