3.3Het oordeel van de rechtbank
Vrijspraak feit 3
Evenals de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende bewijs is op grond waarvan kan worden bewezenverklaard dat de verdachte een raam heeft vernield. Dat hij dat gedaan zou hebben volgt immers enkel uit de aangifte, waardoor niet aan het wettelijke bewijsminimum is voldaan. De rechtbank zal de verdachte derhalve van dit feit vrijspreken.
Bewijsmiddelen feiten 1 en 2
Het
proces-verbaal van aangiftedoor [naam 1] van 23 oktober 2025, onder meer inhoudende:
Mijn ex partner is genaamd [verdachte] . Ongeveer drie maanden na de start van onze relatie begon hij mij te slaan. Hij sloeg mij zo hard dat ik een blauw oog had. Ongeveer in maart 2025 kwam ik erachter dat hij met andere personen afsprak. Vanaf dat moment begon hij mij ook te slaan. Op 16 oktober 2025 was ik er echt helemaal klaar mee. Hij heeft mij toen weer met een vuist geslagen over mijn hele lichaam. Ik voelde alweer dat ik overal blauwe plekken kreeg. Ik ben toen het huis uit gerend en naar een school gerend. Ik heb daar contact gezocht met VeiligThuis. Via daar ben ik in contact gekomen met de politie en ben ik op een veilige plek beland met mijn kinderen.
Het
proces-verbaal van bevindingenvan 11 november 2025, onder meer inhoudende:
Op 23 oktober 2025 heb ik, verbalisant [naam 2] , de aangifte opgenomen van aangever [naam 1] . Ik zag dat [naam 1] op beide armen blauwe plekken had zitten. [naam 1] gaf aan dat dit door de mishandelingen zou komen.
Het
proces-verbaal van bevindingenvan 4 november 2025, onder meer inhoudende:
Naar aanleiding van een brandstichting gepleegd aan de [adres 1] te Sittard op 22 oktober 2025 omstreeks 06.00 uur in de ochtend werd er, door onderzoek, een kenteken [kenteken 1] bekend. Op basis van dit kenteken maakte ik een Proces Verbaal Aanvraag Bevel Raadplegen Kentekengegevens ANPR. Ik kreeg de resultaten en zag het volgende:
Op 22-10-2025 om 01:46:52 passeerde het voertuig met Nederlands kenteken [kenteken 1] de ANPR-camera "A27 Li 64. [nummer 2] R3+VS Nieuwegein" ter hoogte van A27 Li 64. [nummer 2] Nieuwegein.
Op 22-10-2025 om 02:02:57 passeerde het voertuig met Nederlands kenteken [kenteken 1] de ANPR- camera "A 2 Re 110.1 R1+R2 Oud-Empel V”ter hoogte van A2 Re 110.1 Oud-Empel, baanpositie Re.
Op 22-10-2025 om 02:46:25 passeerde het voertuig met Nederlands kenteken [kenteken 1] de ANPR- camera “A 2 Re 176.4 RS1 RS2 VS Leende” ter hoogte van A2 Re 176.4 Leende.
Het
proces-verbaal van bevindingenvan 25 november 2025, onder meer inhoudende:
In het strafrechtelijke onderzoek ter zake een brandstichting, gepleegd op de [adres 1] te Sittard werden verschillende mobiele telefoons in beslag genomen. Zo ook de mobiele telefoon van [medeverdachte] .
De gebruikersgegevens van de genoemde Apple IPhone 15 blijkt uit de volgende opgeslagen data:
Instagram
Name: [naam 3]
Username: [bijnaam 1]
Instagram ID: [nummer 1]
Op 21-10-2025 23:42:41 is er contact tussen [naam 3] en [naam 4] . [naam 4] is de ouder van [medeverdachte] . Uit de berichten is te lezen dat [naam 4] tegen [medeverdachte] zegt: "mama is bang ofz” en "ze zegt kom naar huis”. Deze conversatie vindt plaats op 22 oktober 2025 omstreeks 00:45 (UTC+0) (de rechtbank: daadwerkelijke tijd 2:45 uur).
Het
proces-verbaal van bevindingenvan 25 november 2025, onder meer inhoudende:
In het strafrechtelijk onderzoek ter zake een brandstichting, gepleegd op de [straat] te Sittard werden verschillende mobiele telefoons in beslag genomen. Zo ook de mobiele telefoon van de verdachte [naam 5] . De gebruikersgegevens van de genoemde Apple iPhone blijkt uit de volgende opgeslagen data:
E-mail: [e-mailadres]
Op 22 oktober 2025, omstreeks 00:33 (UTC+0) (de rechtbank: daadwerkelijke tijd 2:33 uur) werd de applicatie “Chrome Google zoeken” geopend en werd er gezocht naar: [straat] sittard
Het
proces-verbaal van bevindingenvan 3 november 2025, onder meer inhoudende:
Camerabeelden Total tankstation Maarheeze
Pintransactie 22 oktober 2025, 02:50 uur
Ik zag dat er op de camera met de naam “Klant kassa 1” om 02:50 uur een man aan de kassa komt en 3 flesjes Spa blauw afrekende. De man op de beelden kan ik als volgt omschrijven:
- Licht getinte man
- Donkere haren
- Gezet postuur
- Groen trainingsvest van het merk Puma met witte strepen op beide armen
- Zwarte broek
- Witte schoenen
Deze man wordt verder in dit proces-verbaal verdachte 1 genoemd.
Pintransactie 22 oktober 2025, 03:05 uur
Ik zag vervolgens op de camera met de naam “Klant kassa 1” om 03:05 uur een man aan de kassa komen met zijn telefoon in zijn handen. Ik zag dat hij vervolgens middels een pinpas betaalde en een kassabon aannam. Deze man kan ik als volgt omschrijven:
- Licht getinte man
- Snorretje
- Donker haar
- Geheel in het zwart gekleed (merk jas Under Armour)
- Zwarte pet
Deze man wordt verder in dit proces-verbaal verdachte 2 genoemd.
Vervolgens werd door mij op de verstrekte camerabeelden gezocht naar de aankomst van beide verdachten. Ik zag vervolgens dat op de camera genaamd “Overzicht vrachtwagens” een personenauto aankomen van het merk Ford, type Mondeo, kleur grijs.
Door mij werd vervolgens met een technisch hulpmiddel, welke beschikbaar is gesteld voor de politie, getracht het kenteken te lezen. Ik zag vervolgens dat de mogelijke uitkomst van het kenteken, met 92%, betrof: [kenteken 1] . Ik zag dat de tenaamgestelde van de personenauto betrof:
[naam 6]
Verblijfsadres: [adres 2] , Lelystad
Het
proces-verbaal van bevindingenvan verbalisant [naam 7] van 6 november 2025, onder meer inhoudende:
Op woensdag 5 november 2025 zag ik een briefings-slide waarop een aandachtvestiging van de Districtsrecherche Zuid-West Limburg. Daarin werd op basis van de volgende informatie en beeldmateriaal de herkenning van een persoon gevraagd. De aandachtvestiging bevatte 1 still van videobeelden.
De persoon op still 1 herken ik als:
[naam 5] ( [geboortedatum 2] 2009 te [geboorteplaats 2] ), adres [adres 3] , Lelystad.
Ik ken deze persoon vanuit mijn werkzaamheden als Generalist GGP bij het basisteam Lelystad-Zeewolde. Ik ben deze persoon meerdere keren tijdens werkzaamheden tegengekomen, zowel bij incidenten als tijdens de dienst.De afgelopen recente periode komt deze persoon regelmatig in beeld bij ons basisteam Lelystad-Zeewolde. Ik heb de persoon meerdere malen gesproken en meerder keren aangehouden als verdachte.
De laatste keer dat ik hem zag was op 8 juli 2025 om 15.30 uur. Het contact duurde
toen ongeveer 30 minuten. Ik herkende hem aan het totaalbeeld van zijn kenmerken. Ik herkende de persoon aan het geheel van kenmerken, waaronder zijn postuur, snor, vorm van wenkbrauwen, huidskleur, petje en jas.
Het
proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [naam 8] , van 8 november 2025, onder meer inhoudende:
Op zaterdag 8 november 2025 zag ik via briefing een aandachtvestiging van District
Zuid West Limburg. Daarin werd op basis van de volgende informatie en beeldmateriaal de herkenning van een persoon gevraagd. De aandachtvestiging bevatte 2 stills van videobeelden.
De persoon op still 1 herken ik als:
[medeverdachte] ( [geboortedatum 3] 2002 te [geboorteplaats 3] ), adres [adres 4] , Lelystad.
Ik ken hem vanuit mijn werkzaamheden binnen basisteam Lelystad-Zeewolde en mijn taakaccent ondermijning.
Ik ben tijdens mijn werkzaamheden meermaals met deze persoon in aanraking geweest. Rond december 2024 heeft persoon een terugval gehad door het gebruik van softdrugs in combinatie met alcohol. Hij heeft toen meerdere gezicht tattoos genomen, waaronder een 'smile' tattoo van hechtingen van oor tot oor.
Ik herkende hem aan het totaalbeeld van zijn kenmerken.
De tattoos in combinatie met het geheel aan kenmerken, zoals het iets wat
vierkant/geblokt hoofd en daarbij oren die aan boven- en onderzijde verder uitsteken
dan het midden van zijn oren.
Het
proces-verbaal van bevindingenvan 4 november 2025, onder meer inhoudende:
In het strafrechtelijke onderzoek ter zake brandstichting op 22 oktober 2025 omstreeks op de [adres 1] te Sittard, kwamen meerdere camerabeelden naar voren waaronder ook de camerabeelden op het Tankstation TotalEnergies te Maarheeze ’t Haasje.
Ik zag dat om 05.08.55 uur man 2 sprak tegen de caissière en hierna een pas onder in het pinautomaat stopte en een code invoerde op het pinautomaat. Ik zag dat de caissière hierna iets op de schuivende toonbank legde en deze schuivende toonbank richting man 2 schoof. Ik zag dat man 2 dit pakte en wegliep. Ik zag dat man 2 zich omdraaide. Ik zag dat het voorwerp dat deze vasthield geld was. Ik zag dat dit
twee briefgeld waren, waarvan ik zag dat de bovenste 20 euro was. Ik zag dat man 2 iets zei tegen de caissière. Ik zag dat de caissière zich omdraaide en hierna een bruin gekleurde tas op de schuivende toonbank legde. Ik zag dat op dat moment man 1 richting man 2 en de kassa liep. Ik zag dat man 2 de bruin gekleurde tas pakte.
Ik bekeek de beelden van Dome Pompen en Camera zijkant shop. Ik zag dat om 04.30.50 uur een voertuig aan kwam rijden. Ik herkende het voertuig als een Nissan Micra. Ik zag dat deze Nissan Micra een 3-deurs versie was. Ik zag dat er bij dit voertuig een persoon was. Deze persoon wordt later Man 3 genoemd.
Ik zag dat om 04.50.33 uur Man 3 langs Man 2 en de Ford liep. Ik zag dat Man 3 voor de Ford stil stond en richting Man 2 stond gedraaid. Lijkend erop dat deze met elkaar praten.
Ik zag dat om 05.11.01 uur Man 1 en Man 2 naar de Nissan Micra en Ford liepen. Ik zag dat Man 1 bij de Nissan Micra bleef staan en dat Man 2 richting de Ford liep. Ik zag dat Man 2 de deur op de achterbank aan de bestuurderszijde opende. Ik zag dat Man 2 nu een bruin gekleurde zak in handen had. Ik zag dat deze zak plat was. Ik zag dat Man 2 doende was op de achterbank van de Ford. Ik zag dat Man 2 vanuit de achterbank met de zak kwam. Ik zag dat de zak bol stond en dat hier iets in zat. Ik had geen zicht op wat er in de zak zat. Ik zag dat Man 1 naast Man 2 kwam staan. Ik zag dat Man 2 hierna naar de Nissan Micra liep. Ik zag dat om 05.12.41 uur Man 1 en Man 2 richting de Nissan Micra liepen. Ik zag dat Man 2 via de passagiersdeur achter instapte en Man 1 nam plaats op de passagiersstoel aan de voorzijde.
Ik bekeek de beelden van de uitrit. Ik zag dat om 05.14.03 uur rechts in beeld een Nissan Micra kwam. Ik zag dat deze vanuit rechts rechtdoor ging en om 05.14.08 uur uit beeld was.
(…)
Man 1 werd door collega [naam 8] herkend als [medeverdachte] , geboren op [geboortedatum 3] 2002 te [geboorteplaats 3] . Man 2 werd door collega's [naam 9] , [naam 10] en [naam 11] herkend als [naam 5] , geboren op [geboortedatum 2] 2009 te Lelystad
Het
proces-verbaal van bevindingenvan 29 oktober 2025, onder meer inhoudende:
Naar aanleiding van een brandstichting gepleegd aan de [adres 1] te Sittard op 22 oktober 2025 omstreeks 06.00 uur in de ochtend werd er, door buurtonderzoek, een kenteken [kenteken 2] bekend. Op basis van dit kenteken maakte ik een Proces Verbaal Aanvraag Bevel Raadplegen Kentekengegevens ANPR. Ik kreeg de resultaten en zag het volgende:
Het voertuig met kenteken [kenteken 2] kwam op 22-10-2025 om 05:38:53 op locatie 2158053 met de naam A 2 Re 222.5 Echt met cameranaam A 2 Re 222.5 R1+R2+VS Echt rijstrook Re.
Het voertuig met kenteken [kenteken 2] kwam op 22-10-2025 om 05:48:01 op locatie 1926156 met de naam N297 Re 12.0 Born met cameranaam N297 Re 12.0 Born GO NL UIT rijstrook Re.
Het voertuig met kenteken [kenteken 2] kwam op 22-10-2025 om 06:02:08 op locatie 2187895 met locatienaam 10 SITTARD Tudderenderwg GO BE met cameranaam 10 SITTARD Tudderendrwg NL UIT.
Het
proces-verbaal van bevindingenvan 8 november 2025, onder meer inhoudende:
Een van de camerabeelden was afkomstig van het adres [adres 5] te Sittard. Deze camera's hadden zicht op het aldaar passerende verkeer dan wel voertuigen en of personen. Bij de start van het bekijken van deze camerabeelden zag ik als datum en tijdsweergave vermeld staan: 2025-10-22 05:55:26.
Om 05:55:26 uur komt een zilverkleurige personenauto de [straat] te Sittard ingereden. Het voertuig komt tot stilstand ter hoogte van de voorzijde van de [straat] huisnummer [nummer 2] te Sittard. Ik, verbalisant [naam 12] , herkende het zilverkleurige voertuig als een Nissan Micra. Ik, verbalisant [naam 12] , zag dat het voertuig voorzien was van een Nederlands kentekenplaat zijnde " [kenteken 2] ’’. In deze personenauto zijn twee personen te zien. Persoon 1 zit achter het stuur en naast hem op de bijrijdersstoel zit persoon 2. Persoon 1 draagt donkerkleurige bovenkleding met een donkerkleurige, vermoedelijk groene, muts op zijn hoofd.
Om 05:58:06 uur komt één persoon aangelopen vanuit de richting van de Oude weg. Deze persoon loopt rustig, over de [straat] , in de richting van de [adres 1] . Deze persoon houdt in zijn rechterhand een lichtkleurige voorwerp vast. Deze persoon is geheel in het donker gekleed inclusief zwarte schoenen. Het hoofd van deze persoon is bedekt met donkerkleurige capuchon. Het gezicht van deze persoon is bedekt waardoor enkel zijn ogen zichtbaar zijn.
Om 05:59:03 verschijnt dezelfde persoon, welke eerder voorbij kwam gelopen, nu rennend, komende vanuit de richting van de [adres 1] . Deze persoon heeft in zijn rechterhand een lichtkleurig voorwerp vast. Deze persoon rent terug in de richting van de Oude weg te Sittard.
Het
proces-verbaal van bevindingenvan 9 november 2025, onder meer inhoudende:
In het strafrechtelijk onderzoek terzake brandstichting op de [adres 1] te Sittard, gepleegd op 22 oktober 2025, kwamen meerdere camerabeelden naar voren van onder andere de omgeving van de plaats delict en het tankstation TotalEnergies ’t Haasje te Maarheeze. Deze beelden werden eerder beschreven in andere proces-verbalen van bevindingen. Ik bekeek deze beelden en vergeleek deze met elkaar.
Voertuig:
Tankstation TotalEnergies ’t Haasje Maarheeze:
Omgeving [straat] te Sittard:
Ik zag de volgende gelijkenissen:
Nissan Micra
3-deurs
Grijs van kleur
Ronde vorm
Ronde afwerking van ramen
Donker gekleurde handvaten
Streep over beiden gehele zijdes net boven de handvaten
Zwarte strip laag aan beide zijdes
Zilverkleurige wieldoppen/velgen
Ter hoogte van het kenteken een strip aan de gehele voorzijde
Onder de strip aan de voorzijde, ronde lampen (uit)
Man 1:
Tankstation TotalEnergies ’t Haasje te Maarheeze:
Omgeving [straat] te Sittard:
Ik zag dat er voorin in de Nissan Micra twee personen zaten. Ik zag dat Man 1 de persoon aan de passagierszijde betrof
Ik zag de volgende gelijkenissen:
Groen gekleurde bovenkleding
Wit gekleurde kraag of onderkleding
Wit gekleurde details op de gehele lengte van de linkermouw
Man 2:
Tankstation TotalEnergies ’t Haasje te Maarheeze:
Omgeving [straat] te Sittard:
Ik zag de volgende gelijkenissen:
Zwarte schoenen
Zwarte broek
Zwarte jas
Gladde structuur van de jas
Capuchon van jas en/of trui
Bruin gekleurde zak
Het
proces-verbaal van bevindingenvan 9 november 2025, onder meer inhoudende:
Op zaterdag 8 november 2025, was ik doende met werkzaamheden voor de districtsrecherche Zuid west ten behoeve van opsporing. Mij werd verzocht de camerabeelden te beschrijven van de locatie Oude weg [huisnummer] te Sittard van 22 oktober 2025, in het opsporingsonderzoek genaamd Pulsar.
De camerabeelden van de Oude weg [huisnummer] betreffen de beelden van twee cameraposities. Op de beelden is rechtsboven in beeld de datum en tijd te zien (de rechtbank begrijpt: de datum- en tijdinstellingen van de betreffende camera’s) en linksonder de tekst Oprit en Voordeur.
Beschrijving camerabeelden Oprit:
Omstreeks 05:06:46 uur is te zien dat het voertuig ter hoogte van de t-splitsing met de Oude weg stilstaat en een persoon, later genoemd persoon 1, zonder hoofdbedekking uit de auto stapt. En in de opening van het passagiersportier blijft staan.
Enig moment later stapt een ander persoon, later genoemd persoon 2, uit het voertuig en loopt richting de nabijgelegen parkeervakken op de [straat] , deze loopt tussen twee voertuigen en stopt ter hoogte van de portieren. Na enig moment loopt deze persoon weg in de richting van de plaats delict, [adres 1] .
Ik zag omstreeks 05:08:36 uur dat de auto vooruit reed en op de splitsing [straat] met de Oude weg de voorzijde van het voertuig richt naar de Sportcentrumlaan toe. Tijdens het oprijden werd zichtbaar dat de persoon 1 op de achterbank zat.
Omstreeks 05:09:10 uur is te zien dat de voorgevel van de woning aan de overzijde nabij [adres 1] plotseling opgelicht wordt.
Vervolgens is het zichtbaar dat persoon 2 vanuit de richting [straat] kwam aangerend met een licht voorwerp in zijn hand en vervolgens in het voertuig stapte aan passagierszijde. Vervolgens reed het voertuig weg richting Sportcentrumlaan.
Beschrijving camerabeelden Voordeur:
Ik zag dat omstreeks 05:08:12 uur, een persoon lopend tevoorschijn kwam komende vanuit de richting van het voertuig lopende naar rechts toe in de richting van de [straat] . Ik zag dat de persoon iets vasthield in zijn rechterhand.
Ik zag dat om 05:09:00 de bestuurder van het voertuig plotseling naar links keek in de richting van het plaats delict en vervolgens achteruit reed met stuur naar rechts ingestuurd gezien de beweging. Dat vervolgens de voorzijde van het voertuig gericht is naar het PD toe. En vervolgens naar voren reed richting de stoeprand en iets voor de stoeprand tot stilstand kwam. Ik zag dat op dit moment, komende vanuit het plaats delict, een persoon rennend tevoorschijn kwam en rende richting de passagierszijde van het voertuig en vervolgens in het voertuig instapte. Ik zag dat de persoon tijdens het rennen iets in zijn rechterhand vasthield, dit was licht van kleur (rechtbank: foto op p. 235).
Het
proces-verbaal van aangiftedoor [naam 13] van 22 oktober 2025, alsmede bijlagen van berichtenverkeer tussen [medeverdachte] en [naam 13] , onder meer inhoudende:
Ik doe aangifte van brandstichting aan mijn woning gelegen aan de [adres 1] te Sittard. Op 22 oktober 2025, omstreeks 6.00 uur bevond ik mij in de woning. Mijn vrouw en 3 kinderen waren ook in de woning. Iedereen lag te slapen behalve ik.
Ik kon niet slapen door bepaalde dreigementen die ik had ontvangen van [verdachte] . Ik hoorde ineens een harde knal. Toen ik uit het raam keek zag ik een rode flits. Ik hoorde hierna ook gelijk het brandalarm afgaan. Ik zag toen bij de voordeur vuur en rook.
Ik word al 4 a 5 dagen bedreigd door [verdachte] . [verdachte] betreft de ex-vriend van mijn zus, [naam 13] . Bij [naam 13] en [verdachte] is de relatie helemaal uit de hand gelopen. 5 dagen geleden is het tussen [naam 13] en [verdachte] geëscaleerd. Hierdoor is mijn zus in veiligheid gebracht en kan [verdachte] haar niet meer vinden. Maar [verdachte] wil haar terug, hij wil niet dat zij bij hem weggaat. Hij wil haar onder dwang terug. Na dit incident belde [verdachte] mij op. [verdachte] zei dat er ernstige dingen gingen gebeuren als [naam 13] niet bij hem terug zou komen. Ik hoorde [verdachte] via de telefoon de volgende dreigementen uiten:
- (…)
- ik steek jullie in de fik
Gisteren op dinsdag 21 oktober 2025 heb ik nog gebeld met [verdachte] . Tijdens dit telefoongesprek werd ik ook bedreigd door [verdachte] . Ik hoorde dat [verdachte] aan de telefoon zei: ik ga jullie in de fik steken maar het is niet persoonlijk en je bent een goede jongen maar ik moet dit doen. En wat komt dat komt. Ook al krijg ik 20 jaar.
Berichtenverkeer 21 oktober 2025 vanaf 22:29 uur
[naam 13]:
ik ga hem niet serieus nemen omdat ie dronken is maar laat hem geen domme dingen doen want ik laat niemand iets m’n kinderen aandoen
[medeverdachte]:
Tuurlijk niet
Komt goed bro
Hij is niet zo dom
[naam 13]:
Ik snap z’n pijn wel
Ik kannhem niks kwalijk nemen
[medeverdachte]:
Jaaa man bro
Kan je [naam 14] niet bereiken ofz
Om hem rustig te maken
[medeverdachte]:
Het probleem is heb geen contact met d’r
Moet je via jowl proberen
Heb ook niet d’r nummer
[naam 13]:
Okee bro geen probleem
Ik praat met hem
[naam 13]:
Als die zich normaal gedraagd kan het misschien ooit goedkomen tussen hun twee maar als die zich zo blijft gedragen gaat die wijf nooit terugkomen
[medeverdachte]:
Ik weett het bro maar je ziett hij wilt niet luisteren
Hij zegt alleen domme dingen
En maakt iedereen gek
[naam 13]:
Laat hem geen domme dingen doen want we zijn al meer dan 20 jaar familie door jowi
We zijn samen opgegroeid
Want als m’n kinderen iets overkomt dan kan ik niet anders bro snap je zelf wel
[medeverdachte]:
Je kinderen gaan niks over komen bro
En niemand niet
[naam 13]:
[bijnaam 2] zit zich helemaal druk te maken is fucking zielig wat ie aant aanrichten is
[medeverdachte]:
Ik weet hij belde net
In paniek
[medeverdachte]:
Hij moet het gewoon tussen hun twee houden
Maar hij betrekt iedereen
Het
proces-verbaal forensisch onderzoek woningvan 22 oktober 2025, onder meer inhoudende:
Op 22 oktober 2025 kwamen wij, naar aanleiding van een brandstichting, voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres 1] , Sittard.
Wij zagen rook- en roetsporen op de voordeur, op de tegels voor de voordeur en op de overkapping van de voordeur. Op de voordeur zagen wij een patroon dat passend is bij het gieten van een vloeistof over de voordeur. Met een Minirae werden door ons metingen gedaan rondom de voordeur en de klinkers voor de voordeur. Bij de klinkers werd een verhoogde concentratie vluchtige koolwaterstoffen gemeten. Door ons werd een klinker verwijderd en een grondmonster genomen. Hierbij roken wij de geur van benzine. Aan de binnenzijde van de voordeur zagen wij rook- en roetsporen. Een technische oorzaak is uitgesloten. Er is opzettelijk vuur ingebracht. Gelet op het vloeistofpatroon op de voordeur, de geur van benzine en de gemeten hoge concentratie vluchtige koolwaterstoffen is de brand gesticht met een brandversnellende vloeistof.
Gelet op het tijdstip van de brand en de aanwezigheid van meerdere personen, waaronder drie kinderen (twee van 7 jaar en een van 8 jaar), in de woning ontstond levensgevaar voor personen. Door het vuur ontstond rook- en roetschade. Achter de voordeur lag veel brandlast, waaronder kleding en andere synthetische materialen, waardoor de brand zich had kunnen ontwikkelen en een ongecontroleerde brand had kunnen ontstaan. De brand werd gedoofd door snel handelen van de bewoner. Bewoner gaf aan dat hij hierbij rook heeft geïnhaleerd en last heeft van zijn keel. De rook is bij een brand bijzonder giftig en irriterend. Bij deze brand is sprake geweest van gemeen gevaar voor goederen en was levensgevaar voor personen te duchten.
Monster spoor: SIN AASK7098NL (onder klinker voor voordeur)
Het
NFI-rapport ontbrandbare vloeistoffenvan 20 november 2025, onder meer inhoudende:
Monster: AASK7098NL
Conclusie
In het monster zijn vluchtige stoffen aangetoond die afkomstig zijn van motorbenzine.
Het
proces-verbaal van bevindingenvan 8 november 2025, onder meer inhoudende:
Middels een vordering werden de saldo- en transactiegegevens van [verdachte] bevraagd. Uit deze gegevens kwam naar voren dat met genoemde rekening op 22 oktober 2025 om 06.56 uur was betaald bij tankstation “De Haan Weert”, gelegen aan de Ringbaan-Zuid 31 te Weert.
Bevindingen camerabeelden
Om 06.55.03 komt Nissan Micra met het Nederlands kenteken [kenteken 2] het tankstation oprijden.
Om 06.55.11 rijdt de auto tot aan de ingang van de winkel van het tankstation. Op de
onderstaande stil is het kenteken van de auto te zien, [kenteken 2] . Ook is te zien dat de bijrijder, een man, uitstapt. Deze man had het volgende signalement: gezet postuur, blank, donkergekleurde korte haren, mogelijk een tattoo aan de linkerzijde van zijn hals, groen vest, een wit t-shirt daaronder, donkergekleurde broek, zwart-witte sportschoenen.
Om 06.55.34 uur loopt deze man naar de kassa en vind er een woordenwisseling plaats met de kassière.
Deze man legt een pinpas op de pinapparaat, toetst kennelijk een code in, waarna de
kassalade opengaat en de man van de kassière geld meekrijgt. Deze man loop daarna naar buiten. Bij de auto houdt de man met zijn rechterhand het geld omhoog en loopt hij naar de bijrijdersportier van de auto. De man stapt vervolgens in als bijrijder en dan vertrekt de auto.
Het
proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam 15]van 18 november 2025, onder meer inhoudende:
De nacht voor 22 oktober 2025 verzamelde ik lege flesjes bij een tankstation in Maarheeze langs de snelweg. Toen heb ik twee mannen ontmoet. Hun auto was defect. Ze vroegen mij om hen te helpen de motor te laten starten. Het lukte niet om de auto met de kabel te starten. Ze hebben mij gevraagd of ik hen naar Sittard kon brengen. De eigenaar van de auto nam het initiatief, de oudste. Ieder heeft 20 euro aan mij gegeven. Ik zei wat is jullie adres. Ik heb hen naar dat adres gebracht. Het was 5 uur ’s morgens. Ik heb hen naar Sittard gebracht, toen hebben ze met mij gesproken om hen weer terug te brengen en ik kreeg geld extra. Toen stopten wij op een tankstation. Hij had geld kunnen krijgen bij de kassa en heeft mij 50 euro gegeven. De auto op de beelden is mijn grijze Nissan Micra.
V: Kon u verstaan of begrijpen wat er verteld werd door hen?
A: Nee. Ze hebben mij geld gegeven en ze hebben met hun telefoon mij aanwijzingen gegeven hoe ik moest rijden.
V: Wie van hen nam het initiatief om hen weg te brengen naar Sittard?
A: De eigenaar van de auto.
M: Hebben we het dan over de man van in de 30?
A: Ja de oudste. Het was regen en hij had mij gevraagd, kun je mij naar Sittard brengen. (…) In Weert is hij naar een tankstation gegaan en daar heeft hij mij 50 euro gegeven. Ik heb hen toen naar het treinstation van Weert gebracht.
V: Waar in Sittard hebt u ze heen gebracht? Welk adres?
A: Hij vroeg om hen naar het station in Sittard te brengen. Hij zei links rechts. Ik zei hier is geen station. Ik ken de stations via de treinen. Die jongeman ging uitstappen en ging een paar minuten weg en kwam terug. De volwassen man stapte ook uit. Hij vroeg om hen naar Weert te brengen.
V: Is de volwassen man ook een paar minuten weg geweest of niet?
A: Die volwassen man was aan het bellen en is uitgestapt, de jonge man is een paar minuten weggeweest en is daarna terug gekeerd. De oudere man is dicht bij mijn auto gebleven op een paar meter afstand, 2 a 3 meter. Ik wilde draaien en wegrijden en toen vroeg deze man aan mij of ik hen naar Weert wilde brengen.
V: Man 2 rent naar de Nissan , stapt weer in en je rijdt weg. Wat dacht je toen? Die komt kennelijk aanrennen naar zijn auto.
A: Ja goed heb ik niet opgelet. De volwassene heeft die toen geholpen.
Het
proces-verbaal van bevindingen verstrekte gegevensvan 12 november 2025, onder meer inhoudende:
Door de bank zijn op 29 oktober 2025 de volgende gegevens verstrekt:
De banktransacties van bankrekening [rekeningnummer] ten name van [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1989, over de transactieperiode 21 t/m 25 oktober 2025. Deze banktransacties werden door mij, verbalisant, nader onderzocht op relevante transacties. Hierbij werden de volgende transacties aangetroffen, welke voornamelijk plaatsvonden bij tankstations en een NS station. Deze transacties zijn hieronder weergegeven.
(afbeelding)
Het
proces-verbaal van bevindingenvan 8 november 2025, onder meer inhoudende:
Middels een vordering werden de saldo- en transactiegegevens van [verdachte] bevraagd. Uit deze gegevens kwam naar voren dat met genoemde rekening op 21 oktober 2025 om 20.00 uur was betaald bij de Albert Heijn Voorhof in Lelystad.
Aan de hand van vernoemde informatie werden camerabeelden opgevraagd bij de Albert Heijn Voorhof.
19.56.19uur Vanuit de rechterzijde van het camerabeeld komt een zilverkleurige personenauto aangereden.
Opmerking verbalisant:
Het gaat om een zilverkleurige personenauto voorzien van een Nederlands kenteken.
Ik, verbalisant [naam 12] , herken het merklogo op de voorzijde van de personenauto als zijnde het FORD logo.
19.56.33uur De bestuurder van de auto stapt uit. De koplampen van de auto gaan uit. De man loopt richting de ingang van de Albert Heijn. Op dit moment is zichtbaar dat er een man op de bijrijdersstoel van de auto zit. Deze man blijft in de auto zitten.
19.56.47uur De man loopt de Albert Heijn binnen.
19.59.32uur De man pakt iets uit de koelkast en loopt door naar zelfscan kassa nummer 8. De man scant de goederen en stopt vervolgens een voorwerp bovenin het
pinautomaat. De man pakt zijn goederen en opent met zijn kassabon de poort om de
zelfscanruimte te verlaten. De man loopt langs de servicebalie richting de uitgang van de Albert Heijn.
20.01.03uur De man verlaat de Albert Heijn en loopt naar de zilverkleurige auto.
De koplampen van de auto branden. De man stapt in als bestuurder van de auto.
Onderzoek politiesystemen - herkenning [verdachte]
Het bankpasje waarmee gepind is in de Albert Heijn staat op naam van [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1989 te Lelystad.
Ik, verbalisant [naam 12] , vergeleek de foto van [verdachte] uit SKDB met de persoon op de camerabeelden van de Albert Heijn. Ik. verbalisant [naam 12] , zag dat het gaat om dezelfde persoon.
Het
proces-verbaal van bevindingenvan 11 november 2025, onder meer inhoudende:
Na gevorderde gegevens bij de ABN AMRO Bank N.V., bankrekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [verdachte] geboren op [geboortedatum 1] 1989 bleek het volgende: op 22 oktober 2025 om 13:43 uur is er gepind bij de Geldmaat Voorhof 12 te Lelystad.
13.42.48uur Op camerabeelden, opgenomen in de Albert Heyn Lelystad alwaar de geldmaat staat, is de volgende persoon te zien:
Er staat een man een grijs/gele kast, welke mij bekend is als een Geldmaat;
Deze man voert handelingen uit aan deze kast.
Onderzoek Politiesysteem - Herkenning [verdachte] .
De tenaamgestelde van de bankkaart, zijnde [verdachte] , komt voor in de politiesystemen met een foto. Ik, [naam 16] , vergeleek de foto met het fragment uit de camerabeelden van de Albert Heyn met de beelden uit SKDB en zag dat het om dezelfde persoon ging.
Het
proces-verbaal van bevindingenvan 23 januari 2026, onder meer inhoudende:
De verdachten [verdachte] , [medeverdachte] en [naam 5] werden op 18 november 2025 aangehouden. Na hun aanhoudingen moesten de verdachten worden overgebracht van politiebureau te Almere naar het politiebureau te Maastricht. De verdachten werden gezamenlijk met een arrestantenbus vervoerd. In het belang van het onderzoek werd de arrestantenbus, waarmee de verdachten werden getransporteerd, voorzien van een technisch hulpmiddel voor het opnemen van de vertrouwelijke communicatie tussen de verdachten tijdens het transport.
J: verdachte [verdachte]
V: verdachte [medeverdachte]
M: verdachte [naam 5]
J: wat ben je stil. Je bent in paniek hé... Jo...jo.je bent in paniek héV: jij bent in paniek. Jij bent in paniek broJ: wie, wie, wie, wieV: ik chili hem laag broerJ: oh la jullie zijn fucked GM: lay lowV: lay low in de fucking bus broer
V: Bro je moet nog blij zijn dat we met popo’s zijn. Hé bro. Stel je voor iemand zou je dit aandoen, hij gooit in de bus of zo en je weet niet wie het is of weet ik veel wat
J: ik zou maar goed opletten wat jullie zeggen, anders kom je hier niet weg vriend
De
verklaring van de verdachteter terechtzitting van 15 mei 2026, onder meer inhoudende:
[naam 5] is de zoon van mijn tante.
Bewijsoverwegingen
De rechtbank stelt op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen het volgende vast.
Uit het dossier komt het beeld naar voren van een verdachte die, in ieder geval binnen de relatie met zijn partner, graag de controle heeft. Nadat zijn partner met hun kinderen de gezamenlijke woning had verlaten, kennelijk na het plaatsvinden van feit 2, en was vertrokken naar een voor de verdachte onbekende verblijfplaats, heeft hij er alles aan gedaan om haar en de kinderen terug te laten keren. Enkele dagen later heeft een brandstichting plaatsgevonden bij de woning van de broer van zijn (ex)partner, te weten aangever [naam 13] .
De rechtbank stelt voorop dat direct bewijs waaruit volgt dat de verdachte zelf bij de uitvoering van de brandstichting aanwezig is geweest of rechtstreeks uitvoeringshandelingen heeft verricht, ontbreekt. In zoverre volgt de rechtbank de officier van justitie en de raadsvrouw. Heel concreet is in dit opzicht van belang dat de daadwerkelijke stichter van de brand en degene die bij de praktische uitvoering van het plan betrokken was, zoals hierna zal blijken, volgens de rechtbank geïdentificeerd zijn als medeverdachten [naam 5] en [medeverdachte] ; de verdachte was dus niet ter plaatse aanwezig. Dat betekent echter niet dat de verdachte reeds daarom moet worden vrijgesproken. De rechtbank is van oordeel dat het dossier voldoende redengevend, andersoortig bewijs bevat op grond waarvan wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte degene is geweest die achter de brandstichting zat en daartoe opdracht heeft gegeven en met anderen bij de uitvoering daarvan betrokken is geweest.
De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
Allereerst acht de rechtbank van belang dat de verdachte daags voor de brandstichting [naam 13] heeft gedreigd met juist een dergelijke brandstichting. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring die aangever hierover heeft afgelegd. Die verklaring vindt bovendien steun in het berichtenverkeer tussen medeverdachte [medeverdachte] en aangever dat aan de avond voor de brandstichting vooraf gaat. Daaruit volgt dat de door aangever geschetste bedreigende uitlatingen niet op zichzelf staan, maar passen binnen de gebeurtenissen die aan de brandstichting vooraf zijn gegaan. Zonder voorbehoud geeft dat berichtenverkeer aan dat het dreigement te maken heeft met het relationele probleem tussen de verdachte en zijn toen onvindbare (ex)partner, en dat aangever door de verdachte geïntimideerd wordt en zich ook geïntimideerd voelt.
Verder is van belang dat de brandstichting niet is gepleegd door willekeurige derden, maar door twee familieleden van de verdachte, te weten zijn broer en zijn neefje. Voor deze medeverdachten is uit het dossier geen zelfstandig motief naar voren gekomen om uit eigen beweging brand te stichten bij de woning van aangever. Een dergelijk motief was daarentegen wel duidelijk bij de verdachte aanwezig. Zijn partner had hem verlaten, had de kinderen meegenomen en verbleef op een voor hem onbekende plaats. Aangever was haar broer. Daarmee had de verdachte, anders dan de medeverdachten, een concreet belang bij het uitoefenen van druk op de familie van zijn partner.
Ook de wijze waarop de brandstichting is voorbereid en uitgevoerd wijst in de richting van de verdachte. Voor de reis naar Sittard en de uitvoering van de brandstichting zijn een auto en een pinpas gebruikt die rechtstreeks aan de verdachte kunnen worden gelinkt. Op camerabeelden is te zien dat hij slechts enkele uren vóór de brandstichting zelf gebruik heeft gemaakt van deze auto en pinpas. Daarnaast blijkt dat de pinpas al een beperkt aantal uren nadat de medeverdachten van hun reis naar Sittard waren teruggekeerd, weer in handen was van de verdachte. Dit brengt mee dat het er naar het oordeel van de rechtbank voor moet worden gehouden dat er zowel kort vóór als kort ná de brandstichting contact is geweest tussen de verdachte en minst genomen één van de medeverdachten. De rechtbank merkt hierbij omwille van de volledigheid op dat het reisverhaal van de medeverdachten in het dossier in feite eindigt wanneer ze op het station in Weert worden achtergelaten, dat daar blijkens de banktransacties twee treintickets in Weert zijn gekocht die qua tarief passen bij twee enkele reizen naar Lelystad, en dat die reis van Weert naar Lelystad vervolgens, los van het exacte tijdstip van het kunnen nemen van een trein, volgens raadpleging van open bronnen (ns.nl) enkele uren in beslag neemt.
Deze gang van zaken past bij het scenario dat de verdachte de opdracht tot de brandstichting heeft gegeven en daartoe middelen heeft verschaft. De verklaring van de verdachte dat hij zijn pinpas regelmatig en random aan anderen uitleent zonder te weten wat die daarmee doen, acht de rechtbank in deze omstandigheden niet geloofwaardig. Daarbij weegt de rechtbank mee dat de transacties midden in de nacht hebben plaatsgevonden, dat de pinpas is gebruikt in de directe context van de reis naar Sittard en dat de verdachte geen concrete en verifieerbare verklaring heeft gegeven waarom de beide medeverdachten juist in die nacht over zijn pinpas beschikten of moesten beschikken.
Voorts betrekt de rechtbank bij haar oordeel de chatberichten tussen de vader van de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] . Uit die berichten leidt de rechtbank af dat sprake was van een vooropgezet plan, dat de ouder(s) kennelijk in een opgewonden toestand verkeerde(n) en dat meerdere personen binnen de familie op de hoogte waren van dat plan. Uit de chatgesprekken van die desbetreffende avond rijst sterk het beeld dat geprobeerd is hetgeen te gebeuren stond, de brandstichting, af te wenden. Dat duidt erop dat het niet ging om een spontane actie van de medeverdachten, maar om een vooraf bedacht plan. Niet is gebleken dat de medeverdachten [medeverdachte] en [naam 5] initiatiefnemers van het plan zijn. Daartegen pleit bovendien dat medeverdachte [medeverdachte] en aangever [naam 13] juist over het op handen zijnde risico van brandstichting gecommuniceerd hebben, waarin juist over andermans initiatief, namelijk dat van de verdachte, gesproken werd.
Dat sprake was van een vooropgezet plan wordt daarnaast ondersteund door de zoekslag die medeverdachte [naam 5] heeft verricht met betrekking tot de eindbestemming in Sittard. Die bestemming stond kennelijk al aan het begin van de reis vast. Ook nadat de medeverdachten onderweg autopech kregen, hebben zij alles in het werk gesteld om die eindbestemming alsnog te bereiken. Dat zij uiteindelijk ook daadwerkelijk in Sittard zijn aangekomen en daar de brandstichting heeft plaatsgevonden, versterkt de conclusie dat zij handelden ter uitvoering van een vooraf gemaakt plan. Opgeven van het voorgenomen plan vanwege autopech was kennelijk geen optie tijdens die nacht.
Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte opdracht heeft gegeven tot de brandstichting. De bedreiging met brandstichting aan het adres van aangever kort vóór het feit, het ontbreken van een zelfstandig motief bij de uitvoerders, het duidelijke motief van de verdachte vanwege zijn neiging tot uitoefenen van controle over zijn (ex)partner, de betrokkenheid van familieleden van de verdachte, het gebruik van aan de verdachte gelinkte middelen, het contact kort vóór en kort ná de brandstichting met in ieder geval een van de medeverdachten en de inhoud van de chatberichten vormen in onderlinge samenhang bezien een sluitend en redengevend bewijscomplex.
Gelet op deze redengevende bewijsmiddelen had het op de weg van de verdachte gelegen om een concrete, verifieerbare en die redengevendheid ontzenuwende verklaring te geven voor de belastende omstandigheden. Die verklaring is uitgebleven. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat de verdachte een voldoende intellectuele en materiële bijdrage heeft geleverd aan de brandstichting door daartoe opdracht te geven en middelen te verschaffen. Daarmee is sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de uitvoerders van de brandstichting. De rechtbank acht het medeplegen van brandstichting dan ook wettig en overtuigend bewezen.
Ten aanzien van de tenlastegelegde mishandeling overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte aangeefster heeft geslagen. De verklaring van aangeefster vindt in zoverre voldoende steun in het door verbalisanten waargenomen letsel. Daarmee is sprake van voldoende wettig bewijs voor dit onderdeel van de tenlastelegging.
Voor zover aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij de nek van aangeefster heeft dichtgeknepen, is de rechtbank van oordeel dat daarvoor onvoldoende steunbewijs in het dossier aanwezig is. De rechtbank zal hem van dat onderdeel partieel vrijspreken.